BoekMarc

Forum - 20 december 2007

Door Marc van Oostendorp


Dat een uitgever een leeslint in je boek laat binden, dat lijkt me wel het allerhoogste dat je kunt bereiken. De vertaling van Lucien Leuwen door de Leidenaar Leo van Maris heeft er zelfs twee, een rode en een zwarte – mooie kleuren voor een boek van Stendhal.
Leeslinten voor een roman, dat is in dit geval geen overbodige luxe. Stendhal schreef het boek midden jaren dertig maar publiceerde het niet, onder andere omdat het politiek te gevoelige materie beschreef: het politieke geharrewar, de corruptie en de onzin van Stendhals eigen tijdsgewricht, de zogenoemde juli-monarchie (1830-1848). Vrijwel alle groeperingen – zowel de aanhangers van de ‘burgerkoning’ Louis-Philippe als zijn ultraconservatieve én republikeinse tegenstanders worden in het boek op de hak genomen. Geen wonder dat het boek pas zestig jaar later, in 1894, kon verschijnen.

Dat er pas dit jaar een Nederlandse vertaling verschijnt, is onvergeeflijk, maar ook fijn: Lucien Leuwen heeft gewacht op zijn ideale vertaler. Leo van Maris’ stijl roept precies de negentiende-eeuw op, en precies de toon van Stendhal: ironisch en tegelijkertijd droog, onberispelijk, tijdloos. De eerste zin van de roman luidt in het Frans:  

         “Lucien Leuwen avait été chassé de l’École polytechnique pour s’être allé promener mal à propos, un jour qu’il était consigné, ainsi que tous ses camerades: c’était à l’époque d’une des célèbres journées du juin, avril ou février 1832 ou 1834.”  

Zo’n zin maakt meteen duidelijk waarom er in de vertaling twee leeslinten nodig zijn: één om bij te houden waar je bent in de vertaling, en één om bij te houden waar je bent in de voetnoten. De vertaling:  

         “Lucien Leuwen was van de École polytechnique gestuurd omdat hij op het verkeerde moment de straat op was gegaan, namelijk op een dag dat hij net als al zijn kameraden binnen moest blijven: het was in de tijd van een van die vermaarde dagen in juni, april of februari 1832 of 1834.”  

In de voetnoten wordt summier uitgelegd wat die École polytechnique precies was, en wat er gebeurde in de genoemde maanden (“Stendhal duidt hier op dagen van demonstraties en opstanden”). Voor mij waren die voetnoten trouwens wel wat erg beknopt; ik had het prettig gevonden als er met de leeslinten een uitgebreider essay was meegebonden waarin wat meer achtergronden van die juli-monarchie uit de doeken worden gedaan. Ik wist in ieder geval niet genoeg van die tijd om Stendhals satire onmiddellijk te kunnen vatten. Nu heb ik mezelf maar een beetje opgevoed door de Franse Wikipedia erop na te slaan.


Vertalen is soms een vorm van doceren, en daarom het emplooi van geleerden.  “Een vertaler vertaalt een Russische of Engelse tekst over Engelse of Russische mensen in Engelse of Russische omstandigheden. Hij vertaalt die tekst voor een Nederlands publiek, dat natuurlijk wel iets weet van die buitenlandse omstandigheden, maar lang niet zoveel als de Engelsen of Russen zelf.” 
Dat staat in het proefschrift  Vertalen wat er staat waarop Arthur Langeveld in 1988 in Leiden bij Karel van het Reve promoveerde. Langeveld kan het weten: hij is inmiddels behalve UD in Utrecht een gelauwerd vertaler die in 2006 bijvoorbeeld de Martinus Nijhoff-prijs won. In datzelfde jaar verscheen ook zijn Dostojevski-vertaling De broers Karamazov, en gaf hij een interview aan de Utrechtse universiteitskrant U-blad, waarin hij onthulde  waarom hij niet naar Leiden is gekomen: “Ik heb overwogen om op een voltijdbaan als universitair hoofddocent in Leiden te solliciteren, maar aan die baan zat zoveel organisatorische rompslomp vast, dat ik dacht: laat mij maar gewoon parttime docent blijven.”

Zo komt de Leidse lezer aan gemengde gevoelens: treurnis dat zo’n talent niet aan de eigen universiteit verbonden kan worden, en blijdschap omdat het betekent dat die vermaledijde broeders eindelijk broers geworden zijn en ook verder Dostojevski’s Nederlands zo is opgefrist.


Ondertussen wordt er door medewerkers van deze faculteit ook vertaald. Opvallend genoeg hebben die recente vertalingen net als die van Van Maris allemaal een politieke strekking. Ellen Rutten, gastonderzoeker in Leiden en tegenwoordig met een Rubicon-beurs in Cambridge. Zij vertaalde samen met Arie van der Ent de verhalenbundel Stil Jericho van de jonge Russische schrijver Oleg Zobern (1980), die in oktober te gast was bij de opleiding Slavische talen en culturen.

Bijzonder is dat de vertaling van Stil Jericho nog eerder was verschenen dan het origineel. Zobern schrijft fascinerende, over het algemeen heel korte verhalen, waarin heel wat wordt afgesjokt door volkomen desolate Russische landschappen. De verhalen zijn ook in fraai, kleurrijk Nederlands vertaald, al stoorde het mij een beetje dat in een verhaal de vriendin van een van Zoberns randfiguren de hele tijd wordt aangeduid als ‘mokkel’. Dat klinkt mij te gemaakt.


Uitleg bij Zoberns ‘Russische omstandigheden’ verstrekken Rutten en Van der Ent niet, en dat is ook niet nodig. Anders ligt dat bij Prins Ehtedjâben andere Iraanse verhalen: Gabrielle van den Berg, J.T.P de Bruijn, Johan ter Haar en Asghar Seyed-Gohrab – allen op de een of andere manier verbonden bij Nieuwperzisch – vertaalden een aantal verhalen van de moderne Iraanse schrijver Hushang Golshiri (1938-2000). In bedekte termen leverde Golshiri in zijn verhalen commentaar op het bewind van de sjah en later dat van de leiders van de Islamitische Revolutie. Dat commentaar is echter voor de doorsnee Nederlandse lezer, of in ieder geval voor mij, zo bedekt dat het moeilijk is de kritiek te ontwaren.

Wat dit betreft is Prins Ehtedjâb voorbeeldig uitgegeven. Het bevat een nawoord waarin uitvoerig wordt ingegaan op leven en werk van de schrijver, op zijn stijl en invloeden, en op de individuele verhalen die in de bundel zijn opgenomen. Daarnaast is er een ‘beknopte bibliografie’ met onder meer een overzicht van andere vertalingen van Golshiri’s werk in andere westerse talen, en een verklarende woordenlijst van typisch Perzische begrippen. De vertaling is daarmee een uitmuntend voorbeeld geworden van hoe geleerdheid en Nederlands taalgevoel samen de lekenlezer een fascinerend inkijkje kunnen bieden in een andere wereld.

Inhoudsopgave Forum 7e jaargang, nummer 7


Laatst Gewijzigd: 24-08-2011