Reflectieve journalisten opleiden voor kritische lezers

Forum - 17 februari 2011

Tien jaar geleden nam Jaap de Jong het initiatief om Journalistiek en Nieuwe Media op te richten. Nu wordt hij hoogleraar bij deze opleiding. De grote liefde van De Jong, die voor de helft bij Nederlands werkt, is de retorica. Die is ook voor journalistiekstudenten onontbeerlijk: “Wij willen studenten bewust maken van de retorische kunstgrepen waarmee journalisten een verhaal zo objectief en overtuigend mogelijk maken.”

door Sjaak Baars

U kwam in 2000 bij Nederlands werken en zette direct de opleiding Journalistiek op.

"Toen ik na twaalf jaar Technische Universiteit Delft terug kwam in Leiden, waar ik Nederlands heb gestudeerd, merkte ik dat het vak Neerlandistiek nog erg veel leek op het vak dat ik zelf studeerde. Ik nam het initiatief om meer inzichten uit de communicatiewetenschap te bestuderen. De faculteit had net een onderzoek gedaan onder letterenalumni  waaruit bleek dat ze een mooie opleiding kregen, maar wel erg in de bibliotheek bleven. Ze kwamen wel bij goede banen in de communicatie en journalistiek, maar via een omweg."

"Toen is bepaald dat er nieuwe praktijkgerichte bijvakpakketten, zogenoemde  praktijkstudies, moesten komen, waaronder communicatie, ook om meer eerstejaars naar Leiden te trekken. Ik vond het verstandiger niet zo’n brede opleiding te kiezen, maar te specialiseren in journalistiek en nieuwe media. Een opleiding toegesneden op de beroepspraktijk, zonder dat het een beroepsopleiding is. Binnen de kortste tijd was het een erg populair bijvak. En bleken en blijken veel eerstejaars naar Leiden te komen vanwege die praktijkstudies."

Wat is de kracht van journalistiek aan de universiteit?

"Onze studenten hebben de kennis van hun hoofdstudie (Kunstgeschiedenis, Chinees, Nederlands of en ander vak)  en daarnaast belangstelling voor journalistiek. Media vragen steeds meer hooggekwalificeerde mensen. Was het vroeger nog een must dat je de School voor journalistiek had gedaan of een gesjeesde student was – niet te wetenschappelijk, een goede pen was genoeg – nu worden voor de betere mediabanen overzicht en diepgang als een groot voordeel beschouwd. De Leidse studenten doen het goed in hun mediastages."

"De laatste vijftien jaar hebben we een toenemend wantrouwen tegenover media kunnen waarnemen. Mensen worden mondiger en kritischer. Krantenberichten worden niet meer als de maat der dingen genomen. Dit vraagt een meer op reflectie gerichte journalist. In de master (opgericht in 2005) leiden wij studenten op tot reflective practioners: studenten moeten praktische vaardigheden hebben, en daarnaast over complexe zaken helder kunnen berichten, grote, lastige discussies klein kunnen maken, reflecteren op het eigen functioneren. Het is heel anders dan het oude zendermodel.""

Wat had u zelf eigenlijk met journalistiek?

"Ik heb als student ook via de omweg pas een plaatsje verworven in de media. Ik ben gaan interviewen. Mijn eerste interview was met Gerard Reve, maar dat kostte me veel tijd. Ik heb het door te doen geleerd, maar dat was sneller gegaan als ik er ook in was opgeleid. Ik publiceerde in vakbladen en kranten, en kwam uiteindelijk bij maandblad Onze Taal terecht waar ik al 19 jaar in de redactie zit. Dat heeft m’n ogen geopend voor wat je nodig hebt een tijdschrift professioneel te maken. Het is altijd een bijbaantje geweest, een prachtige hobby, waaraan ik iedere maand met ongelofelijk veel plezier werk."

Terug naar de opleiding.

"Ik mocht de opleiding opzetten met een nieuwe staf. Bij het masterprogramma wilden we een hoogleraar. Dat werd er een van buiten, Mark Deuze, een van de eerste Nederlandse journalistiekonderzoekers. Zijn dissertatie ging over veranderingen in de journalistieke professie. Hij had ideeën over de manier waarop opleidingen daarop in konden spelen én hij had een visie op media in verandering. Maar hij had een aanstelling aan Indiana University in Amerika en was per jaar een week of drie in Nederland voor colleges en mediaoptredens. Hij was heel inspirerend, maar het werd te zwaar, dus hij heeft zich teruggetrokken. En toen heeft de universiteit mij aangesteld."

Een logische keus?

"Je kunt natuurlijk heel goed zoeken naar iemand van buiten, maar we hebben maar een 0,2 aanstelling en dan is het lastig leiding geven als je er niet altijd bent. Dus werd het door het magement verstandig geacht iemand aan te stellen die er ook is, zodat je kunt meedraaien in het vergadercircuit. Dat is ook een reden geweest dat ze mij hebben gevraagd, want ik heb ook een aanstelling bij Nederlands."

Uw voorganger Deuze was wel van een andere school dan u, meer op nieuwe media gericht.

"De opleiding heeft altijd twee kernen gehad. De eerste is nieuwe media: het medialandschap in verandering. Nieuwe media zijn elke keer keer andere media: nu is het Twitter, straks de iPad. Vormen en platforms veranderen, maar wat betekent dat voor de inhoud, wat zijn de mogelijkheden?"

"De tweede kern is retorica, dat is mijn specialisatie sinds jaar en dag. Tevens een oeroude Leidse traditie, want op veel plekken in de faculteit wordt de retorische theorie bij het onderzoek betrokken. Retorica zal nu wat meer aandacht krijgen. Maar het hoofdthema van ons onderzoek is de retorica van betrouwbaarheid  in een veranderend medialandschap. Dus ook weer de nieuwe media."

Wat houdt die retorica van betrouwbaarheid in?

"De werkelijkheid wordt geconstrueerd op een retorische manier. Media proberen aan te tonen dat ze nog steeds een grote relevantie hebben en journalisten proberen hun boodschap overtuigend te maken. De centrale rol van betrouwbaarheid heeft te maken met het feit dat gezag van de media tanende is."

Wat is dan de koppeling met nieuwe media?

"Door nieuwe media is er een grotere participatie van het publiek mogelijk. Het is interessant te kijken hoe sociale media meer impact krijgen op de media, het belang in landen met weinig persvrijheid, zoals Tunesië en Egypte, neemt alleen maar toe. Wat verandert dit in de media, en wat doet dit met de betrouwbaarheid? Het feit dat NRC en Volkskrant ombudsmannen in dienst hebben die als hoofdtaak hebben verantwoording af te leggen, zegt ook iets over het grotere belang van transparantie."

Is retorica ook een manier om je te onderscheiden van andere opleidingen?

"Ons profiel van retorica en nieuwe media wordt onderscheidend en interessant bevonden, zo hoorden we onlangs van een visitatiecommissie die ons heeft doorgelicht. Retorica en journalistiek is uniek in Nederland. In de journalistiek is objectiviteit enorm belangrijk, maar objectiviteit bestaat niet; we construeren beelden in de media. Wij willen studenten dit perspectief meegeven en ze bewust maken van de retorische kunstgrepen waarmee journalisten een verhaal zo objectief mogelijk en overtuigend maken."

Wat zijn de plannen?

"Samen met de collega’s wil ik een handboek retorica en journalistiek maken. Wat kan je met retorische analyses om beter te begrijpen hoe journalistieke genres werken? Dat doen we ook al: bijvoorbeeld met het boek Beeldtaal. Of het onderzoek van Willem Koetsenruijter naar de retoriek van cijfers, over het effect van cijfers in journalistieke berichten. Verder zijn we bezig met een onderzoek naar de toepassing van Journalistieke codes in Nederland en Slovenië."

Gewetensvraag: kunt u zich voorstellen dat u Nederlands ooit gaat verlaten?

"Haha. Nee, dat kan ik me nog niet echt voorstellen. Ik ben een echte Neerlandicus. Ik ben dol op de studenten Nederlands met hun passie voor het woord, voor het effect van taal, de liefde voor literatuur. Ik zie veel in de combinatie. Ik denk dat ik een betere mediaonderzoeker ben doordat ik samenwerk met taalbeheersing. Maar je kunt het nooit uitsluiten. Dan zou het een moeilijke keuze worden."


Ook in dit nummer:

Laatst Gewijzigd: 02-09-2011