Going Dutch. The Construction of Dutch in Policy, Practice and Discourse (1750-1850)

In het publieke discours worden Nederlands zijn en Nederlands kunnen vaak nogal gemakkelijk aan elkaar gekoppeld. In dit project gaan we na waarom die koppeling zo gemakkelijk wordt gemaakt door de historische wortels ervan te onderzoeken.

Going Dutch

In het publieke discours worden Nederlands zijn en Nederlands kunnen vaak nogal gemakkelijk aan elkaar gekoppeld. In dit project gaan we na waarom die koppeling zo gemakkelijk wordt gemaakt door de historische wortels ervan te onderzoeken. De link is een vrij recent historische verschijnsel, dat we moeten situeren in de decennia rond 1800, in de beginperiode van het Europese nationalisme en de natievorming. Taalplanning was in die tijd niet primair gericht op buitenlanders en buitenlandse talen, maar op de integratie van “autochtone” minderheden in “de Nederlandse natie”. In deze periode nam de verspreiding van het Standaardnederlands ten koste van andere variëteiten zeer toe ten gevolge van een nationalistische ideologie van homogenisering. Het Leitmotiv van het project is de spanning tussen enerzijds het officiële en van overheidswege gepromote Standaardnederlands – denk aan Siegenbeek en Weiland – en anderzijds de “niet-standaard” variëteiten, in een fundamentele fase van de Nederlandse natievorming.

In het project willen we de bronnen van taalkundig nationalisme blootleggen door ons te concentreren op de periode 1750-1850. Er zijn drie onderzoeksthema’s. Ten eerste zullen we nagaan hoe er in het publieke en academische discours een oppositie werd gecreëerd van “standaard” en “niet-standaard” Nederlands. Verder onderzoeken we hoe die tegenstelling het taalonderwijsbeleid, dat gericht was op verspreiding van de “standaard”, beïnvloedde en vormgaf. En ten slotte gaan we in een corpusstudie van o.a. egodocumenten ook na of het taalonderwijsbeleid enig effect heeft gehad op het taalgebruik.

Vanwege de focus op 1) ideeën over talige diversiteit, 2) de implementatie van die ideeën in het taalonderwijsbeleid en 3) de effectiviteit van het beleid is dit project niet alleen relevant voor de historische taalkunde en de sociolinguïstiek, maar ook voor het historische debat over nationalisme.


Laatst Gewijzigd: 02-07-2013