Ridders in de Renaissance. Recycling van de Middeleeuwen in de Gouden Eeuw
Forum - 6 november 2008
De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft in augustus bekend gemaakt naar wie de jaarlijkse Veni-subsidies voor vernieuwend onderzoek gaan. Een van de Leidse kandidaten is Olga van Marion. Forum stelde haar vier vragen. "Het is boeiend om te ontdekken dat er al heel vroeg een soort van canon ontstond van verhalen, romans, liederen en historische figuren uit de Middeleeuwen".
Vertel iets over uzelf, hoe bent u tot dit onderzoekproject gekomen?
Ik ben geïnteresseerd in historische literaire ontwikkelingen en intertekstualiteit, vooral in de vraag hoe auteurs, toehoorders en lezers reageerden op contacten met andere literaturen. Hoe werkte de toe-eigening van nieuwe of opnieuw gewaardeerde vormen, genres en taal, hoe herkennen we veranderende ideologieën en welke conflicten werden er uitgevochten, bijvoorbeeld via satire of allegorie in hekeldichten, liederen, pamfletten, op toneel? Speciale interesse heb ik voor religieus of politiek gemotiveerd verzet tegen teksten, voor censuur en voor het imiteren en herschrijven op ideologische grondslag. Zo heb ik voor mijn proefschrift de reacties in de vroegmoderne Nederlanden onderzocht op een werk van Ovidius, met staaltjes van ‘immoreel’, jaloers, uitzinnig, soms juist weer voorbeeldig menselijk gedrag (Epistulae heroidum, brieven van heldinnen). Dat deze teksten eeuwenlang zo veel weerstand hebben opgeroepen en tegelijk vele nieuwe soorten heldinnenbrieven hebben uitgelokt, vind ik fascinerend. Ik ging me afvragen of er in de vroegmoderne tijd even tegenstrijdig is gereageerd op teksten en thema’s uit een minder ver verleden en geschreven in de moedertaal. Werd het literaire erfgoed van de voorouders uit de periode die later de ‘Middeleeuwen’ is gaan heten, ook als ‘anders’ opgevat of meer als ‘eigen’? Om daar achter te komen begin ik in januari met het project Indigenous roots of the Dutch Renaissance. A study of the conceptions of the medieval in early modern Dutch literature.
Waar gaat het onderzoeksplan over? Welke vraag staat centraal?
In dit project zoek ik naar opvattingen over de Middeleeuwen zoals die te reconstrueren zijn uit zestiende-, zeventiende- en achttiende-eeuwse literaire teksten en parateksten. Het gaat om beeldvormingsonderzoek of imagologie, gecombineerd met de vragen en verworvenheden uit het internationale vakgebied van de Studies in Medievalism, toegepast op de Nederlanden vanaf het begin van de Republiek. Het algemeen aanvaarde idee dat de nieuwe politieke verhoudingen gepaard gingen met een radicale literaire breuk met het verleden, zal uitvoerig ter discussie staan. Ik zal uitgaan van continuïteit en in kaart brengen hoe er tegelijk en niet zelden in contrast met het classicisme en humanisme in de Renaissance omgegaan werd met en gedacht werd over ‘het middeleeuwse’, met name in de nog lange tijd veel gedrukte, door hoog en laag gezongen, gespeelde en gelezen werken - zoals de geliefde ridderromans - uit de eeuwen voor de Opstand.
Wat zijn de boeiendste kanten van het project?
Ik kom met dit project terug in de Leidse onderzoeksomgeving, die zich uitstekend leent voor de studie van de Middeleeuwen en Renaissance in Europa en voor samenwerking met literatuurwetenschappers, historici, boekwetenschappers en kunsthistorici. Het is interessant om van hieruit en met behulp van de omvangrijke UB-collecties in kaart te brengen hoe de opeenvolgende generaties eclectisch zijn omgegaan met het ‘eigen’ verleden en selectief elementen hebben gebruikt om bepaalde doelen te bereiken zoals politieke propaganda en nieuwe Nederlandse identiteiten. Het is ook boeiend om te ontdekken dat er al heel vroeg een soort van canon ontstond van verhalen, romans, liederen en historische figuren uit de Middeleeuwen. Nieuw aan het onderzoek is om de vragen en resultaten uit het internationale onderzoek naar medievalism op Nederlands materiaal te betrekken, waarbij het mijn bedoeling is om vooral de tegenstellingen en het ‘krachtenveld’ duidelijk te maken.
Welk resultaat hoopt u te behalen?
Er is veel onderzoek gedaan naar de letterkunde van de Gouden Eeuw, maar de nadruk daarin ligt veelal op de Republiek als ‘nieuw vaderland voor de muzen’. Ik denk dat het veel oplevert om tegengeluiden te zoeken die het beeld van het dominante classicisme nuanceren. Wat nu nog ‘volksboeken’ en ‘historieliederen’ heet en verscholen zit in de catalogi van de boekgeschiedenis, zal een rol gaan spelen in onze perceptie van de vroegmoderne tijd. Ik hoop dat het een mooi boek gaat opleveren.
-------------------------
Lees verder: Inhoudsopgave Forum 8e jaargang, nummer 6