"Als buitenpromovendus doe je niet aan vrije tijd"

Forum - 8 maart 2010

Hij haalde zijn bul in vier jaar, maar Hugo Koning (1978) vroeg zich af of hij alles uit zijn studie Griekse en Latijnse Taal en Cultuur had gehaald. Hij verliet de universiteit om leraar te worden in het voortgezet onderwijs, maar hij miste iets. Daarom werkte hij tien jaar lang als buitenpromovendus aan zijn promotie. In februari promoveerde hij cum laude op de grote dichter naast Homerus: Hesiodus. "Je bent altijd aan het werk. Je moet een bepaald soort domheid bezitten: bord voor je kop en gaan."

Door Sjaak Baars

In de stellingen van je proefschrift staat: ‘Een buitenpromovendus moet ook in verschillende opzichten binnen zijn.’ Leg uit.

“Die stellingen moeten natuurlijk een beetje cryptisch zijn. Het gaat erom dat een buitenpromovendus financieel binnen moet zijn. Je moet parttime werken om te kunnen leven. Daarnaast moet je binnen zijn bij de academie: je kunt wel promoveren naast je werk, maar het is altijd goed op enige manier verbonden te zijn aan de universiteit. Om te horen bij een vakgroep, een kamer te hebben. Al ben je van buiten, ze moeten proberen je binnenboord te houden.”

Vanwaar de keuze voor een buitenpromotie?

“Na mijn studie ben ik in 2000 begonnen aan de lerarenopleiding. Ik heb een parttime baan gekregen aan het Stanislas in Delft waar ik nu nog steeds werkzaam ben. In 2001 haalde ik mijn diploma, en ergens in dat jaar ben ik begonnen aan mijn promotie. Toen ik afstudeerde, had ik het idee dat ik er nog niet alles had uit gehaald. Mijn promotor raadde aan een voorstel te schrijven om een idee te krijgen wat ik ging doen. Maar dat is nooit gelukt, omdat ik het moeilijk vond een focus te vinden. Het begin was een tamelijk ondoelmatige manier van werken. Vreemd, want dat doe ik normaal niet. Het duurde een paar jaar voordat ik de vraag had waar ik mee aan de slag wilde.”

Waarom ben je niet gewoon aio geworden?

“Het is voor mij nooit echt een optie geweest, omdat ik meer wilde doen dan alleen in de UB zitten.  Ik wil absoluut niet zeggen dat het geen mooie baan is, maar ik vond het gaaf om bij leerlingen interesse voor je vak te krijgen. In het onderwijs ben je vrij om je accenten te leggen. Ik ben zelf ook GLTC gaan doen, omdat de interesse op de middelbare school gewekt werd.  Het is een waanzinnig mooi beroep. Na een geslaagde les, waarbij je bij leerlingen het licht aan ziet gaan ben ik een week gelukkig. Dat is magisch. Die directe bevrediging van je werk is als aio veel minder te vinden. Je kan natuurlijk een heel goed artikel schrijven en dat vinden jij en twee andere mensen op de wereld heel tof, maar dat is het.”

Dus dacht jij: dan maar tien jaar promoveren naast een volle baan?

“Ik ben begonnen met een aanstelling van 0,6 op de middelbare school. Genoeg om rond te komen, en ik had toen een dag vrij. Dus werkte ik vier dagen en had ik drie dagen voor mijn onderzoek. Maar ik heb ook meteen een mini-aanstelling bij de universiteit gekregen. Het was prettig om betrokken te blijven bij de universiteit, anders drijf je weg.  In 2006 heb ik een jaar een beurs gekregen van NWO, een briljante subsidie, bedoeld voor buitenpromovendi die denken na een jaar knallen klaar te zijn. Dat was niet helemaal het geval, maar dit was wel een doorslaggevend jaar waarin ik veel meters kon maken.”

Kon je naast je baan wel de energie vinden om aan je onderzoek te gaan?

“Motivatie is nooit heel erg moeilijk voor mij geweest. Ik had de gedrevenheid en energie. Ik vind het fijn om na te denken over wat de teksten ons allemaal nog kunnen  vertellen. Er zijn ook veel saaie onderdelen aan. Die moet je gewoon verdragen en doorzetten. En uiteindelijk lukt het dan.”

Je bent cum laude gepromoveerd op de dichter die in de schaduw staat van Homerus.

“Hesiodus is een tijdgenoot van Homerus en zat in hetzelfde genre. Mijn onderzoek is niet naar Hesiodus zelf – dat is al heel goed gedaan – maar naar wat de latere Grieken van hem vonden. Niet alleen op een passieve manier, maar ook: hoe gebruiken ze de figuur Hesiodus, dat symbool, voor hun eigen doeleinden en teksten. Wat vernieuwend is, is dat ik niet alleen naar Hesiodus kijk, maar constant de beeldvorming vergelijk met de beeldvorming rond Homerus. Het duurde lang voordat ik mijn lens scherp had. Ik was al vier, vijf jaar bezig voordat ik in de gaten kreeg dat wat ik aan het doen was eigenlijk cultural memory studies waren.”

Had je eigenlijk wel vrije tijd in die tien jaar?

“Nee, als buitenpromovendus doe je daar niet aan. Dat is wat het zwaar maakt. De tijd die je hebt, moet je aan je promotie besteden. Als je van je werk komt, lees je ’s avonds nog even een artikel. En in het weekend moet je gewoon aan de slag. Je bent altijd aan het werk. Je moet een bepaald soort domheid bezitten: bord voor je kop en gaan.”

Hoe denk je terug aan die tien jaar? Trots of ook wel eens spijt?

“Het ligt voor de hand om te zeggen dat het wel een beetje van allebei is. Ik heb tijden gehad waarin het niet opschoot, dat ik het duister in zag en geen enkel idee had hoe lang dit nog ging duren. In het begin voelt het als iets wat je je hele leven nog moet doen.  Maar soms levert het ook wel romantische dingen op:  tot ’s avonds laat op het instituut zitten met een vriend terwijl iedereen al lang weg is en dan nog even praten over je werk. Nu het afgerond is – met een fijn resultaat – ben ik geneigd om het geheel ook rooskleurig te zien. Ik moet toegeven dat ik ook tegen mensen heb gezegd dat als ze het wilden doen, het heel zwaar is. Nu zeg ik: ‘Het is erg, maar het is ook hartstikke gaaf.’”

Moet het fenomeen buitenpromovendus gestimuleerd worden?

“Het is een heel mooi ding. Dat je vanuit je interesse een onderzoek doet om daar een mooi boek over te schrijven. Het zou goed zijn als er meer structurele hulp geboden wordt voor buitenpromovendi. Bijvoorbeeld een dag subsidie als ze les geven in middelbaar onderwijs. Het hoeft niet veel te zijn, maar het is ook een vorm van erkenning. Het levert alleen maar goede dingen op. De stap van vwo naar wo is groter geworden. Buitenpromovendi kunnen een schakel vormen. Ze kunnen met meer kennis en contacten les geven, en lastige theorie makkelijker vertalen.”

Is de buitenpromovendus de oplossing voor de bezuinigingen in de academische wereld?

“Niet in deze vorm. Het is te zwaar, zeker als je bijvoorbeeld een gezin hebt.”

Jij kunt een mooie carrière tegemoet gaan in de academische wereld. Ga je de middelbare school verlaten?

“Het is een vraag die ik tien jaar voor me uit heb geschoven. Maar ik wil het onderwijs niet missen –mooie verhalen vertellen voor de klas. Het onderwijs in de academie vind ik ook mooi...”

Maar?

“Ik weet niet wat het is, maar het is anders. Die eerstejaars zijn toch al enthousiast. Dat is natuurlijk ook mooi. Ik hoef dan niet te zeggen: ‘Pietje, let even op en blijf uit Klaasjes oor.’ Maar op de middelbare school is meer interactie. Meer uitdaging; het is moeilijker om kinderen te inspireren, te zorgen dat ze ergens over gaan nadenken. De dagelijkse praktijk is natuurlijk ook gewoon zorgen dat iedereen netjes oplet en zijn huiswerk doet, maar die paar goede lessen zijn geweldig.”

Dus geen universiteit?

“De universiteit is ook mooi: zelfstandig onderzoek doen, mooie boeken schrijven, met anderen samenwerken, nieuwe inzichten in teksten. En al dat werk vertalen naar het onderwijs. Maar banen liggen niet voor het oprapen. Fifty-fifty zou het mooist zijn. Het mooie werk van de academie en dan tegelijkertijd ook een beetje stoeien met die koters. Maar een aanstelling van 0,5 in het onderwijs is eigenlijk 0,8. Dus twee halve banen moeten niet in totaal weer twee hele banen worden. Dat heb ik de afgelopen tien jaar al gehad. Ik zou het mooi vinden als zo’n combinatie normaler wordt. Het is voor iedereen gunstig.”

Keek je uit naar het zetten van de laatste punt van je promotie?

“De laatste punt was angstaanjagend. Ik heb perioden gehad dat ik het niet zag zitten, dat je bijna niet kunt voorstellen dat het ooit klaar is. Maar dan komt het einde dichterbij. Dat is vreemd, want in die tien jaar is mijn onderzoek een deel van mijn leven geweest. Ik maakte ook geen afspraken voor na de promotie, want ik wist niet wat er ging gebeuren. Gelukkig kan ik nu nog aan de handelseditie  werken – de absolute kroon  – en er zijn al weer andere projecten die eraan komen.  Het maffe is: ik dacht dat ik overmand zou raken van emoties, of zou flauwvallen bij ‘hora est’, maar er gebeurde niks. De volgende dag ben ik gewoon weer opgestaan. De school gaat gewoon door, ik werk aan een examenbundel en er zijn andere leuke dingen die op mijn pad komen.”

Hoe reageerde de klas eigenlijk?

“Het is natuurlijk iets onwezenlijks voor hen, maar ze vonden het heel leuk, ook het promotiefeestje. Het meest bijzondere vonden ze nog dat het in het Engels is en dat het pagina’s bevat die vol met noten staan.”

-------------------------

Lees verder: Inhoudsopgave Forum 10e jaargang, nummer 1

Laatst Gewijzigd: 31-08-2011