Minderheden in het Midden-Oosten
Forum - 17 november 2011
Sinds september versterkt de Amerikaanse historica Tsolin Nalbantian het docententeam van Midden-Oostenstudies. Ze schreef een proefschrift over Armeense minderheden in Libanon, maar benadrukt dat onderzoek naar minderheden veel breder moet worden getrokken. "Eigenlijk wil ik weten welke aspecten van de maatschappij geen onderdeel uitmaken van de geschiedenis en waarom."
door Inge van der Hoeven
U bent net gepromoveerd aan de Columbia University en u doceerde aan Massachusetts Institute of Technology (MIT). Wat brengt u naar Leiden?
"Ik was toe aan een nieuwe uitdaging. Anders dan bij mijn vorige baan aan het MIT mag ik nu ook masterstudenten onderwijzen. Het LIAS (Leiden University Institute of Area Studies) is bovendien een geweldige onderzoeksschool die al lang connecties onderhoudt met het Midden-Oosten. En daarbij is het Europese universiteitssysteem heel anders dan het Amerikaanse: Europese studenten hebben veel meer inspraak, ze zijn betrokken bij het onderwijssysteem. Bovendien zijn ze zich hier meer bewust van wat er in het Midden-Oosten gebeurt, het staat allemaal wat dichterbij dan in Amerika. Ook geografisch gezien: vanuit Leiden kan ik gemakkelijker naar het Midden-Oosten toe dan vanuit New York of Boston."
"Lovebombcloseup". I suspect it is a play on the fact that Beirut and greater Lebanon were war ridden for years. I love the idea of redesigning an object that is associated with destruction in a way that surprises the viewer.
Liggen uw eigen roots ook in het Midden-Oosten?
"Ik zie mezelf tegelijkertijd als Arabische en Armeense, ook al kom ik uit de Verenigde Staten. Ook Egypte en Libanon beschouw ik als landen waar ik vandaan kom. Daaruit blijkt dat ik geen vaststaande identiteit heb."
In uw publicaties bekritiseert u de nadruk die historici leggen op de etnopolitieke benaderingswijze van minderheden. Waarom?
"Ik denk dat we door nieuwe methoden te omarmen meer recht kunnen doen aan de textuur van de maatschappij. De benadering vanuit een top-downperspectief is niet verkeerd, maar hij moet worden uitgebreid. Er gebeurt zo veel: als we die landen en groeperingen alleen vanuit een traditioneel, politiek perspectief benaderen, missen we een heleboel."
Wat is uw alternatief?
"We zouden ook moeten kijken naar de manier waarop minderheden worden vertegenwoordigd in de media. En dan heb ik het niet alleen over de officiële kranten en televisieprogramma’s, maar ook over pamfletten en posters die door minderheden worden geproduceerd. We moeten zoeken naar dingen die we niet direct zien."
Zoals?
"Graffiti. In het Midden-Oosten bestaat een enorme verscheidenheid aan graffitistijlen. In het Engels, in het Frans, heel eclectisch. Je wilt een statement maken, maar je hebt er geen middelen toe. Vervolgens schrijf je iets op een muur waar duizenden mensen langs lopen. Op die manier worden groepen vertegenwoordigd die buiten de traditionele informatiestroom vallen."
Adressed to women: "be ambitious without borders" (foto: Michelle Woodward)
Wat fascineerde u aan de Armeense minderheden in Libanon en Syrië?
"Het feit dat ze niet in de geschiedenis zijn opgenomen. Terwijl ze er zeker zijn geweest. Waarom is dat zo? Maar laat het duidelijk zijn dat ik niet alleen geïnteresseerd ben in Armeniërs in Libanon en Syrië. Die kunnen een voorbeeld zijn voor wat voor minderheid ter wereld dan ook: vrouwen, dieven, etnische groepen. Iedere groep die niet in het dominante paradigma past. Ik zie mijn werk als een onderdeel van een groter werk over marginalisering. Eigenlijk wil ik weten welke aspecten van de maatschappij geen onderdeel uitmaken van de geschiedenis en waarom."
Waarom was dat in het geval van de Armeense minderheid dan zo?
"Omdat de meerderheid de geschiedenis schrijft. Libanon is onderverdeeld in sekten. Elke sekte heeft zijn eigen rechten en aan iedere sekte is ook een vast aantal zetels in het parlement gekoppeld. De ene groep heeft meer macht dan de andere. Soms kan ook een minderheid overheersend zijn, zoals de Alawieten in Syrië de meerderheid van Soennieten overheersen. In Libanon hebben de Soennieten sinds de onafhankelijkheid van 1943 altijd de premier geleverd. Voor iemand die vanaf zijn geboorte als Armeniër is geclassificeerd zijn bepaalde rechten gegarandeerd. Maar de positie van premier bijvoorbeeld is onbereikbaar."
En bestaat er geen enkele mogelijkheid om aan dat systeem te ontsnappen?
"Waarom zou je dat willen? Daarmee geef je ook je rechten op. Dat is het punt bij marginalisering: een aantal mensen wordt gecategoriseerd als een minderheid, gedefinieerd als een ander. Die classificatie kan in schril contrast staan met de zelfidentificatie van een groep."
Hoe ligt dat verschil bij de Armeense gemeenschap die u heeft onderzocht?
"Ik denk dat de verschillen enorm zijn, maar het hangt van de situatie af op welke manier mensen zich identificeren en ik wil zeker niet voor alle Armeniërs spreken. Maar het punt is dat je een stempel krijgt opgeplakt. Terwijl je toch nooit kan definiëren wie je zelf bent.” Streng: “Ja, ik weet dat je nu een antwoord wilt, maar dit is alles wat ik erover zeg."
Beirut doesn't die (foto: Michelle Woodward)
-
Persoonlijke pagina Tsolin Nalbantian (LIAS)
-
Wilt u reageren? Stuur een e-mail aan forum@hum.leidenuniv.nl
Ook in dit nummer: