De bestuurder en de wetenschapper
Forum - 12 februari 2009
Zeven instituten vormen sinds 1 september de Faculteit der Geesteswetenschappen. De instituten staan onder leiding van een wetenschappelijk directeur. In de komende nummers van Forum stellen de directeuren zich aan u voor. Deze keer: vijf vragen aan prof. dr. Jos Schaeken – wetenschappeljk directeur van het Leiden Institute for Linguistics: "Een instituutsdirecteur moet zich niet alleen tegenover zijn baas, maar met name tegenover zijn leden verantwoorden, of je nu wel of geen hiërarchische bestuurstructuur hebt."
Wat inspireert u aan de Leidse universiteit als wetenschapper?
"De rijkdom, de variëteit aan disciplines en talen bij de faculteit Geesteswetenschappen. Die kan uiteraard alleen tot leven komen door gedreven wetenschappers en het aantal daarvan is in Leiden naar mijn gevoel bovengemiddeld. Na meer dan vijf jaar in Leiden sta ik er nog steeds versteld van hoeveel expertise we in huis hebben. Als je iets wilt weten wat aan je eigen vakgebied grenst of je bent op zoek naar parallellen, dan vind je aan deze of gene zijde van de Witte Singel altijd wel iemand die je verder op weg kan helpen of die je de benodigde informatie meteen haarfijn uit de doeken kan doen. Het komt vervolgens ook vaak voor dat diezelfde collega doorvraagt over je onderzoek, gaat meedenken en kritische opmerkingen plaatst. Dat laatste is volstrekt natuurlijk wanneer je gedreven bent en dat maakt de academische sfeer in Leiden open en inspirerend."
Hoe heeft u de fusie ervaren?
"Ik was lid van de universitaire task force Graduate Studies, die in zijn rapport van januari 2008 de fusie heeft aangeraden. We zijn nu een dik jaar verder en ik moet zeggen: het lijkt wel ancient history toen we nog vier aparte faculteiten hadden. De bestuurlijke verhoudingen tussen de vier ‘lettereninstituten’ en de drie ‘nieuwe’ instituten waren eigenlijk meteen bijzonder goed. Wat echter veel belangrijker is: je merkt dat er nu op verschillende vlakken (onderwijs- en onderzoekprogramma’s) initiatieven ontwikkeld worden, die in de oude situatie zeker langzamer en ook moeizamer tot stand zouden zijn gekomen. Wat dat betreft vind ik het jammer dat de Faculteit Archeologie zich niet bij ons heeft aangesloten."
Wat moet de rest van de facultaire medewerkers van u weten wat ze nog niet weten?
"Ik mag hopen dat alles wat "functioneel belangrijk" is, al bekend is. Anders doe ik iets fout."
Welke zijn uw toekomstplannen?
"Ik treed op niet al te lange termijn terug als instituutsdirecteur. Het is dan wel mooi geweest, in beide betekenissen. Ik doe deze klus al sinds de oprichting van LUCL in 2005 en in de eerste twee jaar hebben we nogal wat ups en downs meegemaakt bij de verdere fusie van de twee bloedgroepen van taalkundigen. Die fase hebben we achter ons, maar er bleef ook daarna en er is nu nog steeds in LUCL never a dull moment. Misschien ligt dat ook aan mijn tijdrovende manier van besturen, die nogal hands on is en voor een groot deel bestaat uit overleg met de leden. Ook taalkundigen zijn namelijk gedreven en kritisch en als je geen draagvlak weet te creëren voor een of ander initiatief dan kun je wel inpakken. En zo hoort het ook: een instituutsdirecteur moet zich niet alleen tegenover zijn baas, maar met name tegenover zijn leden verantwoorden, of je nu wel of geen hiërarchische bestuurstructuur hebt. Wanneer ik na mijn terugtreding zelf weer een gewoon lid ben, bij LUCL en de opleiding Slavistiek/Ruslandkunde, dan weet ik vrij precies wat ik ga doen, namelijk datgene wat het instituut vraagt van zijn medewerkers: goed onderwijs geven aan je eigen studenten, maar ook over de grenzen van je eigen opleiding heen, en een onderzoeksproject aanvragen bij NWO of de EU."
Wat heeft u het meest verrast in de andere instituten?
"Zoals Ivo Smits in deze serie al eerder schreef: het is eerder een bevestiging dan een verrassing dat het wegvallen van institutionele grenzen samenwerking en nieuwe initiatieven bevordert."
-------------------------
Lees verder: Inhoudsopgave Forum 9e jaargang, nummer 1