Brief van de maand juli/augustus 2010

Gevoel voor drama: een bijdehante schippersvrouw in elf brieven en één akte

De notariële akte

De notariële akte

In deze ‘Brief van de maand’ staat de schippersvrouw Lijsbeth Phlipse Amelingh centraal. We leren Lijsbeth goed kennen omdat we beschikken over elf brieven van haar naar haar man Lucas Lourisz Pruijs. Deze brieven geven een mooi beeld van Lijsbeths drukke bezigheden, maar vooral ook van haar pittige karakter. Bovendien zorgt een speciale vondst tussen Lucas’ paperassen ervoor dat we nog op een tweede manier een inkijk krijgen in het leven van deze eigengereide vrouw. Tussen de zakelijke en persoonlijke correspondentie ontdekten we een akte waarin wordt verhaald over een ruzie tussen Lijsbeth en een zekere Grietje Everts waarbij de laatste geen gedurfde beledigingen schuwde.


Een echte schippersvrouw...

Lijsbeths man Lucas is schipper bij de koopvaardij en maakt reizen naar de Straat , een oude benaming voor het Middellandse Zeegebied. Als een rechtgeaarde schippersvrouw houdt Lijsbeth zich bezig met de handel van haar man en alles wat hij nodig heeft op zijn reis. Zo stuurt ze hem een lijstje met al het geld dat ze hem al voorgeschoten heeft voor zijn zaken, waaronder 4 gulden voor de schipper die hem naar Texel heeft gevaren, 3 gulden voor boeken, papier, pennen en inkt, 5 gulden voor psalmboeken en een “preedickasieboeck” en 1 gulden voor een fles limoensap. Ze onderhoudt ook contacten met zijn handelspartners in Amsterdam en drukt haar man honend op het hart om deze keer wél op de centen te letten. Om brood op de plank te krijgen drijft Lijsbeth zelf een tabakswinkeltje. Dit weten we omdat ze in een brief klaagt over concurrentie bij de buren:

“vort [verder] laet ijck wete als daet daer noch en tebacht wijnkel [tabakswinkel] gekomen ijs op mijn ander sij [aan mijn andere kant] en geft ens so vel [evenveel] als ijck en doen mijn verdijet [verdriet] daer me aen. Maer dije daer algegaen hebben [de mensen die daar al geweest zijn] komen al weder om bij mijn daer om [komen opnieuw bij mij hun spullen kopen]”

Een zeventiende-eeuwse tabaksdoos met zicht op Amsterdam.

Een zeventiende-eeuwse tabaksdoos met zicht op Amsterdam.

... en een pittige tante

Straats aardewerk

Straats aardewerk

Lijsbeth is zelfstandig en regelt haar zaakjes goed zolang haar man op zee is. Maar ze is duidelijk ook geen katje om zonder handschoenen aan te pakken: ze is heel erg trots , bijna afgunstig en krijgt graag haar zin. Zo draagt ze haar man op (van vragen is bijna geen sprake meer) om aardewerk mee te brengen van zijn reis. Dit wil ze niet zozeer omdat ze het mooi vindt, maar vooral om indruk te maken op de andere vrouwen:

“sy [een vriendin] liet myn soo veel raer [bijzonder] straets aerde werk [aardewerk uit het Middellandse Zeegebied] sien dat ik verwondert was ende als ul met lief weder comt , soo moet ul niet vergeten of brenght my mede wat straets werk [Straats aardewerk] mede dat ik ook seggen mach: dat heeft myn man myn mede uyt de straet gebrocht”

Verder heeft Lijsbeth bijzondere retorische talenten en die wendt ze vaak aan om haar man te laten weten dat ze ergens helemaal niet tevreden over is. Zo klaagt ze er in bijna elke brief over dat Lucas haar veel te weinig brieven schrijft en dat hij het brieven schrijven zelfs waagt over te laten aan zijn (volgens haar erg onbekwame) schrijver. Om haar man emotioneel te raken , spreekt ze in één passage over hem met het onpersoonlijke ‘men’. Dit schept afstand tussen de echtelieden en maakt haar klaagzang heel pathetisch:

“ijck scrijf ul sulke brijeve en bijd [vraag]  u so vrijndelijck dat ul mijn toch alle geleheijt [gelegenheid] sal late weete, maer daer woort [wordt] nijet eens om gedocht [gedacht]. Godt beetert, men denckt: uijt de ooggen, uijt het hart. Men ijs nu te Vennessen [Venetië],  men heft nu wat anders ijn hooft.  Men denckt nu weijnijch om mijn.”

In een andere passage vertelt ze dat ze de wisselbrieven voor de vrouwen goed ontvangen heeft en sarcastisch voegt ze daaraan toe:

“Dat ijs nu gelede vijer wecke [weken]. Daen lach ijck so sijck [ziek], maer daer was doen [toen] gen tijt om mijn eens te scrijve.” 


Van ruzie en roddels tot peis en vree

'Een notaris in zijn kantoor' van Job Adriaensz Berckheyde

'Een notaris in zijn kantoor' van Job Adriaensz Berckheyde

We kunnen ons gemakkelijk voorstellen dat Lijsbeth met haar scherpe tong wel eens ruzie heeft met anderen. Het is echter niet Lijsbeth die de hardste woorden spreekt in de in een akte geregistreerde ruzie (zij kan haar woede ongetwijfeld wel geraffineerder laten blijken), maar de herbergiersvrouw Grietje Everts. Grietje heeft Lijsbeth immers achter haar rug en in haar bijzijn uitgescholden voor “jodenhoer, portugijse [Portugese] hoer ende eedbreeckers hoer.” De echtgenoot van haar ‘slachtoffer’ heeft ze daarenboven ook nog eens uitgemaakt voor “hoornbeest”, een bedrogen man. Dit zijn niet de geringste beschuldigingen. In de zeventiende eeuw kan iemand voor overspel en ontucht in principe immers zwaar bestraft worden. De roddelpraatjes die ongetwijfeld zullen zijn voortgevloeid uit Grietjes beschuldigingen, zouden dus wel eens nare gevolgen kunnen hebben voor onze schippersvrouw.

Blijkbaar heeft Grietje zich dit wel gerealiseerd en daarom gaat ze ook op 5 juli 1663 samen met Lijsbeth naar notaris Jacobus Hellerus. Grietje heeft berouw en wil haar scheldwoorden terugnemen. Ze verklaart dat ze de lasteringen in een uitbarsting van woede heeft geuit en dat ze stuk voor stuk gelogen zijn. Met dit officiële document kan Lijsbeth zich indekken tegen aanklachten en kan ze eventuele roddels weerleggen. De notaris tekent op dat beide vrouwen te kennen geven dat ze van elkaar niets anders weten dan eer en deugdzaamheid en dat ze zich verzoenen.

Eind goed, al goed dus voor onze doortastende schippersvrouw. Haar relatie met Lucas mag dan niet altijd over rozen lopen en ze mag dan wel behoorlijk eigengereid zijn, een echtbreekster is ze niet. Dat hebben we zwart op wit.

De hier besproken brieven bevinden zich in dozen HCA 32-1823, HCA 32-1845-2, HCA 30-224.  Eerste transcripties  werden gemaakt door José de Bree, Renaat Gaspar, Fred Kluit, Netty van Megen, Chrisje Meima,  Arie Pos  en Renske Siemens. Deze toelichting werd verzorgd door Judith Nobels.


Laatst Gewijzigd: 21-07-2010