Brief van de maand september 2010

Met z’n vieren één brief delen: ‘duijsent maal genagt van ons viere’

Het huidige wapen van Sint Eustatius (ontwerp Walter Hellebrand, 2004)

Het huidige wapen van Sint Eustatius (ontwerp Walter Hellebrand, 2004)

Stel je voor, je zit op Sint Eustatius – een piepklein eiland (21 km²) ver van huis - , het is 1780 en je wilt je vrouw in Gouda laten weten dat je het nog steeds goed maakt. Er is echter één maar: je hebt geen papier en je kunt niet of niet zo goed schrijven. Dan wordt het lastig, maar geen zee ging te hoog voor de vier Goudse mannen aan wie deze brief van de maand gewijd is.


De portokosten samen betalen

Misschien had één van hen een velletje papier, misschien bood één van de anderen wel aan de brief te schrijven, maar hoe het ook zij: op 9 november 1780 staken Jan van Leeuwen en Arie, Dirk en Frederik van der Burg de koppen bij elkaar om gezamenlijk een brief naar huis te sturen. De vier mannen waren in september 1780 op Sint Eustatius aangekomen. Dit kleine bovenwindse eiland, dat vanaf 10 oktober 2010 een bijzondere gemeente met zo’n 2800 inwoners binnen het Nederlandse staatsbestel zal zijn, was destijds een belangrijke doorvoerhaven voor de West-Indische Compagnie. Er arriveerden regelmatig meer dan 20 schepen op één dag en de bijnaam de Gouden Rots is veelzeggend. Met een van de vertrekkende schepen konden onze vier Goudse mannen een teken van leven naar de thuisblijvers sturen. Zo’n brief betekende portokosten voor het thuisfront, want, zoals gebruikelijk in die tijd, werden die kosten voldaan door de ontvanger(s). Dit kan een nogal Hollands motief zijn geweest om gezamenlijk een brief te versturen. Het was echter wel de bedoeling dat de vier vrouwen deze kosten zouden delen en om hierover geen misverstand te laten ontstaan, besluit de brief met de duidelijke boodschap: ‘en jij luij moet den brief met uw viere betalen’. 

Kaart van Gouda (Blaeu 1649), rechtsboven de Markt is de Cappenaarsteeg

Kaart van Gouda (Blaeu 1649), rechtsboven de Markt is de Cappenaarsteeg

Vier keer dezelfde hand én vier keer dezelfde inhoud

De vier mannen (waaronder waarschijnlijk drie broers of neven) nemen elk een stukje van de brief voor hun rekening en richten zich daarin tot hun eigen vrouw. Of zij ook daadwerkelijk de pen ter hand namen, is zeer de vraag. De brief lijkt geschreven te zijn door een en dezelfde persoon; misschien kon slechts één van hen goed genoeg schrijven. De inhoud van de vier stukjes is vrijwel identiek. Een voor een melden de mannen dat zij nog fris en gezond zijn en dat zij hopen dat hun vrouw het ook goed maakt. Meer hebben de stukjes eigenlijk niet om het lijf. Dat de mannen dan zeker verder niets te melden of niets meegemaakt hadden, zou een te snelle conclusie zijn, want de brief besluit met een gezamenlijke passage waaruit heel iets anders blijkt.

Nuchter over orkaangeweld

Bijna terloops wordt gemeld dat zij op 12 oktober hun ankers hebben moeten kappen vanwege een zware orkaan. Wie onze brief van de maand oktober 2009 heeft gelezen, weet hoe hevig het er destijds aan toe is gegaan. Deze orkaan, ‘the Great Hurricane’, voert nog steeds de lijst aan van orkanen met de meeste dodelijke slachtoffers in het Atlantisch gebied en ons brievencorpus bevat veel gedetailleerde, schokkende ooggetuigenverslagen. De vier Goudse mannen melden echter heel nuchter dat zij zonder ‘iet mankement’ weer fris en gezond op Sint Eustatius zijn aangekomen.

Briefschrijven is een kunst

Het heel summiere verslag van deze gebeurtenis zegt veel over de scribent. Blijkbaar had één van de mannen het (brief)schrijven maar nét voldoende onder de knie. Ook de vier al eerder genoemde stukjes die niet veel meer omvatten dan een standaardopeningsformule en dito groet, duiden erop dat de briefschrijver weliswaar geleerd had hoe men een brief schrijft, maar dat het in zijn geval slechts om de basisbeginselen ging. Hij had niet genoeg schrijfervaring om lang uit te weiden en was niet bij machte om zijn – toch heftige -  ervaringen in ‘papieren’ woorden om te zetten.

Opmerkelijkheden in de tekst

In de bijgevoegde transcriptie en foto's vallen vergissingen op zoals het weglaten van de h in open ‘hopen’. Dergelijke vergissingen komen wij voornamelijk tegen in Zeeuwse brieven, maar ze duiken zo nu en dan ook op in Zuid-Hollandse brieven. In het Zeeuwse dialect en ook in het dialect van Gouda wordt de h niet uitgesproken, wat voor de nodige verwarring kan zorgen als je een brief in Standaardnederlands probeert te schrijven. Af en toe gaat het goed zoals in hoe, behagt en gesontheid, maar vaak ook niet. Naast het weglaten van de h zien wij het (uit onzekerheid) toevoegen van een h waar die niet hoort zoals in heer waarde voor eerwaarde en houwe luij voor ouwe luij. Verder wordt ook regelmatig een h geschreven waar een a zou moeten staan zoals hls voor als, han voor aan, hlle voor alle en hnkers voor ankers. Die merkwaardige spelling wordt begrijpelijk vanuit kennis over het leren lezen en schrijven in die tijd. Bij het spellen werden de letters van het alfabet opgenoemd. Bij dat opnoemen hebben voor sprekers van zo’n h-loos dialect de h en de a dezelfde klankwaarde, namelijk een [a]. Dat kan ertoe leiden dat bij het spellen de <a> en <h> verwisseld worden. Behalve het optreden van de h in plaats van een a komt ook het omgekeerde voor in aeer waarde voor het drie keer eerder in de brief gebruikte heer waarde ‘eerwaarde’.

Een eenvoudige brief geeft ons dus de nodige informatie over de schrijfpraktijk en over de beperkte schrijfervaring van vier Gouwenaren in de West. Dat zij desondanks een gezamenlijke brief naar huis schreven, siert hen en ontroert ons. Jammer genoeg is deze brief nooit aangekomen, maar door kapers in beslag genomen. Laten we hopen dat Arie, Dirk, Frederik en Jan het niet bij deze ene brief hebben gelaten. En laten we vooral ook hopen dat zij weer ‘fris en gezond’ thuis zijn gekomen, waar zij, ongehinderd door de beperkingen van pen en papier, al hun belevenissen in geuren en kleuren konden vertellen.   

De brief bevindt zich in doos HCA 30-325. Een eerste transcriptie werd binnen Wikiscripta Neerlandica gemaakt door DickJan Braggaar. De toelichting bij deze brief van de maand werd verzorgd door Tanja Simons.

 

 

Laatst Gewijzigd: 21-09-2010