Brief van de maand november 2011
'Hebbe al menige traan om u gelaten'. Hartbrekende brief van een moeder aan haar zoon
Françoise Duparc (1726-1778), Femme à l’ouvrage
Ontroerende brieven zijn er genoeg in het Brieven als Buit-corpus. Toch geven wij aan die ontroering maar zelden toe. Het gaat ons immers om de taal in de brieven; het is niet de bedoeling dat wij ons af laten leiden door de treurige inhoud. En waarschijnlijk zijn wij daar ook te nuchter voor: huilen om andermans leed van ruim 200 of zelfs 300 jaar geleden. Toch ontkomen we er soms niet aan om ietwat van slag te raken na het lezen van een brief. Dit is er zo eentje: geschreven in januari 1781 door Laurentia Catharina Trotz-Spoors vanaf een plantage in Essequibo (in het huidige Guyana). Zij schrijft aan haar zoon Adriaan Christiaan Trotz die blijkbaar naar familie in Middelburg is gestuurd om onderwijs te volgen. Veel kansen zal hij daartoe in Essequibo niet gehad hebben.
Zes paar kousen en acht mutsen
De jongen is ziek geweest, de derdedaagse koorts (malaria), zo heeft zijn moeder Laurentia gelezen in zijn brief van oktober 1780. Deze ziekte hoeft Adriaan overigens niet opgelopen te hebben in Essequibo of tijdens de reis; bepaalde vormen van malaria kwamen destijds ook in o.a. Zeeland voor. Moeder Laurentia heeft al menige traan om hem gelaten en hoopt dat hij nu weer beter is. Het is ook nogal wat: hij in Middelburg, zij op de plantage in Essequibo, zo kan zij haar 'moederlijke pligt' niet aan hem 'betonen'. Inmiddels blijkt zijn zusje ook in Middelburg gearriveerd te zijn, wat beslist fijn moet zijn geweest voor Adriaan. Laurentia zegt hem goede moed te houden want 'het zal in korten geschi[e]den dat papa en mama' bij hem komen. Mogelijk hadden Laurentia en haar man, Mr. George Hendrik Trotz, directeur-generaal van Essequibo en Demerara, plannen om in de Republiek op bezoek te komen.
Voor het echter zover is, stuurt zij met haar brief nog enkele praktische zaken mee: zes paar kousen en acht mutsen. En dan te bedenken dat het hele pakket nooit in Middelburg is aangekomen… Met een ander schip komt er ook nog cacao en confituur aan en vader zal zorgen voor suiker en koffie. Helemaal onderaan de brief, na de groet en de ondertekening, staat een kort zinnetje dat het tragische van de situatie nog eens onderstreept: 'Ued[ele] is nu twaalf jaer oud geworden'. Deze brief is gericht aan een jongetje van twaalf!
Aanspreekvormen
De aanspreekvormen die Laurentia gebruikt, Ued[ele] en U, zetten ons door hun formele karakter aanvankelijk op het verkeerde been. Het zijn immers vormen die een hedendaagse lezer niet zo snel in verband zal brengen met de relatie tussen een moeder en een betrekkelijk jong kind. Uit recent onderzoek van ons achttiende-eeuwse brievencorpus blijkt echter dat met name de Ued[ele]-aanspreking destijds de meest gebruikte was, zeker in de hogere kringen, waartoe de familie Trotz behoorde. Om als moeder je zoon op die manier in een brief aan te spreken was dan ook eerder de conventie dan een teken van afstandelijkheid.
Een letterlijke afstand was er uiteraard wel: de 12-jarige Adriaan was immers al op jonge leeftijd min of meer afgesloten van zijn dierbaren en alleen per brief was er zo nu en dan contact mogelijk. Iedereen zal zich kunnen inbeelden hoe de jongen zich gevoeld moet hebben. En iedereen zal begrijpen waarom de briefschrijfster, Laurentia Trotz, zoveel tranen heeft vergoten. Wie gehinderd wordt door reserves, mag die gerust een keertje laten varen en het gemoed laten spreken. Bekijk daarvoor de foto’s van de brief op YouTube in combinatie met bijpassende muziek (I’m losing you van Kate en Anna McGarrigle). Een moeder mist haar zoon, tweehonderd jaar later op soortgelijke wijze verwoord:
But I’m writing you a letter
I’m sending you a kiss
I’m sending you some money to buy a pair of shoes
’cause you’ve grown out of the last ones
I know I’m losing you
[…]
I’m sending you some money
To buy a pair of socks
But you never wore ‘em anyhow
And a little money talks
[…]
I’m wishing you were here
To help me with these chores
Or just to build a fire
And we can sit and watch it as it roars
I’m sending you a letter
I’m sending you a kiss
Ook Laurentia Trotz had haar zoon liever in de buurt gehad. Zij heeft hem nu maar in haar hart omhelsd en besluit haar brief met: 'vaart wel, mijn lieve zoon, ad[ie]u, mijn lieve kint'.
De brief bevindt zich in HCA 30-329. Een eerste transcriptie werd binnen Wikiscripta Neerlandica gemaakt door Tjeerd Zaaijer. De toelichting bij deze brief van de maand is van Tanja Simons.