Wat doet u met mijn belastingcenten?

Forum - 18 november 2010

Brian Muhs (foto: Judith Laanen)

Brian Muhs (foto: Judith Laanen)

Zijn geesteswetenschappers wereldvreemd? Doen ze aan intellectuele luchtfietserij? Forum nam de proef op de som. We confronteerden een aantal van hen met de volgende situatie: stel, u bent op een verjaardag, wat is uw antwoord als iemand op u afstapt en vraagt: wat doet u eigenlijk met mijn belastingcenten?

door Martin Hulst


Dagelijks leven in Egypte

"Onze modellen kunnen we gebruiken voor het beantwoorden van belangrijke vragen in de moderne samenleving."

Wie?
Dr. Brian Muhs (Universitair docent, Leiden Institute for Area Studies (LIAS), SMES Papyrologisch Instituut)

Wat?
Ik probeer de samenleving van het oude Egypte en van de Grieks-Romeinse tijd te reconstrueren op basis van documentaire teksten over het dagelijks leven.

Het nut?
We zitten in onze huidige samenleving met belangrijke vragen. Wat gebeurt er als in een maatschappij twee religies zijn? Hoe moeten wij daarmee omgaan? Die vragen zijn beladen. Wij wonen in deze samenleving en hebben onze mening. Daarom is het heel moeilijk om een rationele, ongekleurde discussie te hebben. In de oudheid waren mensen met dezelfde vragen bezig. Het voordeel van het bestuderen van de oudheid is dat we niet emotioneel betrokken zijn. We kunnen er met meer afstand naar kijken, modellen bouwen. Die modellen kunnen we ook gebruiken in de moderne samenleving, om zo antwoorden te vinden op belangrijke vragen. Zelf schrijf ik hierover niet voor een breder publiek, maar ik heb wel contact met journalisten van bijvoorbeeld de Telegraaf en van weblogs.


Barbarij en cultuuranalyse

Maria Boletsi

Maria Boletsi

Veranderingen in het gebruik van het begrip “barbarij” kunnen effect hebben op de manier waarop we met anderen omgaan.”

Wie? 
Dr. Maria Boletsi (Universitair docent, Instituut voor Culturele Disciplines)

Wat?
Ik heb recent mijn promotieonderzoek afgerond naar de functies van het begrip “barbarij” en de figuur van de “barbaar” in moderne literatuur, kunst en cultuurtheorie.

Het nut?
Het stigmatiseren van anderen als “barbaren” maakt het makkelijker om deze anderen aan te wijzen als absolute vijanden, in plaats van waardige tegenstanders met legitieme standpunten. Mijn onderzoek intervenieert in deze retoriek van “beschaving versus barbarij,” die vooral sinds de aanslagen van 11 september 2001 alom aanwezig is in politieke toespraken, media-uitingen en alledaags taalgebruik. In mijn proefschrift verruim ik het begrip “barbarij” en ondervraag ik het hedendaagse en historische gebruik daarvan in het Westen. Daarnaast stel ik voor om “barbarij” op zo’n manier te herdefiniëren, dat het op creatieve en kritische wijze toegepast kan worden in de cultuuranalyse, en nieuwe kennis kan stimuleren.

Mijn onderzoek zal ongetwijfeld geen einde maken aan het geweld tegen anderen in naam van de beschaving, liberalisme, religieus fanatisme of andere belangen. Toch hebben taal en theorie in dit geval veel te maken met geweld en maatschappelijke problemen. De constructie van “barbaren” wordt namelijk in taal bewerkstelligd. Simpel gezegd: iemand “barbaar” noemen is iemand tot een “barbaar” maken. Dit taalgebruik heeft reële consequenties, zeker als je naar de toenemende polarisering in de Nederlandse samenleving kijkt. Kleine veranderingen in de manier waarop we “barbarij” en “barbaren” in taal gebruiken kunnen effect hebben op de manieren waarop we over anderen denken en met anderen omgaan.


Taal uit Turkije

Alwin Kloekhorst

Alwin Kloekhorst

“Aangeven wat mijn persoonlijke onderzoek voor nut heeft, is lastig. Maar het gaat om het grote geheel.”

Wie?
Dr. Alwin Kloekhorst (Postdoc, Leiden University Centre for Linguistics)

Wat?
Ik hou me bezig met het Hittitisch. Dat is een taal uit Turkije, die van ongeveer 1600 tot 1200 voor Christus gesproken is.

Het nut?
Aangeven wat mijn persoonlijke onderzoek voor maatschappelijk nut heeft, is lastig. De gemiddelde CERN-medewerker weet dat misschien ook niet van zijn persoonlijke onderzoek. Maar met alle medewerkers samen vinden ze belangrijke dingen uit. Ik zit bij Vergelijkende Indo-Europese Taalwetenschap. Hittitisch is maar één van de talen die we bestuderen. We proberen de verhouding tussen verschillende talen zo precies mogelijk weer te geven en uit te vinden hoe ze zijn ontstaan. Dat is om meerdere redenen interessant. Ten eerste voor het bestuderen van volksverhuizingen in de prehistorie. Bevolkingsgroepen migreren al duizenden jaren van de ene plaats naar de andere. Hoe? Waarom? Die vragen kan je alleen beantwoorden door een combinatie van genetisch onderzoek, archeologie en taalwetenschap. Ten tweede is ons onderzoek interessant voor de taalwetenschap zelf. Voor bijvoorbeeld spraakherkenning moet je weten hoe taal werkt. Inzichten uit de ene taal, kun je gebruiken voor de andere taal en voor de werking van taal in z’n geheel.

Door mijn onderzoek kom je ook meer te weten van de cultuur van de Hittieten. Dat was een soort multi-culturele samenleving. Je ziet dat de talen van de minderheden het Hittitisch hebben veranderd. Je zou dat kunnen vergelijken met hoe het Nederlands eventueel zou kunnen gaan veranderen, bijvoorbeeld door het Marokkaans en Turks.


Christenen in het het Midden-Oosten

Christenen Midden-Oosten

Christenen Midden-Oosten

“Het is belangrijk dat geesteswetenschappers laten zien dat
de werkelijkheid ingewikkelder is dan een gemiddelde krant laat zien.”

Wie?
Prof. H.L. Murre-van den Berg (Hoogleraar, Instituut voor Godsdienstwetenschappen)

Wat?
Ik doe onderzoek naar Christenen in het Midden-Oosten.

Het nut?
Het is een ontzettend actueel onderwerp. Kort geleden was er een aanslag op Christenen in Irak. Ik ben altijd bereid hierover in de media een toelichting te geven. Dat is enerzijds een verheldering van wat er is gebeurd, maar anderzijds ook een complicering van de gangbare uitleg. Als Christenen het slecht hebben in het Midden-Oosten, dan zegt men altijd dat dit komt door de verhouding tussen het Christendom en de Islam. Ik laat zien dat het zoveel ingewikkelder is dan dat. Er zijn zoveel andere factoren die bepalen wat er gebeurt: politieke allianties, clans, regio’s, gender.

Ik denk dat het heel belangrijk is dat geesteswetenschappers laten zien dat de werkelijkheid ingewikkelder in elkaar zit dan een gemiddelde krant of een gemiddeld televisieprogramma laat zien. Dat is niet altijd een dankbare positie. Mensen zitten daar vaak niet op te wachten. Daarom sta ik soms ambigu tegenover de legitimering van mijn werk.


Het leven van een diplomaat

Ernst van der Beugel

Ernst van der Beugel

“Ik wil bijdragen aan een debat dat op feiten, niet op fabels is gebaseerd.”

Wie? 
Albertine Bloemendal MA (PhD student, Instituut voor Geschiedenis)

Wat?
Mijn vakgebied is de geschiedenis van de Atlantische samenwerking na de Tweede Wereldoorlog. Ik bestudeer het leven en werk van de Nederlandse diplomaat en econoom Ernst van der Beugel (1918-2004).

Het nut?
Mijn onderzoek moet bijdragen aan een beter begrip van de processen die onze internationale structuur en met name de trans-Atlantische betrekkingen (bijvoorbeeld de NAVO en de Europese integratie) hebben vormgegeven. Dit begrip kan bijvoorbeeld helpen om onze huidige internationale betrekkingen beter te duiden.

Ernst van der Beugel speelde een belangrijke rol in de Atlantische samenwerking na de Tweede Wereldoorlog. Door hem te volgen kan ik van binnenuit kijken naar de werking van informele diplomatie. Neem bijvoorbeeld de befaamde Bilderberg Meetings waar hij jarenlang Secretaris-Generaal van was. Deze bijeenkomsten vinden nog steeds plaats en elke keer nemen er invloedrijke Nederlanders aan deel, waaronder bijvoorbeeld onze Koningin. Doordat er weinig verantwoord onderzoek gedaan is naar dit 'geheime' transnationale elite-netwerk, doen hierover allerlei samenzweringstheorieën de ronde. Via de bestudering van Ernst van der Beugel hoop ik onder andere meer duidelijkheid te kunnen verschaffen over de aard van deze bijeenkomsten, wat moet bijdragen aan een debat dat op feiten en niet op fabels is gebaseerd.


Het morele karakter

Tom Bates

Tom Bates

“Mijn onderzoek is relevant voor beleid op het gebied van onderwijs en recht.”

Wie? 
Tom Bates MA (PhD student, Instituut voor Wijsbegeerte)

Wat?
In mijn onderzoek verken ik de notie van het morele karakter.

Het nut?
We kennen deze notie uit het dagelijks leven. We zeggen bijvoorbeeld: “Ze toonde karakter door zich niet te laten omkopen.” Of: “Ze heeft een gemeen karakter en geeft waarschijnlijk geen geld aan goede doelen.” Onderzoek uit de sociale psychologie wijst erop dat ons gedrag veel meer het product is van signalen uit onze omgeving dan voorheen werd gedacht. Volgend op dit onderzoek pleit een aantal filosofen dat het onjuist is ons handelen te verklaren door te verwijzen naar ons karakter. Deze filosofen zijn van mening dat het veiliger is om het gedrag van mensen te voorspellen op grond van hun omgeving, in plaats van hun karaktertrekken. Ik ontwikkel een reactie op deze studies en het resulterende debat, om te verkennen of we een notie van karakter kunnen verdedigen die consistent is met de empirische bevingingen.

Ons alledaags gebruik van de notie van karakter heeft invloed op onze sociale interactie en onze benadering van onderwijs en straf. Zitten we verkeerd met ons begrip van karakter, dan lijkt er een goede reden te zijn om dit soort benaderingen aan te passen. Mijn onderzoek is dus relevant voor beleid op het gebied van onderwijs en recht. Debatten hierover duren voort en kunnen de richting van een samenleving bepalen. Werk dat deze debatten vooruit helpt door conceptuele verheldering en empirische validatie is belangrijk.


Literaire vertalingen

Madeleine Kasten

Madeleine Kasten

"Onderzoek naar vertalingen is zinvol. Het leert ons iets over cultuurverschillen en over onze eigen culturele vooronderstellingen."

Wie?
Dr. Madeleine Kasten (Universitair docent, Instituut voor Culturele Disciplines)

Wat?
Ik doe hoofdzakelijk onderzoek naar literaire vertalingen.

Het nut?
Teksten worden geschreven binnen een culturele en historische context die min of meer gedeeld wordt door de oorspronkelijke lezers, maar die soms enorm verschilt van de context waarin de vertaling verschijnt. De vertaler is dan genoodzaakt iets te doen met dat cultuurverschil, knopen door te hakken. Breng je de tekst naar je lezer, of breng je je lezer naar de tekst? Het resultaat van die afweging vindt zijn neerslag in de doeltekst. Wat ik doe, is proberen de gemaakte keuzes vanuit een cultuuranalytisch perspectief te duiden.

Dertig procent van de literatuur die jaarlijks in het Nederlands verschijnt is vertaald. Onderzoek naar die vertalingen is zinvol, niet alleen omdat  het ons iets leert over cultuurverschillen maar ook omdat het ons een verrassend inzicht kan bieden in onze eigen, vaak verzwegen culturele vooronderstellingen. In een tijd van culturele polarisatie en politieke onrust als de onze is dat geen overbodige investering.


Ook in dit nummer:

Laatst Gewijzigd: 02-09-2011