Brief van de maand maart/april 2012

Een Fries schrijft naar huis

Het kan soms raar lopen in de wereld. Toch ligt er verband tussen de Boston Tea Party in 1773 die twee jaar later tot de Amerikaanse Revolutie zou leiden en een brief die Tjebbe Rinkes op 27 oktober 1780 van Lissabon naar zijn vrouw Fok Sierds in Warns stuurde. Wat was het geval?


Mot met Engeland

Toen in 1776 de Amerikaanse kolonies zich onafhankelijk verklaarden, kon Groot Brittannië het er niet bij laten zitten, en stuurde troepen de oceaan over om de opstand te onderdrukken. Waar oorlog woedt, zijn wapens nodig, en het eiland St. Eustatius werd de spil in een levendige wapensmokkel met de opstandige staten, een doorn in het oog van de Britten. Die wrevel nam nog meer toe, toen Frankrijk in 1778 openlijk de kant van de Amerikanen koos en daarmee de facto Brittannië de oorlog verklaarde. Steeds meer gingen Britse oorlogsschepen ertoe over Nederlandse handelsschepen op wapensmokkel te controleren. De grootste klap werd toegediend op oudejaarsdag 1779: een handelsvloot van 300 schepen, begeleid door een eskader oorlogsschepen onder bevel van schout-bij-nacht Van Bylandt, werd door de Engelsen tot overgave gedwongen. De genomen schepen werden ingezet als wisselgeld in een politiek spel met de Staten-Generaal: Holland moest afzien van het vervoer van welke handelswaar dan ook die aangemerkt kon worden als oorlogsmateriaal.

Opgebracht tegen wil en dank

Commodore George Johnstone

Commodore George Johnstone

Overal langs de kust van Europa, van de Oostzee tot de Levant, was een druk verkeer van kleinere vrachtschepen. Zo’n schip was ook De Zeelust van schipper Tjebbe Rinkes, een driemastgaljoot, een platbodem van ongeveer dertig voet lang. In het voorjaar had Rinkes in Porto Maurizio (niet ver van San Remo) olijfolie ingeladen waarna hij op weg ging naar Le Havre om de vracht daar af te leveren. Zo ver zou het schip voorlopig niet komen. Op 1 april werd een groepje Hollandse vrachtvaarders, waaronder De Zeelust, bij Kaap St Vincent (Algarve) aangehouden door twee schepen van het eskader van Commodore George Johnstone. De scheepspapieren en vrachtbrieven werden ingevorderd en de schepen opgebracht naar Lissabon en daar aan de ketting gelegd. Hoe de vertegenwoordigers van de Staten van Holland in Portugal ook protesteerden en argumenteerden dat de schepen allemaal geladen waren met “vrye Goederen, niets inhoudende van Contrabande”, volledig in overeenstemming met het handelsverdrag van 1674, met name “articul vier van hetzelve Tractaet”, het mocht niet baten. Pas toen Johnstone in juli besloot de lading te verkopen, greep de Portugese overheid in. Hoewel de kwestie diverse malen ter vergadering van de Staten van Holland aan de orde werd gesteld, zit Tjebbe eind oktober nog steeds in Lissabon, wanneer hij zijn vrouw Fok weer eens een brief schrijft.


Gelukkig is er post

Tjebbe was daar trouw in. In de ons overgeleverde brief maakt hij melding van de route die eerdere brieven hadden gevolgd. Op 26 september had hij een brief voor Fok kunnen meegeven aan vriend Atte Hilles Jager en 6 oktober had hij haar via Luitjen de Koe een brief gestuurd, samen met een “mattie [=matje, mandje] vijgen”, als antwoord op “ue. aangenaame” brief van 30 augustus, die 29 september was aangekomen. Gedwongen tot nietsdoen, maakte Tjebbe van de nood een deugd: ook naar zijn broer Auke, die hem geschreven had op 17 oktober in “goede welstand” in “Mallega” te zijn aangekomen, had hij al twee keer een brief gestuurd.

De haven van Lissabon in 1730

De haven van Lissabon in 1730

Als hij klaar is met z’n verslag van de situatie in Lissabon, richt Tjebbe zijn aandacht op het huiselijke. Hij hoopt van zijn vrouw een brief te krijgen waarin ze meldt van de “koors” verlost te zijn, “het welke mijn seer lief & aangenaam soude sijn” (voor het gebruik van mijn zie Brief van de maand juni/juli 2011 ). Fok krijgt de raad: “onse kinders moet gij maar braaf op school houde & seg dat vaader het seit”. Als “onse kleine broekman” [= jongetje dat pas voor het eerst een broek aan heeft] zijn best doet, “sal vaader (...) jnt voorjaar appelsienen meede neeme”. Merk op dat Tjebbe hier (jnt) en ook elders in zijn brief het teken j voor de [i] hanteert. Op dit punt aangekomen, wil Tjebbes pen “niet meer floeije” en eindigt hij met een reeks groeten aan vrienden en familie, maar bovenal aan “mijn beminde & seer waarde van harten beminde jonge vrou (...) jn hoope dat wij malkanderen haast [=spoedig] in eene goede welstand moogen omhelsen”. Hij ondertekent met “ue van harten geneegene MAN: Tjebbe Rinkes”.

Frysk foar mem

Wie denkt dat de brief af is, vergist zich, want nu pas komt de grote verrassing. Tjebbe richt zich tot zijn moeder, Yk Sipkes, en hij doet dat in het Fries:

Alser hete oer us saaken voorfalt, mim, dan sol ik dij aanstons per post schriuve, der keste vest, bij alle wolwessen, staat op maitie. Dit is, leeu ik, wol het toolfde of het 13 brief al, der ik dij hier vandenne stierd heb. Ik tienke dat ik en goe nemme bij de vroulie te Wans sol krije, omdat ik so trou schriu. Is dat zo nit, leeu? Ja, zeij? Ik woel wol datter appelsienen te kryen wieren, dan soel ik dij aanstons hette stiere, marjer binne er net te krijen. Jette ris van mij, min leeve, gegroet. Us Pitter dweit dij ek groeten & oen Hidde & Haauk & oen Ick & Aag.

“Als er iets over onze zaken voorvalt, moeder, dan zal ik je meteen per post schrijven, daar kun je vast, bij alle welwezen, staat op maken. Dit is geloof ik wel de twaalfde of 13e brief al, die ik je hiervandaan geschreven heb. Ik denk dat ik een goede naam bij de vrouwen in Warns zal krijgen, omdat ik zo trouw schrijf. Is dat niet zo, lieverd? Ja, toch? Ik wou dat er sinaasappels te krijgen waren, dan zou ik je meteen wat sturen, maar hier zijn er niet te krijgen. Noch eens van mij, mijn lieverd, gegroet. Onze Pitter doet je ook (de) groeten en aan Hidde en Haauk en aan Ick en aan Aag.”

De adressering van Tjebbes brief

De adressering van Tjebbes brief

Dat Tjebbe Rinkes een Fries was ligt er dik bovenop: zijn vrouw heet Fok Sierds, z’n broer Auke, hij geeft een brief mee aan Atte Hilles, een zekere Scholte Sipkes (familie van moeders kant?) heeft hem aan boord bezocht en Fok moet de groeten doen aan diens ouders. Als hij zijn vrouw schrijft, gebruikt hij het Hollands, maar nu hij zijn moeder in gedachten voor zich ziet, vloeit de ‘memmetaal’ als vanzelf uit zijn pen. Nou ja, niet helemaal vanzelf: “Us Pitter” is verbeterd uit “Ons Pitter”. De toen 16-jarige Pitter was zijn enige zoon uit een eerder huwelijk en hij was kennelijk mee met vader. Zijn tweede vrouw Fok zal hij daarom wel mijn “jonge vrou” noemen. Hidde, Haauk, Ick en Aag moeten jonge verwanten zijn geweest.

Naschrift

Gezicht op het dorpje Warns. Collectie Fries Museum

Gezicht op het dorpje Warns. Collectie Fries Museum

Na dit stukje Fries uit de Zuidwesthoek (zoals blijkt uit de typische vorm dweit voor ‘doet’, in plaats van docht dat elders in Friesland gebruikt wordt) heeft Tjebbe toch weer inspiratie voor een mededeling gekregen. Hij geeft Fok het advies de kachel, nu het gauw kouder wordt, “braaf” op te stoken, “& siet maar dat gij bij tijds goed flees & spek inde kasjs [= kassies: (voorraad)kasten] krijgt. Dat is beeter als soo veel waateragtige aardappelen te eeten, daar, ik denke, dat veel koors uit voort komt”.

Er zijn maar weinig Friese brieven overgeleverd uit de achttiende eeuw, en zeker geen van zo’n huiselijke aard, dus elke nieuwe brief die ontdekt wordt is van belang. Wat Tjebbes brief extra interessant maakt is de taalwissel: Tjebbe schrijft z’n vrouw in het Nederlands, mar hy brûket Frysk foar syn mem. Voer voor sociolinguïsten!

Tjebbe is gelukkig weer bij Fok thuis gekomen en stierf, ongeveer 72 jaar oud, in 1811 als vermogend weduwnaar in Warns.


De brief van Tjebbe Rinkes  bevindt zich in doos HCA 32-371-1. De toelichting bij deze brief van de maand is geschreven door Rolf Bremmer met advies van Jan de Vries en Philippus Breuker. Een eerste transcriptie van deze brief werd binnen Wikiscripta Neerlandica gemaakt door Dick-Jan Braggaar. Voor de begrijpelijkheid is in het Friese fragment en in de overige citaten het hoofdlettergebruik aangepast en is ook enige interpunctie toegevoegd.

Literatuur

Resolutiën van de Heeren Staten van Holland en Westvriesland voor 1780.

Kanttekeningen

Hidde, Haauk en Ick zijn kinderen van Sierdt Hiddes en Trijn Idtzes te Warns. Ze worden tussen 1761 en 1770 geboren en zijn dus leeftijdsgenootjes van Pitter. Bron

Laatst Gewijzigd: 14-03-2012