“Je werd al gepubliceerd als je Zuid-Afrikaans ademde”

Forum - 15 september 2009

Op een van de laaste zomeravonden van het jaar wachten wat groepjes mensen verspreid over de tuin van de Oude UB. Samen vullen ze de hal, maar helemaal vol is het niet. Na het gastschrijverschap van de alom bekende Arnon Grunberg heeft Leiden met Marlene van Niekerk een relatief onbekende gastschrijver aangesteld. Het gesprek dat zij vanavond voert met Jaap Goedegebuure en een blik op haar erelijst leert ons echter dat we te maken hebben met een grote naam.

door Sjaak Baars


De Zuid-Afrikaanse schrijfster Marlene van Niekerk wordt, hoewel bij het grote publiek nog niet helemaal bekend, reeds meer gelezen in Nederland dan in haar thuisland. “Dat is een puzzel waar ik veel over na moet denken.” Ze heeft dan ook al wat van haar laten horen in Nederland: ze studeerde filosofie in Amsterdam, deed vorig jaar mee aan het Writer in Residence project in Amsterdam, was tevens gastschrijver in Utrecht en zal later dit jaar in Tilburg een eredoctoraat ontvangen. Nu mag Leiden met haar kennis maken. 

In een ontspannen gesprek met Jaap Goedegebuure, hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde, vertelt Van Niekerk over haar schrijverscarrière. Via de poëzie, en het korte verhaal bereikte ze haar doorbraak met een paar grote romans als Triomf, Agaat en Memorandum. “Dit is geen bewust pad dat ik bewandel. Dat ik wissel van medium en register is misschien om te camoufleren dat ’t allemaal om dezelfde zaak gaat. Welke? Dat zeg ik niet. Dat is aan jou (Jaap Goedegebuure, SB.) om vanavond uit me te krijgen.”

Van Niekerk debuteerde al op zeer jonge leeftijd. Iets wat ze haar studenten afraadt. “Ik was jong en onnozel. Studenten moeten wachten tot hun werk écht goed is. In mijn tijd werd je al gepubliceerd als je Zuid-Afrikaans ademde.”

Al snel wordt duidelijk dat Van Niekerk zich thuis voelt. Het gesprek is vriendelijk, en er wordt gelachen. “Interessant om zo te zitten en te horen hoe je het opsomt”, zegt ze wanneer Goedegebuure een van haar boeken samenvat. Maar in een gesprek met Van Niekerk is er altijd die ernst. Haar moeilijke band met haar thuisland komt al snel aan bod. Ze schreef er over in haar boeken. “Toen ik in 1985 terug kwam in Zuid-Afrika, voelde ik dat ik iets moest zeggen.” Toch noemt ze haar verhalen geen politieke verhalen, maar satirische. Ze schrijft in metaforen over zaken waar ze haar ogen niet voor sluit. “Wij hebben nog heel veel niet verteld in dat land. Ik wacht nog op een grote roman over de Zuid-Afrikaanse Grensoorlog. Er is wel wàt gedaan, maar dat gaat nog niet ver genoeg.”

Zelf zal Van Niekerk die roman niet schrijven. “Ik heb hard geprobeerd Afrikaners te begrijpen, maar het is niet gelukt. Ik heb geen model meer om het te interpreteren. Ik ben nu terug bij de lyrische poëzie en hierna wil ik een liefdesroman schrijven.”

Marlene van Niekerk: "Mijn boeken zijn ook allegorieën over het schrijven. Een boek moet ook altijd gaan over hoe het gemaakt is."


Creatief Schrijven

In haar thuisland is Marlene van Niekerk hoogleraar Creatief Schrijven aan de Universiteit van Stellenbosch. In Leiden zal ze dit vak ook geven aan een select groepje studenten. Ook al wordt er in Nederland wat sceptisch tegenaan gekeken, toch is het een serieus en moeilijk vak. “Het is heel lastig te leren. Gelukkig weet ik vanuit mijn ervaring wel wat studenten nodig hebben. Ik kan ze bepaalde oefeningen voorschrijven. Bijvoorbeeld: beschrijf hoe je loopt van je kamer naar het station. Wat zie je? Studenten zijn vaak verbaasd over wat ze dan allemaal kunnen opschrijven.”

“Ik zeg altijd dat ze eerst een documentje aan moeten maken met als titel Deeg. Daarin zet je alles waar je maar aan denkt. Liefst als je nog half in slaap bent. Dan schrijf je vijf zinnen om te beginnen en ga je naar de bibliotheek. Je gaat van het ene boek naar het andere. Veel lezen, tot je op iets stuit dat erg verrast.”

Ondanks haar honger naar literatuur wil Van Niekerk tijdens het schrijven lang niet alles weten van haar verhaal en personages. “Je moet ongeveer een idee hebben waar het over gaat, maar niet te veel proberen te weten. Je onbewuste moet je vertrouwen, maar je hoofd moet je niet verliezen. Als je alles weet wordt je een uitvoerder van je eigen plannetjes en dat is vervelend. Schrijven is al eenzaam genoeg. Je moet jezelf kunnen verrassen.”

Schrijven is voor haar dan ook een proces waarin je niet je bedoeling opschrijft, maar juist dat wat je niet bedoelt. Goedegebuure merkt op dat zij zich hiermee aansluit bij de gastschrijver van vorig jaar, Arnon Grunberg, die stelde dat iedere tekst iets verraadt. Van Niekerk: “Mijn boeken zijn ook allegorieën over het schrijven. Een boek moet ook altijd gaan over hoe het gemaakt is.”

Wat Van Niekerk haar studenten met name wil leren is een kritisch lezer te worden van het eigen werk. “Je moet op je eigen schouder zitten en met een scheef oog naar je werk kijken.” Verder staat haar studenten in Leiden een behoorlijke klus te wachten. “Lees vooral de grote schrijvers. Kijk hoe ze zinnen in elkaar zetten. Ik heb voor de studenten dan ook een flinke leeslijst opgesteld.”  
 

1977 Sprokkelster (gedichten)
1983 Groenstaar (gedichten)
1992 Die vrou wat haar verkyker vergeet het (korte verhalen)
1994 Triomf (roman)
2004 Agaat (roman)
2006 Memorandum: ’n verhaal met skilderye (roman) 


Agenda

  • Op dinsdag 29 september 2009 's avonds gaat Marlene van Niekerk in gesprek met hoogleraar Moderne Beeldende Kunst, prof. Kitty Zijlmans.
  • Op 15 oktober houdt Marlene van Niekerk vanaf 20.00 uur de Albert Verwey-lezing 2009 onder de titel De vriend. Mimesis, poësis, parodie: de verantwoordelijkheid van de verbeelding en de grenzen van de fotografie in roerige tijden.

Zie verder: www.gastschrijver.leidenuniv.nl


-------------------------

Lees meer: Inhoudsopgave Forum 9e jaargang, nummer 5

Laatst Gewijzigd: 06-10-2010