“De universiteit is een feodaal systeem: hoogleraren en gewone burgers”

Forum - 5 november 2009

Rint Sybesma

Rint Sybesma

Deze zomer werd Rint Sybesma benoemd tot hoogleraar Chinese taalkunde. Een logische stap in zijn carrière, maar geen stap die je zomaar kunt zetten. Een gesprek over de ‘blije’ kanten van zijn vak, en de harde kanten van het systeem aan de universiteit: “Ik had geen zin om de rest van mijn tijd hier als tweederangs burger door te brengen.”

door Sjaak Baars


U hebt in Leiden Chinees gestudeerd. Waarom Chinees?
"Ik wilde taalkunde gaan studeren, maar dat kon in die tijd nog niet vanaf het eerste jaar. Algemene Taalwetenschap was een zogenaamde “kopstudie”, je moest eerst je kandidaats halen in een andere studie. Toen ben ik maar een taal gaan studeren die het meest leek te verschillen van de talen die ik op school al gehad had: het Chinees. Ik was helemaal niet geïnteresseerd in China of Azië ofzo, maar die belangstelling is later wel gekomen. Dat is onontkoombaar, het is net een besmettelijke ziekte. China is zo’n fascinerend land. Het is niet altijd een leuk land, maar wel ongelooflijk fascinerend. Ik raakte al meteen besmet bij de geschiedeniscolleges in mijn eerste jaar. De Chinese kijk op zaken is zo anders dan je gewend bent, dat het moeilijk is om er niet door geïntrigeerd te raken wanneer je er mee in aanraking komt."

"Na mijn kandidaats ben ik twee jaar naar China geweest voor studie. Later, na mijn afstuderen in Leiden, ben ik voor nog een jaar naar China vertrokken – dit maal om te werken op een Chinese universiteit, colleges taalkunde geven. Bij terugkomst in Leiden ben ik via NWO begonnen aan promotieonderzoek op het gebied van de syntaxis van het Mandarijn, de meest gesproken taal in China. Het ging over de ba-constructie, een constructie waarin het object op een ander plek in de zin staat dan je verwacht."

En nu bent u hoogleraar bij twee instituten: LUCL (Leiden University Center for Linguistics) en LIAS (Leiden Institute for Area Studies).
"Als gevolg van de reorganisatie ben ik nu werkzaam bij beide, want mijn vakgebied past bij beide: het LIAS – waar een specifieke area bestudeerd wordt vanuit verschillende disciplines – wil graag alle onderzoekers bij elkaar hebben die zich bezig houden met Azië en het Midden-Oosten wat hun discipline ook is, en het LUCL wil de hele wereld bestrijken, dus ook Azië."

U bent persoonlijk hoogleraar. Wat is dat, een persoonlijk hoogleraarschap?
"Dat is een hoogleraarschap dat niet verbonden is aan een leerstoel. Als ik wegga is het hoogleraarschap ook weg, terwijl er bij een leerstoel altijd een opvolger moet komen. Als je carrière wilt maken heb je twee mogelijkheden. De eerste is te solliciteren op een opengevallen leerstoel. De tweede is op basis van je prestaties omhoog te klimmen. Dat laatste is, binnen het feodale systeem van de universiteit niet zo eenvoudig."

Het feodale systeem van de universiteit?
"
Het is een feodaal systeem. Je hebt hoogleraren en dan de gewone burgers. Verticale mobiliteit zit niet in het systeem ingebakken. Als je niet bij de hoogleraren hoort, ben je een soort tweederangs burger."

Wat is er zo slecht aan het leven van de tweederangs burger?
"Dat is op zich geen slecht leven, maar als het erop aankomt tel je niet mee. Je mag niet de promotor zijn van je eigen aio’s, je mag geen voorzitterschap bekleden in commissies, en belangrijke beslissingen worden toch meestal genomen op plaatsen waar hoogleraren de zwaarste stem hebben."

Is dit erg?
"Ja. Ik bedoel, ik ben niet tegen hiërarchie, maar die moet wel verbonden zijn aan een open systeem waar verticale mobiliteit een onlosmakelijk deel van is. Dat die verticale mobiliteit niet in het systeem zit ingebakken, dat is erg, ja."

Hoezo?
"Zoals het systeem nu werkt kun je jonge mensen geen perspectief bieden. Er is nu geen relatie tussen de prestaties die men levert en de plaats in de hiërarchie. Je moet streven naar een systeem waarbij je als medewerker kunt werken aan je eigen loopbaan. Nu kun je een kei van een wetenschapper zijn, internationaal in hoog aanzien staan enzovoort, en toch je hele leven UD blijven. Dat is raar."

Maar je kunt toch niet iedereen hoogleraar laten worden?
"Nee, maar dat zal ook niet gebeuren, niet iedereen heeft het in zich om hoogleraar te worden. Wel moeten we in zo’n systeem het idee van vaste leerstoelen loslaten. Als er in een bepaald vakgebied genoeg mensen doorgroeien zullen er altijd een of twee hoogleraren zijn, en als er dan één weggaat begin je weer onderop, dan hoef je niet per se op hoogleraarsniveau te werven."

Dus een systeem als…
"... in de VS op veel universiteiten geldt. Daar wordt dan aan goed loopbaanbeleid gedaan. Daar krijg je als jonge, net aangestelde medewerker perspectief op een loopbaan geboden: als je hard werkt en goed werk doet, krijg je over een jaar of vijf, zes een vaste aanstelling, en als je dan daarna goed door blijft werken, zit er nog meer voor je in het vat. Het is eerlijker. Het is ook beter voor de instelling. Omdat commissies en besturen altijd uit dezelfde pool moet worden bemand, de hoogleraren, komen die vaak niet toe aan onderzoek. Dat is toch zonde! Tegelijkertijd blijft veel talent onder de niet-hoogleraren onbenut. Bovendien lopen er veel gefrustreerde mensen rond en dat is voor een organisatie ook niet goed. Een simpel voorbeeld: op de website van de Universiteit kon je klikken op ‘Leidse onderzoekers’; dan zag je alleen hoogleraren. Alsof de rest geen goed onderzoek doet?"

Dan: "Wat ik zeg ligt allemaal heel gevoelig, merk ik wel eens. Ik begrijp dat nooit zo goed. Ik pleit alleen maar voor een beter loopbaanbeleid, dat mensen wat meer controle hebben over hun eigen carrière. Dit gaat om het universitaire systeem in heel Nederland hè. Ik ben nu persoonlijk hoogleraar geworden en daar ben ik erg blij mee. Het laat zien dat het in Nederland ook kan. Ik zou alleen willen dat het een centralere rol speelde in het systeem. Nu is het  een uitzondering, maar het zou de regel moeten zijn."

Nu bent u hoogleraar, dus kunt u het veranderen?
"Ik zal geen gelegenheid voorbij laten gaan het erover te hebben, maar er zijn meer dingen belangrijk. Ik zal niet altijd deze grammofoonplaat afspelen. Ik heb er meer."

Laten we het dan daar over hebben. Wat zijn uw plannen?
"Ik wil de Chinese taalkunde promoten. We zijn in Leiden in de gelukkige omstandigheid dat er vier mensen zijn in vaste dienst die zich bezig houden met de Chinese taalkunde. Daar kun je dus echt iets mee doen. Ik zou bijvoorbeeld graag een MA Chinese Linguistics opzetten. Nu hebben bachelors de keuze tussen de masters Linguistics en Chinese Studies. Ik ben hier in het verleden al mee bezig geweest, maar door de reorganisatie en herstructurering is het een beetje op de achtergrond geraakt. Ik ben in gesprek met een centrum in Parijs, waar, net als in Leiden, ook een aantal mensen Chinese taalkunde doen. In andere steden in Europa wordt de Chinese taalkunde meestal maar door een enkele persoon gedaan. Ik zou die Leids-Parijse master een European MA in Chinese Linguistics willen noemen. Dit klinkt aantrekkelijk voor Amerikanen en andere studenten van buiten Europa. Daar kun je mensen mee trekken. Het probleem met Parijs is dat zij willen dat sommige cursussen in het Frans worden gegeven, en dat er een verplicht college Franse geschiedenis in het pakket zit, maar ik heb inmiddels begrepen, dat we daar ook wel omheen kunnen. We praten verder."

Wat maakt Leiden anders dan Parijs?
"Wij - Jeroen Wiedenhof en ik van de opleiding Chinees en Lisa Cheng en Yiya Chen van taalwetenschap - doen voornamelijk onderzoek naar het hedendaagse Chinees. In Parijs bestuderen ze ook oudere taalfasen. Voor Modern Chinees is Leiden binnen Europa echt dé plek."

Mist u China weleens?
"Ik vind het altijd heerlijk om er terug te zijn. Waarom en wat dat is, is niet makkelijk onder woorden te brengen. Het is een soort oerblijheid, een soort moederschootblijheid. Toen ik er voor het eerst kwam – ik was pas 21 en het waren andere tijden – heeft dat land een gigantische indruk op me gemaakt. Verpletterend. Ik was echt van de wereld. Ik denk dat China mij iedere keer als ik er terugben doet herinneren aan die periode. Vandaar die blijheid. Ieder jaar probeer ik er een keer heen te gaan, een paar weken, een maand. Langer kan niet, ik moet hier immers college geven en ik heb ook nog een gezin. Een maand is niet lang, dus zelfs als ik er lesgeef of onderzoek doe, ben ik er een soort toerist. Ik denk niet dat ik er echt nog zou willen wonen, ik houd geen lofzang op China, maar die blijheid heb ik er nog iedere keer."

Uw boekje Het Chinees en het Nederlands zijn eigenlijk hetzelfde is pas verschenen.
"Het is een populairwetenschappelijk boekje. Tijdens de Olympische Spelen vorig jaar heb ik een korte serie over het Chinees gemaakt voor en naar aanleiding hiervan ben ik door Prisma benaderd. Ik liep al langer met het idee rond. De titel had ik ook al. Het boekje bestaat uit losse stukjes over het Chinees, waarin ik eigenschappen van het Chinees probeer uit te leggen aan de hand van het Nederlands."

Is de vergelijking niet ook gewoon te maken met andere talen?
"Je zou misschien ook wel een boekje kunnen schrijven met als titel Het Chinees en het Pools zijn eigenlijk hetzelfde, ik zeg maar wat, maar er zijn wel degelijk een aantal frappante eigenschappen die het Chinees en het Nederlands gemeen hebben. Het Chinees heeft bijvoorbeeld dan misschien geen verleden en tegenwoordige tijd, maar ze gebruiken de voltooide tijd op dezelfde manier als wij. Ook gebruiken ze veel sentence final particles, zoals wij in het Nederlands  ‘hoor’, ‘zeg’, ‘joh’ en ‘hè’ hebben. In het Chinees is een zin eigenlijk niet compleet zonder zo’n woordje aan het eind."

Veel wetenschappers laten zich niet in met dit soort populairwetenschappelijke publicaties.
"Als je het niet leuk vindt moet je het niet doen. Het moet niet verplicht zijn ofzo, maar zoiets kun je best in je vrije uurtjes schrijven. Mij leek het wel wat om eens aan een groter publiek uit te leggen wat ik doe, een leuk boekje te maken over het Chinees. Het zou mooi meegenomen zijn als mensen er wat van leren over de taal en, wie weet, misschien komen ze hier wel studeren."

Zie ook: Het Chinees en het Nederlands zijn eigenlijk hetzelfde

-------------------------

Lees verder: Inhoudsopgave Forum 9e jaargang, nummer 6


Laatst Gewijzigd: 30-08-2011