Gearceerde hypotheses

Forum - 17 februari 2011

BoekMarc, column door Marc van Oostendorp

Als BoekMarc ook eens wat mag zeggen, wil hij naar voren brengen dat psychologen het spoor bijster zijn. Veel van hen denken bijvoorbeeld dat wetenschappelijk onderzoek altijd, (altijd, altijd) moet beginnen met een expliciet geformuleerde hypothese die vervolgens 'getoetst' moet worden. Het lijkt BoekMarc vrijwel altijd triviaal om een of andere hypothese te formuleren, vooral in een vakgebied dat zo arm is aan theorievorming als de psychologie, maar dat ontgaat die psychologen. Ze hangen een onzinnig idee van wetenschap aan bij gebrek aan inzicht. Fluistert BoekMarc soms tegen zichzelf in de stilte van zijn bewoonde boekenkast.

Op andere momenten slaan de psychologen weer door de andere kant op. Dan geven ze ineens een eredoctoraat aan een tekenaar. Zoals vorige week aan Peter van Straaten (op de 436e dies natalis - red.).

BoekMarc begrijpt ook dat Van Straaten voor een cartoonist heel nadrukkeliijk alledaagse onderwerpen kiest, en daarbij inzicht tentoonspreidt dat je pyschologisch zou kunnen noemen. Dat er ongewoon veel personen in Van Straatens tekeningen voorkomen die aan allerlei neuroses leiden, dat neemt hij ongezien aan. Maar een eredoctoraat? Er zijn heel veel Nederlandse kunstenaars die een soort psychologisch inzicht toepassen in hun werk: acteurs, schrijvers, filmers. Waarom dan uitgerekend een tekenaar gekozen?

Om dit alles te onderzoeken, toog BoekMarc naar de AKO op het station en schafte zich voor vijf euro een van Van Straatens nieuwe boeken aan. (De hypothese was dat Van Straatens zielkundige geleerdheid hieruit zou blijken.) Het betrof de vorig jaar verschenen bundel Weet mama ervan?, een bundel met eerder gepubliceerd werk waarin volgens het omslag gaat over “het slagveld tussen kind en volwassene”.

Het lijkt preciezer om te zeggen dat het gaat over de jeugd, want op veel tekeningen is in geen velden of wegen een volwassene te zien. Meestal zien we dan een jongen en een meisje die zich ieder voor zich of samen zorgen maken om seks. Het meest voorkomende tafereel is dat er iemand op een bed zit: nog nooit heb ik zoveel mensen op bedden zien zitten als in dit boek. Je ziet bijvoorbeeld een jongen en een meisje, hij bedeesd aan het ene uiteinde, zij met makeup in de weer aan het andere, terwijl ze uitroept: “Mam! Joos blijft eten!”

Het werk van Van Straaten is psychologisch op de manier waarop negentiende-eeuwse romans dat zijn: er is veel dagelijks leed, de mensen slepen zich hypocriet voort in een smerig leven. Het gaat meestal niet goed met minstens één persoon op de tekening, en vaak begrijpt de andere persoon dat niet. Een jongen zit voor zich uit te staren, en zijn moeder zegt tegen hem: “Maar lieverdje, het is toch heerlijk om verliefd te zijn?” Een jongen en een meisje kijken verschrikt om van de bank waarop ze zitten (ook dat komt voor) naar een vrouwenfiguur die zegt: “Maar dát is geen huiswerk maken.”

Van Straaten is zonder twijfel een parel van de Nederlandse cultuur. Je kunt zijn werk gebruiken om psychologische, politicologische, literaire of andere handboeken te illustreren. Maar BoekMarc meent dat een discipline die zo iemand een eredoctoraat geeft, in een kritieke toestand verkeert. Van Straatens tekeningen zijn amusant en mooi en scherp en inzichtelijk - maar dát is geen wetenschap. 


Peter van Straaten, Weet mama hiervan? (Amsterdam:De Harmonie/Antwerpen: Vrijdag, 2010)


Ook in dit nummer:

Laatst Gewijzigd: 02-09-2011