MA-specialisatie Taalkunde: de andere taalgeschiedenis
Wat spreekt er meer tot de verbeelding dan een enorme verzameling ongelezen brieven uit het verleden? Wat is er spannender dan als eerste in honderden jaren weer zo’n brief te lezen en een verhaal te vinden dat in oude woorden een vervlogen wereld schetst? Als student Nederlands heb je de mogelijkheid om met uitzonderlijk briefmateriaal te werken binnen het MA-specialisatiethema De andere taalgeschiedenis. Het zijn Nederlandse brieven die door de Engelsen gekaapt zijn en dus nooit hun bestemming hebben bereikt. Of je nu vooral taalkundig geïnteresseerd bent of nieuwsgieriger bent naar letterkunde en de cultuur-historische achtergrond van het Nederlands , dit specialisatiethema binnen de MA Nederlandse taal, afstudeerrichting Taalkunde, heeft je heel wat te bieden. Kijk voor meer informatie over aanmelden, toelatingseisen, deadlines ed. op mastersinleiden. Meer informatie over het programma vind je in de studiegids.
Wat doe je binnen De andere taalgeschiedenis?
Je verdiept je in een sociohistorische benadering van de zo geheten sailing letters, die afkomstig zijn van mannen, vrouwen en zelfs kinderen uit verschillende lagen van de samenleving. Hoe ziet het taalgebruik van die afzenders eruit? Weken zij af van de heersende taalnormen of gingen ze die juist volgen? Of gebruikten ze heel eigen taalnormen? Welke sporen van gesproken taal treffen we aan? Deze en andere intrigerende vragen kun je stellen aan dit authentieke brievenmateriaal dat een uitzonderlijke blik op het Nederlands van voorbije eeuwen biedt. Maar je kunt ook een andere richting uitgaan en een geselecteerd aantal specifieke brieven in hun cultuurhistorische context plaatsen en editeren. Bijvoorbeeld brieven die in de zeventiende of achttiende eeuw verstuurd zijn vanuit het Caraibisch gebied naar het thuisfront of vanuit Nederland naar de Oost.
Wie gingen je voor met MA-scripties?
Marysia van Arnhem en Juliette Sandberg zijn in 2009 aan de Universiteit Leiden afgestudeerd op heel verschillend onderzoek van de buit gemaakte brieven. Beiden werden ze al tijdens hun BA-studie enthousiast over de sailing letters die zij leerden kennen in de workshop Brieven als buit. Dat was de eerste workshop die Marijke van der Wal in 2007 organiseerde rond de prachtige collectie Nederlandse brieven in de National Archives in Kew. De vonk sprong bij allebei helemaal over in de MA-fase met twee mooie scripties als resultaat:
Marysia van Arnhem, “Schreft mij doch met alle gelegentheijdt”. Communicatie op afstand: zeventiende-eeuwse brieven van het thuisfront aan VOC-dienaars in Azië (Universiteit Leiden, april 2009).
Juliette Sandberg "Vergeet min niet te schrijven al gij kent." Een zoektocht naar Hollandse levens en taalnormen in zeventiende-eeuwsebrieven (Universiteit Leiden, september 2009).
Eerder al, in 2007 studeerde Tanja Simons af op achttiende-eeuwse sailing letters, namelijk twintig brieven van Aagje Luijtsen aan haar man Harmanus Kikkert, stuurman voor de VOC. Tanja Simons onderzocht voor haar scriptie o.a. welke invloed brievenboekjes (een populair genre in de achttiende eeuw) gehad hebben op Aagjes brieven. Deze scriptie werd in januari 2009 bekroond met de Scriptieprijs 2007 van de Werkgroep Achttiende Eeuw en draagt als titel: “Ik heb ook nu niet uijt my alderbest geschreven”. Invloed van het taalonderwijs op de brieven van Aagje Luijtsen, geschreven tussen 1776 en 1780 (Universiteit Leiden, juni 2007).
De sailing letters bevatten zoveel materiaal, dat je alle kanten uitkan met je scriptie! Als je de brieven interessant vindt, aarzel dan vooral niet om contact op te nemen met prof. dr. Marijke van der Wal of dr. Gijsbert Rutten om te bekijken wat voor jou een fascinerend scriptieonderwerp is.