Handel in boeken

Forum - 6 november 2008

'BoekMarc', column door Marc van Oostendorp 

Als ik u was, zou ik maar niet bij mij komen logeren. Voor u het weet, sleep ik u vanuit de boekenkast waarin ik woon mee op een tocht door het centrum van Leiden, waarbij we voor ieder huis een half uur gaan stilstaan, terwijl ik u van allerlei wetenswaardigheden vertel over wie er zoal in dat huis gewoond hebben en waarom die personen voor de loop van de wereldgeschiedenis van levensbelang zijn geweest.

Dat geldt al helemaal sinds ik onlangs in Barrera het boekje Langs Leidse letters van Paul Hoftijzer en Kasper van Ommen las. Wist u dat het pand waar die kroeg in zit vanaf het einde van de zestiende eeuw drie eeuwen lang bijna doorlopend is gebruikt door drukkers, boekhandelaars en uitgevers? Dat er bijvoorbeeld de winkel van Dirk Haak gevestigd is geweest, de boekhandelaar die onder andere beroemd werd doordat hij het werk van Linnaeus heeft uitgegeven?

Zo staat Langs Leidse letters vol met verbazingwekkende feiten en feitjes over de stad. Het was mij bijvoorbeeld ontgaan dat een van de slachtoffers van de beroemde ramp met het kruitschip (die een groot stuk van de binnenstad verwoestte en zo ruimte vrijmaakte voor het Van der Werffpark) de hoogleraar Grieks Jean Luzac (1746-1807) was. Hij kwam net zijn huis uit en de enorme knal wierp hem in het Rapenburg waar hij verdronk. Maar nog opmerkelijker was dat deze classicus in zijn vrije tijd een Franstalige krant uitgaf, met de welsprekende naam Nouvelles extraordinaires de divers endroits, volgens Hoftijzer en Van Ommen beter bekend als de Gazette de Leyde.

Bijna ieder gebouw in Leiden blijkt wel op enig moment met het boekenvak verbonden geweest; dat geldt bijvoorbeeld zelfs voor De Waag, dat in de zeventiende en achttiende eeuw gefungeerd heeft als de lokale AKO. Omdat vanaf deze plek de trekschuiten naar Rotterdam, Haarlem en Amsterdam vertrokken, kochten reizigers hier hun luchtige reislectuur, zoals het satirische tijdschrift De Amsterdamsche Mercurius (1690).

Langs Leidse letters is een mooi vormgegeven en prettig geschreven boekje, vol met aardige anekdotes over mensen uit het boekenvak, hoewel er weinig aandacht is voor literaire schrijvers – wat dan wel weer wordt gecompenseerd door aandacht voor de vele geleerde schrijvers van nonfictie die hier hebben gewoond. Zoals de beroemde Franse geleerde Josephus Justus Scaliger (1540-1609) die tot zijn verdriet aan de Breestraat (111-113) woonde. Dat verdriet werd veroorzaakt doordat hij veel last had van burengerucht: "Mijn buren plegen luid te schreeuwen en ik kan het ze niet beletten. Op vastendag drinken ze van 's morgens zeer vroeg af aan." En dan had hij nog geluk dat 3 oktober in zijn tijd nog niet zo uitbundig gevierd werd.

Wie Leiden kent, hoeft natuurlijk niet echt te gaan wandelen met dit boekje, maar kan gewoon in Barrera blijven zitten. Daar viel me zelfs het enige foutje op dat ik constateerde: Hoftijzer en Van Ommen beweren dat wie de Nonnensteeg (tegenover de kroeg) inloopt, uitkomt op de Vierde Binnenvestgracht. Dat moet natuurlijk de Vijfde Binnenvestgracht zijn. Aardig aan het boekje is ook het voorwoord van waarschijnlijk de beroemdste Leidse nonfictie-schrijver van dit moment, Frits van Oostrom, die aanbeveelt om voor de wandeling niet alleen "water" mee te nemen, maar ook "zoveel mogelijk boekenbonnen en uw pinpas (...) en voor de zekerheid mischien zo'n truttig trekkoffertje op wieltjes."

Dat laatste geeft de reiziger van buiten wel een wat overspannen idee van de huidige status van Leiden als boekenstad, vind ik. Er zijn wel een paar goede gespecialiseerde winkels  en tweedehandsboekwinkels, maar die worden lang niet allemaal genoemd: Atleest, Jongbloed en De Slegte ontbreken bijvoorbeeld, net zo min als de beste algemene boekwinkel die de stad momenteel heeft, Van Stockum. In plaats daarvan is er wel uitgebreide aandacht voor Kooyker en Ginsberg, die helaas de afgelopen jaren samen tot Selexyz Kooyker verworden zijn, een treurige volkomen verloederde versie van wat De Waag in de zeventiende eeuw was.


Een Leidenaar die bijvoorbeeld een nieuw Duits boek wil kopen, moet dat doen via het internet. Gastschrijver Arnon Grunberg - ooit eigenaar van een uitgevertje voor 'niet-Arische Duitstalige letteren - zal dan ook vast niet door de stad zijn gegaan met een trekkoffertje. Er zijn weinig schrijvers die zoveel van het boekenvak houden als Grunberg, die alle kanten van het vak heeft gezien.

In zijn Bert van Selm-lezing vertelde hij daar in september over. Onder de titel 'De dood en de verkoop. Over de oorlog die handel in boeken heet' staat die lezing ook in de door Jos Wuijts samengestelde Bibliografie van het werk van Arnon Grunberg tot 2008 dat verscheen als deel 19 van de SNL-reeks van de Stichting Neerlandistiek Leiden. Tien jaar geleden publiceerde Wuijts (volgens het omslag 'antiquaar in ruste en bibliograaf van Arnon Grunberg sinds 1994') al een bibliografie van deze schrijver, die hij nu dus heeft uitgebreid.

Wat mij betreft is dit de meest curieuze uitgave van dit jaar. Het is natuurlijk heel nuttig voor de wetenschap om lange lijsten te hebben met alle boeken, stukjes in de VPRO-gids en NRC Handelsblad, bibliofiele uitgaven en optredens in films – nog voor Grunberg als schrijver doorbrak, speelde hij volgens Wuijts een "kleine, maar intensieve rol" in de film De kassière van Ben Verbong: "Ontelbare malen moest hij zich van een trap laten vallen onder het slaken van een daarbij behorende kreet." Je zou kunnen volhouden dat enkele belangrijke thema's van Grunbergs werk zich hierin al aankondigden.

Maar waarom zou iemand een dergelijke lijst in hemelsnaam in een boek willen afdrukken? Als een elektronisch raadpleegbare database lijkt me het werk van Wuijts een prachtige bron (en als ik me dan probeer voor te stellen dat alle teksten zelf daar dan ook nog in worden opgenomen, begin ik te gloeien). Het zal wel iets te maken hebben met dezelfde reden waarom de stukjes die Grunberg op zijn eigen website zet ook niet zijn opgenomen: "vanwege de vluchtigheid van dit medium." Wuijts vindt dat internet (waar Grunberg inmiddels iedere dag voor schrijft) dus eigenlijk gewoon onzin – de bibliograaf van Grunberg blijkt in een eerdere eeuw te leven dan de schrijver zelf.


  • Paul Hoftijzer en Kasper van Ommen. Langs Leidse letters. Een boekhistorische wandeling. Leiden: Primavera Pers, 2008. ISBN 978-90-5997-062-5

  • Jos Wuijts. Bibliografie van het werk van Arnon Grunberg tot 2008. Gevolgd door diens 'De dood en de verkoop. Over de oorlog die handel in boeken heet'. Leiden: SNL, 2008. SNL-reeks 19. ISBN 978 90 78531 08 1.

-------------------------

Lees verder: Inhoudsopgave Forum 8e jaargang, nummer 6

Laatst Gewijzigd: 29-08-2011