Interview met Juliette Sandberg
Waarom werd je gegrepen door de gekaapte brieven?
Wanneer je de brieven onder ogen krijgt, lees je niet alleen persoonlijke verhalen, maar ook erg persoonlijke taal. Veel informele brieven bevatten namelijk ongecensureerd taalgebruik. Voor je echtgenoot hoefde je immers niet aan hoge taalnormen te voldoen. Door deze ‘echte’ taal, die vaak lijkt op gesproken taal, gaan de personen achter de brieven weer een beetje leven. Dat is waarom ik de brieven zo intrigerend vind, de oprechtheid die uit de persoonlijke correspondentie blijkt.
Wat was je schriptieonderwerp en wat voor onderzoek deed je daarvoor?
De taal van de brieven, afkomstig van personen uit verschillende maatschappelijke lagen, vormde het uitgangspunt voor mijn onderzoek. Een probleem is dat je voor de zeventiende eeuw niet bij voorbaat mag aannemen dat de afzenders hun brief zélf geschreven hebben. Met andere woorden, de taalnormen kun je niet zo maar toeschrijven aan degene die de brief gestuurd heeft. Het onderzoek dat ik heb gedaan bestond er daarom vooral uit om de scribent, de schrijver van de brief, te ontmaskeren. In sommige brieven verklapt de schrijver zelf wie hij of zij is. Bijvoorbeeld in een brief van de Rotterdamse Angenieten Cornelis (Oostvorendick). Zij stuurt haar echtgenoot Roellant Josten Oostvorendick in het najaar van 1664 niet alleen “twee niewen heemden met een paer kusen met een kam met een mes met drie nosdocken met een dassie met een sloepie”, maar ook “een kus aen den brief”. Het is zeer aannemelijk dat Angenieten haar eigen brief schreef, want er staat werkelijk een vlek waar zij haar zoen op het papier heeft gedrukt. Vaak is meer onderzoek nodig in gemeente- en stadsarchieven om achter de identiteit van de scribent te komen. Als je geluk hebt, kun je het handschrift in de brief vergelijken met de ondertekening van een officiële akte. De uitkomst van dat onderzoek valt geregeld heel anders uit dan je van te voren zou voorspellen…
Wat nu je bent afgestudeerd?
Ik heb het aanbod gekregen om een dag per week bij het onderzoeksproject Brieven als Buit aan de slag te gaan als assistent. Zo’n voorstel grijp ik natuurlijk graag met beide handen aan. Ik zal voornamelijk transcripties van de deelnemers aan Wikiscripta Neerlandica controleren. Bovendien mag ik zo nu en dan weer in de archieven duiken om meer te weten te komen over de personen achter de brieven.
Wat is je advies aan huidige studenten?
Probeer eens een brief. Vooral het lezen van zeventiende-eeuwse handschriften zal even wennen zijn. Je zult snel genoeg merken of je het iets vindt, of niet. Of je nu geïnteresseerd bent in de literair-historische of taalhistorische gegevens uit de brieven, misschien word je wel net zo verslaafd als ik.