De studiecoördinator en het reisbureau voor de geest.

Forum - 6 november 2008

In de serie onderwijscolumns, dit keer: Betty van der Haven (studiecoördinator Leids Instituut voor Godsdienstwetenschappen) 

door Betty van der Haven

Sla de studiegids van het Leids Instituut voor Godsdienstwetenschappen open en een breed panorama ontvouwt zich: Islam in Western Europe, Christianity in the Middle East, Nieuwe religieuze bewegingen en New Age, Gnosis en Hermetica,Kunst en materiele cultuur van het Jodendom, De reis van de ziel: even zovele vensters op andere werelden, lonkende vergezichten op andere culturen. … Aankomende studenten hebben inderdaad die gids opengeslagen, hebben gesurfd over de website van dit reisbureau van de geest of zijn naar de Open Dagen gekomen om meer details over die uitdagende zwerfroutes te weten te komen. Zij hebben daar  hun reisleiders gevonden, enthousiaste docenten die hen mee op sleeptouw nemen, die hen niet alleen de grote vergezichten laten zien, maar hen ook wijzen  op de details in het geestelijk bouwwerk van hindoes, boeddhisten, joden, moslims, christenen en vele anderen. ‘Ontdekken wat mensen heilig is.’ Drie, vier, vijf jaar lang trekken student en docent met elkaar op door dit betoverend landschap.  

Wat is daarin de rol van de studiecoördinator? De studiecoördinator onttovert. De studie-coördinator reduceert de lonkende vergezichten en de vensters op de wereld tot brokjes van vijf soms tien ec, hapklare brokjes die in een rooster moeten passen, waarin tentamen moet worden gedaan, waarvoor  herkansing moeten worden gegeven, brokjes die studenten allemaal moeten hebben verzwolgen, brokjes die bij elkaar moeten worden opgeteld, soms ingeruild voor iets anders, brokjes die moeten passen bij andere brokjes, met elkaar een geheel moeten vormen. De studiecoördinator zorgt ervoor dat al die avonturen in lonkende verten stap voor stap gemaakt kunnen worden.  De studiecoördinator noteert de cijfers, houdt de voortgang in de gaten, is de poort naar de toelatingscommissie, de poort naar de examencommissie, zij schrijft de studiegids en de brochures, zij regelt een vrijstelling, zij vindt een oplossing als je als student twee weken voor je afstuderen ontdekt nog één puntje tekort te komen van de 180 …  

Maar, als studiecoördinator beschouw ik dat eigenlijk allemaal niet als het ‘echte werk’. Het echte werk vindt plaats in het directe contact met de studenten en dan met name met de studenten Islamitische Theologie, waarvoor ik het aanspreekpunt ben. Ik deel met hen een wetenschappelijke interesse en een fascinatie voor de islam. Ik heb zelf ook islamologie gestudeerd en nog niet eens zo lang geleden. Dus als de eerstejaarsstudenten zuchten bij de twaalf uur college Arabisch per week,  dan weet ik wat zij bedoelen: ‘Arabisch leren is als als vioolspelen’, zei mijn leraar indertijd ‘je moet het elke dag ten minste een uur oefenen.’ Het is inderdaad een forse investering, maar, zoals weer een andere docent  zei: ‘Maar dan heb je ook wat!’ Dan heb je toegang tot een wereld die tot dusver voor je gesloten was, een nooit meer aflatend geboeid zijn.

Er is wel het een en ander veranderd in de afgelopen jaren in de opleiding Islamologie, maar de wetenschappelijke afstandelijke attitude is dezelfde gebleven, dat is voelbaar in Leiden.  

Voor de student ben ik – inderdaad – de schakel tussen het betoverend landschap van het geestelijk avontuur dat studeren is en de taaie werkelijkheid van de studiepunten, het BSA en het soms moeizame proces van afstuderen. Sommige studenten maken een afspraak, maar de meesten staan zo maar in mijn kamer. Met grote en met kleine vragen, over de studie en vooral ook over het studeren zelf. Want, hoe doe je dat, studeren?  Zonder dat dit direct expliciet wordt gearticuleerd, blijkt vaak dat er onduidelijkheid bestaat over hoe je dat moet aanpakken. Tijdens de colleges dacht je nog wel dat je het begrepen had, maar thuis, alleen met de literatuur, doemt de vraag op  hoe het besprokene in je eigen hoofd een plaats te geven. Moeten al die pagina’s nu echt uit het hoofd worden geleerd …?   Het reisbureau van de geest verschaft in dat opzicht nog te weinig praktische tips. Het is vooral gericht op de lonkende vergezichten, maar niet op de reis zelf. Daarom, als ik een wens zou mogen doen aan het einde van deze column: Laten we nog een extra brokje in het curriculum stoppen, in het eerste semester, voor een college in studievaardigheden, het verplicht maken en het waarderen met één eecee’tje!   

-------------------------

Lees meer: Inhoudsopgave Forum 8e jaargang, nummer 6


Laatst Gewijzigd: 29-08-2011