"Het is bizar zoals de Koran wordt afgeschilderd in de media"

Forum - 19 september 2007

16 november neemt hoogleraar Arabische taal en cultuur Remke Kruk afscheid. Een gesprek over Duizendenéén Nacht, tovenarij, de Koran en haar studententijd in Cairo: “Ik heb een jaar lang niet naar huis kunnen bellen.”

door Martijn Wackers


U bent nu zo’n zeventien jaar hoogleraar in Leiden. Hebt u de faculteit Letteren in de afgelopen jaren zien veranderen?

Prof. Kruk: “Dat is lastig te zeggen. Er zijn natuurlijk heel wat dingen veranderd in bureaucratische zin, maar dat niet zo interessant. Wat me wel is opgevallen, is de instroom van studenten met bijvoorbeeld een Marokkaanse of Turkse achtergrond. Begin jaren negentig zag je dat de tweede generatie immigranten een studie begon aan de universiteit. De studentenpopulatie werd daardoor een stuk gevarieerder.”

Zijn er vanaf dat moment ook meer studenten met een Arabische achtergrond Arabische talen en culturen gaan studeren?

“Iedereen denkt altijd dat de studie de laatste jaren populairder is geworden onder studenten met een Arabische achtergrond, maar dat is een beetje een misvatting. In de jaren zeventig en tachtig waren ook pieken te zien in de aantallen studenten die Arabisch gingen studeren. In de Verenigde Staten zie je wel dat na 11 september 2001 een enorme toename van het aantal studenten Arabisch heeft plaatsgevonden, maar in Nederland is dat niet zo. Het is vaak het geval dat studenten met een Arabische achtergrond de eerste in hun familie zijn die een universitaire opleiding gaan volgen. Dan kiezen ze meestal juist niet voor een letterenstudie maar voor een bètaopleiding, omdat het idee heerst dat je daar veel verder mee kunt komen na je studie. Soms zijn er studenten met een achtergrond in het Midden-Oosten die heel bewust uit islamitische motieven voor Arabische talen kiezen, maar dat komt veel minder vaak voor dan mensen denken. Daar tegenover staat dat autochtone studenten vaak juist heel bewust voor Arabisch kiezen.”

 Is er na de aanslagen in New York meer belangstelling voor afgestudeerde studenten Arabisch vanuit organisaties die zich bijvoorbeeld bezighouden met terrorismebestrijding?

“Organisaties als de AIVD of de IND bieden de laatste jaren inderdaad steeds meer Arabisten een baan aan. Vroeger was er ook al belangstelling vanuit dit soort organisaties, maar de laatste jaren is die duidelijk toegenomen. Maar de inhoud van de opleiding is er absoluut niet op gericht om studenten aan het werk te krijgen in de terrorismebestrijding. Daar zou trouwens ook geen tijd voor zijn: in drie jaar moeten studenten een hele nieuwe taal onder de knie krijgen. Het nieuwe schrift is meestal het probleem niet, maar het leren van de taal des te meer. Het Arabisch heeft een heel andere structuur dan de Europese talen. Daarnaast is het de bedoeling dat je als student in die relatief korte tijd ook nog iets opsteekt van de Arabische cultuur, en voldoende academische vaardigheden verwerft om kritisch met die kennis te kunnen omgaan.” 

In 1966 bent u naar Cairo vertrokken om daar colleges te volgen. Hoe was Egypte in die tijd?

“In die tijd bood de Egyptische overheid studenten Arabisch beurzen aan om in Cairo te kunnen studeren. Ik vond het een heel interessante tijd: het was midden in de ‘Nasser-periode’ en in de aanloop naar de Zesdaagse Oorlog in 1967. Er heerste een soort opgefoktheid in de stad en de invloed van de geheime dienst was overal voelbaar. Mensen waren overdreven vriendelijk op straat, omdat ze niet wisten wie ze voor zich hadden. Alles werd gecontroleerd. In elk studentenhuis zat er wel een verklikker, telefoons werden afgetapt en je post werd gecensureerd. Het hele jaar dat ik er zat heb ik niet naar huis kunnen bellen. Ik woonde in een meisjesstudentenhuis dat streng gerund werd: ’s avonds na 19.00 mocht je niet meer de stad in. Als je dat wel wilde, moest je een briefje met toestemming van je vader hebben. In mijn geval was dat natuurlijk lastig, dus elke keer dat ik na zevenen nog uit wilde, moest ik naar de Nederlandse ambassade. Het was natuurlijk wel bizar om bij een oud-studiegenoot uit Leiden – want dat waren de cultureel attachés in Cairo meestal – zo’n briefje te moeten gaan halen. Tegenwoordig is er een hoop veranderd. In de tijd dat ik er studeerde, was Egypte een gesloten economie met een zachte munt; dat is nu wel anders. De stad Cairo is geëxplodeerd: elke keer dat ik er kom ontdek ik wel weer een nieuwe buitenwijk. Alles is er te koop. Om niet al te veel achter te lopen, probeer ik nog elk jaar naar Egypte te gaan.”  

In de media wordt de Arabische wereld vaak afgeschilderd als één geheel. Klopt dat beeld?

“De Arabische landen kun je absoluut niet over één kam scheren. Marokko is een heel ander land dan Egypte en Syrië is weer anders dan Jemen. In elk land gelden andere gebruiken en wetten. Wat de landen onderling bindt, is de officiële taal: het Arabisch. Maar het officiële Arabisch vind je vooral terug in kranten en op televisie. De spreektaal is heel anders; in elk land of elke streek wordt wel weer een ander dialect gesproken. Je kunt overigens wel zeggen dat de Arabische landen regelmatig geprobeerd hebben naar buiten te treden als één geheel, bijvoorbeeld door organisaties op te richten als de Arabische Liga. Daar kan dat beeld van de ‘Arabische wereld’ wel vandaan komen. Het feit dat taal en godsdienst een bindende factor vormt tussen de landen, biedt overigens wel een schat aan mogelijkheden voor bijvoorbeeld romanschrijvers of televisiemakers: je hebt de hele Arabische wereld als afzetgebied.”  

U noemt net romanschrijvers: de Arabische verteltraditie is één van uw onderzoeksgebieden.

“De Arabische cultuur is er een van vertellen en praten. Dat zie je al wanneer je in het Midden-Oosten een koffie- of theehuis binnenstapt: overal wordt gepraat, vaak ondersteund met allerlei gebaren. Vroeger had je in het Midden-Oosten veel mensen die hun brood verdienden als vertellers. Op straat, maar ook onder de elite, werden korte verhalen en anekdotes verteld, maar ook lange avonturenverhalen die soms wel een jaar lang doorliepen. We kennen allemaal wel het verhaal van ‘duizendenéén nacht’. Je kunt die lange verhalen wel vergelijken met de huidige soapseries op televisie: de relatieproblemen die maar voortduren in de soaps, waren in die avonturenverhalen gevechten, telkens weer nieuwe vijanden die opdoken en verslagen moesten worden. Zo vanaf de veertiende eeuw zijn veel verhalen opgeschreven en de traditie loopt eigenlijk door tot in de twintigste eeuw. Met de komst van elektriciteit – en daarmee ook de televisie – is die traditie vrijwel verdwenen.”  

Een van de belangrijkste boeken in het Arabisch is de Koran. Sinds Geert Wilders onlangs heeft opgeroepen om de Koran te verbieden, is het boek opnieuw onderwerp van gesprek in Nederland. Wat vindt u daarvan?

“Het is bizar hoe de Koran vaak afgeschilderd wordt in de media: als een ‘heilig handboek waarnaar elke moslim leeft’. Dat is helemaal niet zo; we weten allemaal ook dat niet elke christen precies volgens de letter van de Bijbel leeft. Historisch heeft de Koran natuurlijk een belangrijke positie gekregen, net als andere religieuze werken. Maar wat Wilders doet is volksmennerij, het is domweg malafide. Wíj moeten de Koran niet interpreteren, maar we moeten kijken wat moslims ermee doen en ermee gedaan hebben. In de Koran wordt bijvoorbeeld in een bepaalde passage het drinken van wijn warm aanbevolen. Ergens anders wordt het nuttigen van alcohol juist verboden. Uiteindelijk is deze laatste opvatting voor veel moslims overheersend gebleken.Je moet dus weten welk systeem men binnen de islam heeft ontwikkeld om om te gaan met tegenstrijdige passages in de Koran, en niet zo maar op eigen houtje gaan roepen dat wijndrinken dus toegestaan is volgens de Koran. Maar ja, om daar achter te komen moet je studeren, en daar nemen de meeste politici volgens mij de tijd niet voor.”  

Andere belangrijke elementen waar u onderzoek naar doet zijn magie en tovenarij in de Arabische cultuur.

“Magie was vroeger al een belangrijk onderdeel van de Arabische cultuur, maar ook tegenwoordig wordt er nog veel tovenarij bedreven. Ook onder de Marokkaanse gemeenschap in Nederland komt het nog regelmatig voor. Islamitische geneeswijzen zijn er vaak op gericht om het kwaad dat door tovenaars is aangericht teniet te doen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat iemand via een tovenaar heeft geprobeerd om een ander ziek te maken met een magische formule. De genezer kan dat dan tegengaan door bijvoorbeeld Koranrecitaties, of door te zeggen dat de getroffene zich moet wassen met water waarover Koran is gereciteerd of waarin geschreven Koranteksten zijn opgelost. Cairo ligt vol met allemaal boeken waarin dat soort praktijken worden beschreven. Tovenarij is tegenwoordig ook een beetje een taboe; daarom verschijnen er heel veel werken die juist expliciet tegen magie en tovenarij zijn, maar waarin deze onderwerpen wel heel gedetailleerd worden beschreven. Vaak is deze invalshoek een manier om tóch het occulte onder de aandacht te brengen. Magie liep vroeger ook min of meer over in wetenschap. In de wetenschapsgeschiedenis, ook een van mijn interessegebieden, zie je dat al terug in de Oudgriekse opvattingen over hoe de kosmos samenhangt en hoe die invloed heeft op het aardse bestaan. Overigens zien we die invloeden niet alleen terug in Arabische wetenschapsbeoefening, maar ook in de Europese.”    

Wat gaat u doen als u met emeritaat bent?


“Dat weet ik eigenlijk nog niet precies. Ik ga in ieder geval door met vertalen en artikelen schrijven; daarnaast zal ik wel iets gaan zoeken wat een beetje structuur aanbrengt in mijn leefritme. In het begin zal ik de ‘adrenalinestoot’ die het geven van college, het begeleiden van studenten en dingen als nieuwe maatregelen binnen de faculteit en opleiding met zich meebrengt wel gaan missen, denk ik.”      
Inhoudsopgave Forum 7e jaargang, nummer 5 (update)   

Laatst Gewijzigd: 24-08-2011