Ze worden steeds dommer!
Forum - 15 december 2011
Sleutels, column over academisch leven door Jan Sleutels
De verzuchting is met taboes omkleed en tot de wandelgangen veroordeeld. Elke nieuwe lichting studenten lijkt net iets minder dan de vorige te presteren, normen worden allengs naar beneden bijgesteld, de kwaliteit gaat sluipend achteruit. Zo voelt het althans. Vergeleken bij vorige generaties hebben studenten steeds minder parate kennis, hun algemene ontwikkeling is te triest voor woorden (Voltaire?), elementaire vaardigheden (rekenen, spellen) en essentiële attitudes (zorgvuldigheid, toewijding) laten zwaar te wensen over.
Het verschijnsel doet zich voor over de volle breedte van het onderwijs. Universiteiten geven de schuld aan het middelbaar onderwijs, middelbare scholen wijzen naar het basisonderwijs, basisscholen worstelen met een explosieve toename van kinderen die speciale aandacht nodig hebben (dyslexie, dyscalculie, ADHD en ga zo maar door), uiteraard ten koste van de doorsnee leerling.
Nieuw is de verzuchting niet. Vijftig jaar geleden wijdde de Leidse psychiater en cultuurcriticus Jan Hendrik van den Berg er een studie aan, de omstreden (maar in vele talen verschenen) Metabletica of Leer der veranderingen (1956). In de vroegmoderne tijd leerden zesjarigen al Grieks en Latijn, studeerden prille tieners aan universiteiten. Hoe kan dat? Als hij de jaren ’50 spiegelt aan de late 19e eeuw, constateert Van den Berg dat de samenleving steeds verder infantiliseert. De vorming van een volwassen denkraam met dito competenties en attitudes wordt steeds langer uitgesteld (“persisterende onvolwassenheid”). Het onderwijssysteem zit met de gebakken peren. “Als het middelbaar onderwijs infantiliseert, zal de universiteit zijn halfvolwassen taken moeten overnemen — waarop zij niet berekend is.”
Volgens Van den Berg zijn mentale competenties en hun keerzijden (neuroses, pathologieën) geen statische gegevens; de menselijke psyche verandert onder druk van culturele factoren. Dat studenten ‘steeds dommer worden’ is een gevolg van hun steeds verder uitgestelde psychische volwassenheid. De geestelijke afstand tussen de volwassen docent en de eerstejaars student wordt daarmee steeds groter.
Sommige cultuurcritici leggen een verband tussen epidemische retardatie en nieuwe media. In de jaren ’80 wees Neil Postman op de uitholling van traditionele epistemische waarden door de TV (Amusing ourselves to death, 1985). Meer recent zette Nicholas Carr uiteen dat Google onze mentale capaciteit ondermijnt (The Shallows. What the Internet is doing to our brains, 2010). Zijn diagnose doet het ergste vrezen voor nieuwe generaties studenten. Als geboren Internetgebruikers zullen zij hun denkspieren immers nooit kunnen trainen.
Anderen zien de toekomst rooskleuriger in, onder wie de Amerikaanse publicist Steven Johnson (Everything bad is good for you, 2005). Hij beroept zich op het Flynn-effect: elke tien jaar stijgt het IQ van de bevolking met ongeveer drie punten. Om de normaalscore op 100 te houden moeten IQ-tests daarom periodiek worden herijkt. Reken je terug volgens huidige normen, dan waren onze voorouders in 1900 ronduit zwakbegaafd, ook al konden zij Goethe spellen van achteren naar voren. Wie is er nou dommer?
Hoe het Flynn-effect precies moet worden verklaard is omstreden. Feit is dat jongere generaties beter scoren op standaard IQ-tests dan oudere generaties. Zij zijn beter in het oplossen van een bepaald type abstracte problemen, waarschijnlijk omdat hun leef- en leeromgeving (school, maar ook TV, gaming en Internet) dat stimuleert. Als wij afgaan op de ervaringen van docenten die vaststellen dat studenten steeds dommer worden, is dat echter niet waar het eigenlijk om draait.
-
Wilt u reageren? Stuur een e-mail aan forum@hum.leidenuniv.nl
Ook in dit nummer: