‘Ik had gewoon een schnabbelbestaan’

Forum - 18 december 2008

Hij begon met een veelbelovende carrière als bioloog, maar sinds maart is Joep Bor hoogleraar Extra-European Performing Arts Studies. Hij bestudeert de niet-westerse muziek en dans. Een gesprek over zijn ommekeer en het belang van de wereldmuziek: ‘Het is vreemd dat wereldmuziek helemaal uit het nieuwe cultuurplan wordt gelaten.’

door Sjaak Baars  

Ik heb gelezen dat u in India hebt gewoond, op het conservatorium hebt gewerkt en bioloog bent. Het duizelt in mijn hoofd.

“Ik heb biologie gestudeerd in Amsterdam, en tegelijkertijd raakte ik door een vriend die een lp opzette geïnteresseerd in de muziek van de sarangi, een snaarinstrument dat met een strijkstok bespeeld wordt uit India. Ik vond het prachtige muziek en dacht: ‘Daar wil ik meer van weten.’ In 1971 ben ik naar India gegaan om te leren spelen op de sarangi, nadat ik drie jaar eerder de beroemde sarangispeler Ram Narayan had ontmoet in Londen. In Bombay heb ik twee jaar les van hem gehad, maar hij was niet zo’n goede leraar en een moeilijke man. Met de biologiestudie ging het echter ook goed. Nadat ik bijgekomen was van de cultuurschok na mijn tijd in India en mijn masters had afgemaakt, kon ik promoveren. Ik wilde alleen weer terug naar India, dus door een amicebriefje van mijn hoogleraar naar de minister van Onderwijs, kreeg ik een beurs. In India deed ik biologieonderzoek en studeerde ik sarangi. Een drukke periode, maar je bent jong.”

En toen de biologie achter u gelaten.

“Mijn proefschrift in Amsterdam was bijna klaar, ik moest nog een onderzoekje afmaken en de inleiding opschrijven, maar toen ik weer in India was realiseerde ik me dat ik verder wilde met muziek. Ik liet mijn ‘veelbelovende’ biologiecarrière dus schieten en moest weer van voren af aan beginnen. Ik vond het wel vervelend voor mijn begeleider, maar ik was gefascineerd, bijna geobsedeerd door die muziek. Nadat ik terugkwam in Amsterdam ben ik dan ook zo’n vijf jaar echt arm geweest. Maar met wat concertjes, lezingen, radioprogrammaatjes en hier en daar een beursje hield ik het wel uit. Ik had gewoon een schnabbelbestaan.”  

Maar u krabbelde op.

“Ik had plannen om een proefschrift te schrijven in Utrecht over de Indiase strijkinstrumenten, maar daar kreeg ik weinig financiële steun. Later ben ik in Bombay op uitnodiging van het National Centre for the Performing Arts aan een monografie gaan werken, The Voice of the Sarangi, een tamelijk bekend boek in India. Ik belde naar Utrecht en zei: ‘Ik heb mijn proefschrift af. Jullie krijgen geld, ik een titel, iedereen blij!’ Uiteindelijk werd er ingestemd, maar ik moest niet denken dat ik een baantje zou krijgen, zeiden ze. In 1986 heb ik toen de School voor Indiase muziek en dans opgericht in Amsterdam en een jaar later ben ik naar het conservatorium in Rotterdam gegaan om daar, naast de klassieke en jazz-afdelingen, een afdeling wereldmuziek op te zetten. Hierdoor moest ik Amsterdam laten schieten, maar die zijn samen met de muziekschool verder gegaan met de wereldmuziek. Op het Rotterdams conservatorium kwam ik dus in een managementfunctie terecht. Ik miste het onderzoek wel, maar vond het erg leuk die school verder op te bouwen. Ik houd ervan nieuwe dingen te doen. In 2001 ben ik gestopt en met een grootschalig onderzoeksproject begonnen waar ik met wat collega’s voor educatieve doeleinden de wereldmuziek in kaart bracht.”  


In uw oratie zegt u: ‘En toen was er plotseling wereldmuziek.’

“Wereldmuziek is een marketing term die in 1987 door de platenmaatschappijen is bedacht. Het is eigenlijk gewoon een verzamelnaam van niet-westerse muziek en alle muziek die niet in een vakje past. Ik heb ontdekt dat de voorloper van de wereldmuziek ‘national music and dance’ heette: ieder land had zijn eigen nationale muziek. Mijn fascinatie gaat uit naar hoe de wereldmuziek in Europa op de podia terecht kwam, en hoe het in muziekgeschiedenissen werd beschreven.”  

Wat is het belang van het bestuderen van wereldmuziek?

“Indiase muziek is al lang aanwezig in het westen. Het trekt daardoor ook veel publiek, niet alleen Hindoestanen. Er is zoveel muziek die leeft onder mensen, naast de gewone westerse muziek. Het is dan ook vreemd dat wereldmuziek weer helemaal uit het nieuwe cultuurplan wordt gelaten. Alleen klassiek, opera, orkesten worden gesubsidieerd, maar voor een groot percentage van de muziek – de wereldmuziek – is dus geen geld. Ik heb geen idee hoe groot dat percentage is, dat vroegen we ons ook af toen we onlangs het India Festival in het Concertgebouw organiseerden in Amsterdam. Ik was artistiek adviseur. Door de hele stad waren er concerten, films en tentoonstellingen en wij dachten: ‘Hoe krijgen we al die zalen vol?’ Maar er zijn 75.000 bezoekers geweest, dus de zalen van het Concertgebouw zaten vol. Het was de eerste keer dat dit festival in zo’n grote omvang werd georganiseerd en het werd een groot succes. Opvallend was dat er ook veel jonge mensen waren.”  

Waarom is wereldmuziek zo belangrijk?

“Eigenlijk door twee dingen. Allereerst door de globalisering, waardoor de wereld veel kleiner is geworden. Hierdoor zijn de grenzen tussen muziek vervaagd. Het album Umoja van de Nederlandse band BLØF is hier een goed voorbeeld van. Daarnaast is het zo belangrijk geworden door de immigranten die hun muziek meenemen. Interessant is de vraag waarom sommige muziek wel internationaal wordt, en andere niet. Een vriend van mij heeft nu een groot project opgestart in Australië om dit te onderzoeken. Ligt het aan de muziek zelf? De randverschijnselen? Meer lobby en promotie? Misschien ga ik wel meewerken aan het project in Australië voor een paar maandjes. Mijn collegereeks is zo ingedeeld dat ik veel kan reizen. In het eerste semester geef ik samen met een collega een inleiding in de wereldmuziek. In het tweede semester gaan we er dieper op in. De vraag is daar: ‘Hoe doe je onderzoek naar wereldmuziek? Wat is er al gedaan en wat is goed onderzoek?’ We kijken bijvoorbeeld naar de invloed van het Oriëntalisme. En uiteraard doen de studenten zelf een onderzoekje.”

Wat zijn uw plannen voor de toekomst? Terug naar India of misschien wel de biologie?

“Naast mijn collegereeks en het begeleiden van PhD-studenten wil ik een project opstarten met het museum van Volkenkunde. Verder gaan we bij de Academie der Kunsten een samenwerking opzetten met het National Centre for Performing Arts in Mumbai. Dan wil ik mijn boek over de sarangi gaan herschrijven. En ik wil historisch onderzoek doen naar de wereldmuziek, waarbij de vraag centraal staat hoe de niet-westerse muziek en dans op de podia kwamen. Dit om aan te tonen dat de wereldmuziek niet nieuw is. Ik ga ook helpen met de Week van de Diversiteit in mei, georganiseerd door de Universiteit. Ik wil vooral geen managementzaken meer doen.”  

Via een grote omweg bent u dus toch weer in de academische wereld terecht gekomen.

“Ik ben mijn eigen weg gegaan en heb er nooit spijt van gehad. Ik houd van schrijven en denken en daardoor heb ik altijd veel gepubliceerd. Het belangrijkste is dat ik steeds nieuwe dingen wil doen en dat ik de muziek en dans toegankelijk wil maken, zoals we gedaan hebben met het India Festival.”  

Zie ook: www.codarts.nl

-------------------------

Lees verder: Inhoudsopgave Forum 8e jaargang, nummer 7


Laatst Gewijzigd: 30-08-2011