'Kennis van de islam bestaat vooral uit percepties en halve waarheden'
Forum - 16 september 2008
Nadat de omstreden kandidaat Tariq Ramadan het hoogleraarschap aan de Universiteit Leiden afzegde, werd er aangebeld bij Maurits Berger (1964).Hij ruilde een interessante baan bij Clingendael in voor de leerstoel Islam in West-Europa. Op 4 november zal hij zijn oratie uitspreken ter aanvaarding van het ambt. Berger vertelt over zijn reis langs de advocatuur, de Arabische wereld, de polemiek en over zijn plannen op zijn nieuwe plek.
door Sjaak Baars
Een lange reis?
Berger: “Ik heb Rechten en Arabisch gestudeerd in Amsterdam en studeerde af op islamitisch verbintenisrecht en islamitisch familierecht. Toen ik ging werken voor een groot commercieel kantoor in de advocatuur, dacht ik na 2 jaar: ‘Hier heb ik helemaal geen zin in’ en ik ben vertrokken naar Syrië. Dit met het doel om het islamitisch recht aan de bron te leren. Een beetje romantiek zat daar zeker ook bij, hoewel ik de Arabische wereld al enigszins kende. Als student had ik van 1988 tot 1989 al in Cairo gewoond. Ik vertrok in 1995 en heb tot 2002 afwisselend in Cairo en Damascus gezeten.”
Wat deed u er al die tijd?
“Ik heb tijdens mijn verblijf lessen bij een moskee genomen en colleges gevolgd bij de sharia-faculteit. Uiteraard was dit heel spannend. Ik ontdekte dat de verschillen tussen de westerse en Arabische wereld niet zozeer om de islam draaien. Het zijn vooral culturele verschillen, bijvoorbeeld de relatie tussen individu en gemeenschap. Zij zijn veel socialer dan wij. Als je in een bushokje een boekje leest, vraagt men zich af of het wel goed met je gaat. Ben je eenzaam? Dit publiekelijke afsluiten is daar niet normaal. De keerzijde van deze gemeenschapszin is dat je als individu in het gedrang kan komen, je niet altijd vrij bent te doen wat je wilt. Omgekeerd merk je in Nederland van veel mensen dat ze moeite hebben om te gaan met de veelheid aan vrijheid en snakken naar een leidraad in het leven, naar meer sociale ordening.”
Zijn de tegenstellingen een probleem?
“Nee, de problemen die nu spelen in de relatie tussen het westen en de moslimwereld hebben niet altijd met deze verschillen te maken. De problemen zijn vooral van politieke aard, maar worden uitvergroot in culturele en religieuze verschillen. Eigenlijk is er naast de tegenstellingen een grote overeenkomst, namelijk dat we bang zijn voor elkaar. We zijn bang voor de ander. Toevallig was ik tijdens 9/11 in Nederland. Er werd hier gereageerd alsof die torens hier hadden kunnen staan. In Damascus daarentegen was men wel begaan, maar meer gelaten, met een houding van ‘shit happens’. Zij ervoeren zichzelf ook niet als schuldig. Maar langzaam werd het een soort wake-up call voor de Arabische wereld doordat ze inzagen dat het westen ook hén als schuldige zag, en er wel degelijk reden was om in eigen boezem te kijken.”
Waarom kwam u in 2002 terug naar Nederland?
“Ik maakte me zorgen over wat er gebeurde in Nederland. Er klopte iets niet. In Nederland kan ik me tegen zaken aanbemoeien, want – heel simpel – ik ben een Nederlander. Toen ik in Syrië was, wist ik meer van dat land dan de gemiddelde Syriër, maar ik ga daar niet zeggen hoe het hoort. Dat ligt niet aan de Arabische wereld, ook in Amerika zou ik dat niet doen. Het is mijn land niet. Toen ik terug kwam wilde ik weer bij de rechterlijke macht aan de slag, maar daar zeiden ze dat ik acht jaar achterstand had. ‘Acht jaar achterstand? Ik heb acht jaar expertise’, zei ik. Ik gaf mijzelf een jaar om het te redden als freelancer, heb me gemengd in de polemiek en heb veel columns geschreven. Tegelijkertijd werd ik toch gevraagd bij de rechtbank: één keer per maand ben ik plaatsvervangend rechter, zaken in de psychiatrie. Anderhalf jaar later kon ik bij het onderzoeksinstituut Clingendael terecht. Toen Leiden belde voor het hoogleraarschap, had ik er net een aantal projecten opgezet. Het was een moeilijke beslissing voor mij om weg te gaan, want ik had het erg naar me zin bij Clingendael.”
Waarom toch gekozen voor het hoogleraarschap? En bent u daar wel ervaren genoeg voor?
“Een belangrijke reden is dat ik hier veel meer collega’s heb. Bij Clingendael was ik alleen. Hier kan ik veel meer op poten zetten. De ene bekijkt de islam vanuit historisch oogpunt, de ander meer vanuit religieus of sociaal en ikzelf meer juridisch-politiek. Er is samenwerking. Verder heb ik onderwijs altijd heel leuk gevonden. Ik heb bij Clingendael ook onderwijs gegeven, aan politieagenten of buitenlandse diplomaten. Maar dat is anders, die komen een keer en vertrekken weer. Hier heb ik studenten jaar na jaar, dan kun je echt een ontwikkeling zien. Ook kan ik bepaalde ideeën van mij toetsen bij studenten. Het mooie is dat ik hier eigenlijk m’n eigen toko kan runnen, m’n eigen richting bepalen. Ik denk wel dat ik ervaren genoeg ben voor de leerstoel. Anders zou ik het uiteindelijk niet durven. Al worstel ik altijd met de vraag of ik goed genoeg ben. Prettig is dat je ook niet álles hoeft te weten. Zoals gezegd: hier heb je collega’s.”
Wat zijn uw plannen?
“Ik heb nu een half jaar twee dagen per week gewerkt en dan vooral organisatorisch. Vanaf 1 september ben ik fulltime bezig. Ik geef mezelf dit jaar om me in te werken en gedachten te ontwikkelen. Wat mij boeit is de mate waarin ontwikkeling van de islam in de westerse samenleving beïnvloed wordt door de westerse omgeving. Het gaat dan niet alleen om democratie en liberalisme. Moslims worden ook beïnvloed door hoe hun omgeving hen beziet. Dat is niet zo positief, en daar reageren zij op. Na 9/11 zijn moslims zich meer gaan profileren. Er wordt constant aan ze gevraagd ‘hoe zit dit en hoe zit dat volgens de islam?’ Mijn college over sharia op 14 september 2001 was nog nooit zo druk bezocht. Ook door heel veel moslims die antwoorden zochten op de vragen die hen gesteld werden. Je ziet dat moslims zich meer gaan identificeren met de islam dan met hun etnische afkomst. Komt dat nu vanuit henzelf, of door de westerse samenleving? Er zijn dus twee kanten van de medaille. Enerzijds: wat doet de moslim? En anderzijds: wat doet zijn omgeving? Door de problematiek willen overheden in Europa contact met hen, maar de moslimgemeenschap is gefragmenteerd. De overheid creëert als het ware een moslimgemeenschap, want ‘de moslim’ bestaat niet, ze zijn allen anders.”
Hoe gaat u uw plannen op korte termijn aanpakken en hoe ziet uw onderzoek eruit?
“Allereerst wil ik de rol van de sharia, de islamitische wetgeving, in het westen onderzoeken. Staat de sharia gelijk aan openbare executies op het Binnenhof, of aan het leven als een barmhartig mens? De sharia heeft twee kanten: de eerste is sociaal gedrag als handen schudden, het dragen van een hoofddoek en de tweede kant is de juridische kant, trouwen, erven, contractrecht. Nu is het zo dat er binnen het Nederlandse rechtssysteem enige ruimte is, dus mogelijkheden om de sharia in te passen in het systeem. Ik wil kijken hoe dit precies zit. Verder wil ik onderzoek doen naar de rol van een aantal sharia-tribunalen in Engeland. Het probleem is dat we te weinig weten van de islam in het westen. Kennis van de islam in het westen bestaat vooral uit percepties en halve waarheden. Veel literatuur is er niet. We hebben grote projecten, sociologische onderzoeken, nodig om het wel te begrijpen. Ik ben geen socioloog, maar gelukkig wordt er op het moment veel grootschalig onderzoek gedaan.”
Uw leerstoel wordt gefinancierd vanuit de Arabische wereld. Hoe zit het met uw onafhankelijkheid?
“De leerstoel wordt gefinancierd door de sultan van Oman. Het is niet zo dat ik daardoor niet onafhankelijk ben, dat heb ik bij mijn aanstelling ook wel gevraagd. Het zit zo: de sultan betaalt, Leiden bepaalt. Ik hoef niet naar de sultan te bellen om te vertellen wat ik doen. Ook geen jaarrapportage of zoiets. Ik heb hem zelfs nooit gesproken, maar ik ben wel naar de ambassadeur van Oman geweest om te laten zien naar wie het geld gaat. Ook zij vroeg niet wat ik van plan was te doen. Het is dus niet zo dat men wil dat de islam verspreid wordt in het westen, ik denk dat het meer een wens is tot het verbreiden van kennis. Het is heel normaal dat buitenlanders leerstoelen financieren. Een leerstoel Amerikanistiek wordt gewoon gefinancierd door een Amerikaanse familie. Daar kijkt niemand vreemd van op, maar als de Sultan van Oman dat doet…”
Hoe ziet u uw overgang van de journalistiek en het schrijven van boeken voor een breed publiek naar de academische wereld?
“Ik schrijf eigenlijk op drie verschillende manieren: persoonlijk, journalistiek en academisch. Deze vormen wissel ik af en dat zal ik altijd blijven doen. Het is niet zo dat mijn academisch schrijven hieronder lijdt, want als ik academisch schrijf wil ik een stuk waarin alles klopt, met voetnoten, onderbouwingen etcetera. Maar het journalistieke schrijven geeft mij andere vrijheden. Mijn bezwaar, nee meer het vooroordeel over het academisch denken was dat het af en toe wat verstard over komt. Niet durven denken. Door de afwisseling van de denk- en schrijfvormen kan ik gedachten uitproberen, toetsen. Ik kan eens iets uit een stuk halen en dat in een academisch stuk uitleggen of andersom. Maar natuurlijk blijft bij mij een academisch stuk een academisch stuk en een journalistiek stuk een journalistiek stuk.”
Ondervindt u enige spanningen in het uitoefenen van uw beroep door de spanningen in de samenleving?
“Nee, niet echt. Het is wel zo dat als ik voor ‘Hollandse toehoorders’ spreek, ik merk dat ze al vooropgezette ideeën hebben. Iedereen heeft een mening over de islam. In de colleges die ik nu geef heb ik nog niets gemerkt van enige spanning. Maar ik vind het belangrijk om het hele scala aan visies te presenteren, niet alleen mijn eigen opvatting van wat de juiste interpretatie zou zijn. Het zou pas een probleem worden als ik zeg hoe mensen moeten geloven.”
-------------------------
Lees verder: Inhoudsopgave Forum 8e jaargang, nummer 5