Ton Harmsen bereikt de 25.000 pagina’s met zijn website: ‘Ik wil zo groot mogelijk worden’

Dr. Ton Harmsen, docent en onderzoeker aan de opleiding Nederlandse Taal en Cultuur, werkt al vijftien jaar lang in relatieve stilte aan een website met daarin overzichten, foto’s en transcripties van vroegmoderne Nederlandse en Nederlands-Neolatijnse literatuur. Onlangs is hij de 25.000 pagina’s gepasseerd. Deze mijlpaal laten we niet onopgemerkt voorbijgaan. Tijd om Ton Harmsen aan het woord te laten.

Waar staan die 25.000 pagina’s precies voor?
Dat getal verwijst naar het aantal unieke pagina’s binnen de website. In lengte verschillen die pagina’s nogal van elkaar. Op de ene staat een volledig boek en kan je duizend ’schermen’ naar beneden scrollen. Op de andere pagina staat slechts een foto van één bladzijde uit een oud boek. Ik heb de tekst van de Wetsteen der vernuften (1644) van Jan de Brune op één pagina staan, en de facsimile van het boek op ruim 400. Dus wat zegt het? In ieder geval dat het veel is!

Hoe is het allemaal begonnen?
De faculteit had eind jaren tachtig de werkgroep Alfa-Informatica. Daar praatten we over welke compuerprogramma’s er waren en wat je daarmee kon doen. We experimenteerden toen al met hypertext: met HyperCard kon je links maken voordat er html was. Ik wilde van al die papiertroep af en dacht na over oplossingen. Toen het internet eenmaal kwam waren wij er helemaal rijp voor. Ik vroeg de faculteit om een eigen mapje op de server. Dat is sindsdien uitgegroeid.

Wat staat er zoal op de website?
De drie centrale projecten zijn: Ceneton, de Census Nederlands Toneel met gegevens over alle Nederlandse toneelstukken tot 1803; Heinsius, de site met informatie over Nederlandse Neolatijnse literatuur; en Ursicula, waarin door Paul Dijstelberge gemaakte foto’s van oude boeken zo gepresenteerd worden dat je de katernen en het geschepte papier er nog in kan herkennen.

Welke pagina’s zijn zeker een bezoekje waard?
De drie mooiste pagina’s die ik heb zijn de Groeipagina van Ceneton, een pagina die de bezoeker uitnodigt een bijdrage aan het transcriptiewerk te leveren. Verder beleef ik veel plezier aan het Gedicht van de dag, om twaalf uur ’s avonds verschijnt daar steeds automatisch een nieuw gedicht. Mijn lievelingsdichter is Horatius, dus ik werk graag aan de bladzijde met de tekst van alle Nederlandse Horatiusvertalingen. Een bibliografie van Horatiusvertalingen bestond al, maar hier verschijnen voor het eerst alle Nederlandse teksten − tot 1800 − die op Horatius teruggaan. Alle pagina’s zijn te vinden via de voorkeurenpagina van de opleiding: http://www.hum2.leidenuniv.nl/Dutch

De drie grootste pagina’s die ik heb zijn de lijst van Nederlandse toneelstukken, de Colloquia van Erasmus (de vertaling van 1634), en de Engelse vertaling van Vondels Altaergeheimenissen (1645).

De drie mooiste lijsten die ik heb aangelegd zijn de lijst van Nederlandse Erasmiana, de lijst van heldinnenbrieven, waar Olga van Marion veel informatie voor heeft aangeleverd, en de lijst van Nil Volentibus Arduumdrukken, die op grond van het boek van Berry Dongelmans is opgezet.

Wat betekent Ceneton voor anderen?
Er wordt heel veel gebruik van gemaakt. Ik merk het aan de verzoeken en vragen die ik krijg. Ook zijn er mensen uit andere steden, zelfs uit het buitenland, die mij teksten toesturen. Er zijn via Ceneton een kleine 200 toneelstukken uitgegeven. Een aantal daarvan is mij gewoon toegestuurd door mensen waar ik nog nooit van gehoord had. Die schijnen opeens te zien dat je publicatiemogelijkheden hebt. ‘Bent u ook geïnteresseerd in dit of dat?’, vragen ze dan. ‘Stuur maar op’, mail ik terug. Ik publiceer het graag. Ik zorg dat het er allemaal netjes uitziet en van html voorzien wordt. Natuurlijk niet zonder het eerst na te kijken. Maar mensen ontdekken ook dat hun voorvader boekhandelaar was, of dat er een toneelstuk over Breda bestaat.

U kijkt ook regelmatig teksten na op Wikipedia, hoe zit dat precies?
Twee jaar geleden liet ik studenten een nota schrijven over kluchten. Er stond de meest baarlijke nonsens in. Maar wel allemaal dezelfde onzin. Toen ik het op ging zoeken, bleek het zo op Wikipedia te staan. Wikipedia blijkt veel meer invloed te hebben dan welke dissertatie of welk handboek dan ook. Ik heb daar de onzin uit gehaald en belangrijke gegevens erin gebracht. Natuurlijk binnen de grenzen van Wikipedia, waar je met de andere redacteuren rekening moet houden. Je ziet een wereld van verschil voor en na mijn aanpassingen. Een jaar later had ik weer een nota over kluchten en daar stond het historisch-letterkundige verhaal precies in. Een aantal pagina’s die voor mij belangrijk zijn, die van Erasmus bijvoorbeeld, controleer ik regelmatig. Ook heb ik zelf pagina’s aangemaakt, bijvoorbeeld van het kunstgenootschap Nil Volentibus Arduum.

Wat is het belang van Ceneton?
Er verschijnen nauwelijks nog edities van toneelstukken in boekvorm. Misschien maar eens in de vijf jaar. Die uitgevers zijn allemaal wanhopig want ze verkopen niets. Boekhandels hebben voor wetenschappelijke neerlandistiek geen enkele belangstelling. Het is gewoon niet meer van deze tijd. Digitaal publiceren is de enige manier om toneelstukken uit te geven. Daar is dan weer wel veel belangstelling voor! Mensen googelen even en komen dan bij mij terecht. Doordat ik veel informatie aanbied, worden mijn pagina’s gemakkelijk gevonden.

Wat zijn uw ambities met Ceneton?
Ik wil zo groot mogelijk worden. Ik streef daarbij naar twee dingen. Kwantiteit, dus dat ik zoveel mogelijk teksten heb. En naar kwaliteit. Voor mij betekent kwaliteit dat de teksten die ik uitgeef, zo dicht mogelijk bij de originele bron liggen. Niet alleen de tekst maar ook de lay-out wordt zo nauwkeurig mogelijk overgenomen.

Komt dat wel ten goede aan de gebruiksvriendelijkheid van de database?
Ik wil de moderne gebruiker laten kijken met zeventiende-eeuwse ogen. Als ik gebruiksvriendelijke − dat wil zeggen in hapklare brokken ingedeelde − transcripties zou publiceren, zou dat beeld blijven hangen. Ik wil dat de mensen kunnen zien wat er in de zeventiende eeuw ook te zien was en dat ze daar de schoonheid van kunnen ervaren: de typografie was heel betekenisvol en heel kunstzinnig.

Lukt dat?
Weet ik niet. Maar het is wel de reden dat ik het zo doe. Heel anders dus dan de dbnl. Daar hebben ze alles vermalen en gelijk getrokken. Of je daar nou een tekst van Maerlant of Mulisch leest: het heeft allemaal dezelfde achtergrondkleur, hetzelfde lettertype, en alles staat op dezelfde plaats. Het is een keuze. Je kan zeggen: ‘dit is ons format en daar proppen we alles in’, maar ik heb geen vast format, want ik wil altijd de lay-out van mijn bron overnemen.

Hoe lang gaat u nog door met het bijhouden van de database?
Nog een jaar of dertig. Het voordeel is dat je hier vanaf elke locatie aan door kan werken. Alles wat je nodig hebt, is internet en af en toe eens een oud boek. Ik heb thuis nog een paar honderd oude boeken liggen. Dus zelfs als ik mijn huis niet meer uitkan, kan ik nog jaren door!


Laatst Gewijzigd: 05-04-2012