Reizen om talenmasters te redden

Forum - 15 december 2011

Door Maud Etman

Vanaf 2013 wordt  een groot deel van de traditionele 'schooltalenmasters' – Nederlands, Engels, Frans, Duits, Grieks en Latijn – landelijk gegeven. Het MasterLanguageproject versterkt deze opleidingen, waar het aantal studenten soms tot onder een aanvaardbaar minimum is gezakt. Om specialisaties te behouden, meer academici voor de klas te krijgen en kwaliteitsonderwijs te garanderen, kunnen studenten straks een gedeelte van hun vakken op een centrale lokatie volgen. 

De Universiteit Leiden werkt binnen  MasterLanguage samen met de Universiteit van Amsterdam, de Rijksuniversiteit Groningen, de Radboud Universiteit Nijmegen, de Universiteit Utrecht en de Vrije Universiteit.  Volgens Frits van Oostrom, voorzitter van het Regieoorgaan Geesteswetenschappen, is het plan erg voordelig voor studenten: "Studenten blijven studeren waar ze studeren, maar voor een aantal vakken reizen ze naar een centrale locatie. Die vakken verzorgen de universiteiten gezamenlijk, onder MasterLanguage. Het zou dus kunnen dat een college wordt gegeven in Utrecht door een docent uit Amsterdam waar dan leerlingen uit Leiden bij zitten. Er komen grotere groepen studenten van allerlei Universiteiten samen, het onderwijs wordt efficiënt geregeld en ze krijgen de beste docenten die Nederland heeft." Als het project voor de masters succesvol blijkt, willen de universiteiten ook naar de bachelopleidingen gaan kijken.

Mastermath
Bij de opzet van MasterLanguage is gekeken naar het vergelijkbare project . Voor wiskunde (en technische wiskunde) wordt nu al zeven jaar de helft van het eerste jaar binnen de tweejarige masters landelijk aangeboden. Volgens voorzitter van Mastermath Erik Koelink  is het duidelijk dat deze succesvolle opzet in elk geval bij wiskunde niet meer gaat verdwijnen: "Door vakken als universiteit niet zelf aan te bieden, was het mogelijk volwaardige masters in de lucht te houden." Vanwege het succes van Mastermath vindt er tussen de twee projecten dan ook kennisoverdracht plaats. Koelink en een aantal van zijn collega’s verzorgden op verschillende lokaties presentaties en gaven advies.

Kritiek
Omdat veel zaken rondom Masterlanguage nog niet vast liggen, is het project niet ongevoelig voor kritiek. Bij een aantal talen zoals Engels en Nederlands is het bijvoorbeeld lang niet altijd zo dat het studentenaantal daalt of te laag ligt. Professor Wim van Anrooij, werkzaam binnen de opleiding Nederlands van de Universiteit Leiden, vindt het wel goed dat er extra geld beschikbaar komt voor de Geesteswetenschappen, maar wijst op wat onduidelijkheden in de plannen: "Meer aandacht voor de relatie tussen het Masteronderwijs en de educatieve Master die erop volgt, is goed, maar er lijkt nu misschien té veel aandacht op te liggen. Op een aantal punten kan het plan hopelijk nog worden aangepast."

Voor een aantal aangewezen docenten en studenten zal MasterLanguage hun reistijd flink beïnvloeden.  Toch verwacht Van Oostrom vooral positief resultaat: ‘Er zal best wel eens iemand morren, maar je kan ook gaan zitten wachten tot je ontslagen wordt vanwege een dalend aantal studenten. En het is toch ook een eer als je door je collega’s gevraagd wordt de landelijke vakken te verzorgen?’ Volgens Erik Koelink is dit bij Mastermath in elk geval de manier waarop de meeste docenten aankijken tegen doceren bij de landelijke vakken. "We hebben dus ook nooit problemen om docenten te vinden." Koelink voegt wel toe dat in bepaalde gevallen de reistijd eventueel bezwaarlijk kan worden, ‘zeker voor een student die van Groningen naar de UvA moet is de afstand vervelend.’ Mastermath gaat daarom ook beginnen met een experiment rond videocolleges. De organisatie onderzoekt of dit financieel haalbaar is en of er zo voldoende interactie tussen studenten en docenten mogelijk blijft.

‘Masters in de talen gered’
De komende maanden richt Van Oostrom zich met het RegieOrgaan en de verschillende decanen van Geestesweteschappen faculteiten op het verder uitwerken van alle details. Dat de masters net als bij wiskunde een landelijk karakter zullen krijgen, staat vast. Als het aan Van Oostrom ligt, wordt de organisatie minstens zo’n succes als Mastermath is gebleken.  "Ik lees af en toe in universiteitskrantjes ‘studenten moeten gaan reizen’, maar dat is een negatieve uitleg. Er werden juist masters opgeheven door het dalende aantal studenten. Mijn kop zou zijn ‘masters in de talen gered’!"


Ook in dit nummer:

Laatst Gewijzigd: 20-12-2011