Brief van de maand februari 2012

Een sterfgeval in de familie

Anna van Oostenrijk in rouwkledij

Anna van Oostenrijk in rouwkledij

Er zijn 52 brieven gevonden die gestuurd zijn aan Michiel Heusch junior uit Hamburg terwijl hij op reis was in Italië in de jaren 1664-1665. Ze zijn vrijwel allemaal geschreven door zijn vader.  In de Brief van de Maand augustus/september 2011 zijn de handelsaspecten aan bod gekomen. Deze keer horen we meer over het overlijden van Michiels grootmoeder aan moeders zijde.

Wanneer Michiel in het voorjaar van 1664 op reis gaat naar Italië, is grootmoeder Bosschaert ziekelijk, “met groetmoeder wort het hoe langer hoe slechter, [sij] heeft het schuijl [spruw] al 3 dagen in de keel gehadt. Godt de heere wil haer helpen, salt nu wel niet lang maken”.  Vader Heusch stelt Michiel onmiddellijk op de hoogte als ze in augustus komt te overlijden:

so dient voreerst te seggen hoe dattet godt de heere belieft heeft U groetmoeder verleden sondach ¼ ure naer elven smiddachs van dese werelt aff te vorderen, is met vollen verstandt tot den lesten ure toe overleden. Den dach te voren seijde [ick] haer dattet sche[e]n dat godt de heer haer wilde aff vorderen [=opeisen], [sij] antworde mij:  daer verlang ick naer van herten. Ons susanna [jongere zus van Michiel] was de leste nacht bij haer en ons lisebet [oudste zus van Michiel] de nacht te voren. Margen wort [sij] ter erden bestediget. Godt de heere heb haer salich en verleene ons ten tijde een salich volgen”.


Rouwkleding

Brief van Michiel Heusch aan zijn zoon over het overlijden van grootmoeder.

Brief van Michiel Heusch aan zijn zoon over het overlijden van grootmoeder.

Vanwege zijn reis hoeft Michiel geen rouwkleding te dragen, maar in Hamburg moet iedereen in de familie, inclusief het werkvolk, de uiterlijke tekenen van rouw tonen.  Een zus van zijn moeder en haar man krijgen hun rouwkleding direct uit de nalatenschap betaald. Ze zijn blijkbaar minder vermogend dan de andere nabestaanden:  “oom heijnst en de sijne sijn uut het sterfhuijs in den rou gekleet, oom Janss ende wij hebben ons selven met ons volck [personeel] moeten kleden”.  Er bestaan allerlei voorschriften en, sterker nog, de regels worden aangescherpt om extravagant gedrag te voorkomen; men mag blijkbaar nogal graag pronken met dure rouwkledij. Heusch meldt:

 “verleden sondach is in de kerck aff gelesen [dat er] geen lange mantels meer moegen gedragen worden; met het lyck moogen maer [slechts] swagers [naaste familie] en kinderen en dochtermans met lange mantels gaen en niemant anders en naer [=na] de begrafnis moeten [sij] de lange mantels affleggen als mijn volck al gedaen heeft en sondach als [ick] dencke weer uut te gaen naer de kerck so moet die ock aff leggen, en den vrouwens dochters en andere mogen niet meer met regen kleden in de kerck comen, dat anna muttien [tante Anna] en veel andere niet haegt”. Dit alles op straffe van twee rijksdaalders.


De erfenis

Grootmoeder, geboren in 1584 in Antwerpen als Elisabeth Harbarts, was al jarenlang weduwe van Melchior Bosschaert, een welgesteld koopman. Er valt dan ook een aardige erfenis te verdelen over de vijf erfgenamen. Haar zoon, oom Gaspar Bosschaert, woont met vrouw en kind in Amsterdam en hij geeft op een gegeven moment volmacht  aan zijn zwager Heusch om de verdeling ter plaatse in Hamburg af te handelen. Tante Anna, de vrijgezelle zus van moeder Heusch, krijgt het huis van grootmoeder op de Kalkhof met het huisraad en blijft daar ook wonen.

Een kaart van Hamburg uit 1641. Linksonder, binnen de stadsmuur, ligt de Kalkhof, vlakbij de binnenhaven.

Een kaart van Hamburg uit 1641. Linksonder, binnen de stadsmuur, ligt de Kalkhof, vlakbij de binnenhaven.

Michiels ouders, Michiel Heusch sr. en Elisabeth Bosschaert, krijgen geld en wat mooie spullen, en oom Jacob Jansen, de weduwnaar van tante Susanna Bosschaert krijgt ook zijn deel. Tante Catharina met haar man Hans Haintz worden echter tot hun ontsteltenis gepasseerd in de verdeling. Grootmoeder had in haar testament bepaald dat hun deel rechtsstreeks naar hun kinderen zou gaan, waarschijnlijk omdat Hans Haintz bekend stond als  een man die het geld wel eens heel slecht zou kunnen investeren: 

“oom en Muttien haintz sijn gans niet te vreden dat de Moeder sal: [zaliger] gemackt heeft alles op haer [=hun] kinderen naem sal geschreven worden en sij so niet connen machtich worden. Tis wel wat absurt, maer soude ment hem ock laten regeren is wat bedenckelijck mits [hij] te vroom [goedgelovig, onnozel of net té doortastend] is, en ten deel vernegotieren mocht”.

Eindelijk, in maart 1665, een half jaar na de begrafenis, kan vader Heusch met enige opluchting aan Michiel mededelen:  “oom heijnst sijn kinderen hebben den hoff met de huijskens gelaten vor 5000 [Mark?] als moeder sal: die gestelt hadde, so dat alles in vrintschap is toegegaen”. Blijkbaar hebben oom en tante Haintz er ook vrede mee. De erfenisperikelen hebben kennelijk niet tot blijvende familietwisten geleid.  

De Heusch-brieven bevinden zich in HCA 30-223. De eerste transcripties van de aangehaalde brieven zijn gemaakt door Hetty Krol en Netty van Megen. Hetty Krol heeft zich nader in de familie Heusch verdiept en de toelichting bij deze brief van de maand verzorgd. Voor de leesbaarheid is de interpunctie in de citaten aangepast.

Literatuur

Zie de brief van de maand  augustus/september 2011. De stamboom van de familie Bosschaert

Laatst Gewijzigd: 02-02-2012