Dwarsverbanden tussen harmonische systemen binnen schrift en muziek
In de faculteit wordt veel onderzoek verricht. In de rubriek Het onderzoek van… vertelt telkens een promovendus of andere onderzoeker over de grandeur en misère van het onderzoek doen. Dit keer vijf vragen aan Frank Blokland (Academie der Kunsten) over zijn onderzoek naar de onderliggende structuren van de ‘Harmonische Systemen’, die deel uitmaken van het Latijnse schrift. "De ondersteuning door de Universiteit Leiden levert een fundering en een wetenschappelijk kader voor het concretiseren van mijn ideeën."
Vertel iets over uzelf en hoe u tot dit onderzoeksproject bent gekomen.
"Tijdens mijn studie aan de afdeling Grafisch en Typografisch Ontwerpen van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) in Den Haag ging mijn grootste interesse al uit naar het letterontwerpen, dat toentertijd door Gerrit Noordzij werd gedoceerd. Na het behalen van mijn diploma in 1983 heb ik mij verder in deze discipline gespecialiseerd. Dat resulteerde onder andere in opdrachten voor het beletteren van een aantal monumenten, waaronder het Homomonument bij de Westerkerk in Amsterdam en van een reeks plaquettes in Leiden (in samenwerking met beeldhouwer Frans de Wit). In 1990 richtte ik de Dutch Type Library (DTL) op, de eerste uitgeverij van (bijzonder hoogwaardige) digitale fonts in Nederland, waarbij onder andere een aantal van door mij ontworpen lettertypen is ondergebracht. Zo’n acht jaar later initieerde en leidde ik de ontwikkeling van DTL FontMaster, gespecialiseerde software voor de professionele fontproductie waarvan de functionaliteit tot op de dag van vandaag verder wordt uitgebreid. In het verlengde daarvan organiseer ik van tijd tot tijd zogenaamde ‘DTL FontMaster Conferenties’, waarin de actuele fonttechnologieën centraal staan. Eind jaren tachtig zette ik de Teleac-cursus Kalligraferen, de kunst van het schoonschrijven op en schreef ik het bijbehorende boek. Sinds 1987 ben ik als (senior) docent ‘Letters’ aan de KABK verbonden en sinds 1995 geef ik theoretisch onderricht inzake letterontwerpen en fonttechnologie aan het Plantin Genootschap in Antwerpen. Momenteel beletter ik onder andere de nieuwe gebrandschilderde ramen van de Pieterskerk in Leiden, die als onderdeel van een grootscheepse restauratie de ramen van de vorige onderhoudsbeurt uit de jaren vijftig moeten vervangen.
Het onderzoeksproject aan de Universiteit Leiden is voortgekomen uit de steeds groter wordende behoefte die ik als letterontwerper, docent en softwareontwikkelaar kreeg aan een gedetailleerde beschrijving van de onderliggende structuren van de (varianten van de) letters die hedentendage in gebruik zijn. Een groot deel van mijn verklarende ‘Harmonische Modellen’ en daaraan gerelateerde andere modellen heb ik als docent in de afgelopen eenentwintig jaar ontwikkeld voor, en getest op mijn KABK studenten. De modellen vormen de basis voor onderzoek door de studenten naar de harmonieleer van het Latijnse schrift. Feitelijk doen ze daarmee ook veldwerk voor mijn project en zo snijdt het mes al lange tijd aan twee kanten. Als softwareontwikkelaar is het voor mij interessant om na de verregaande automatisering van het fontproductieproces, zoals die bijvoorbeeld reeds is ingebouwd in DTL FontMaster, te onderzoeken in welke mate de automatisering van het letterontwerpproces kan worden geïmplementeerd in software. Ook daarbij is het lesgeven behulpzaam; als studenten geholpen kunnen worden in hun ontwikkeling door de parameterisering van de toegepaste modellen, kan dezelfde parameterisering in principe worden toegepast in de te ontwikkelen software. "
Waar gaat het onderzoeksplan over; welke vraag staat centraal?
"Het doel van het onderzoek is om te komen tot een beschrijving op micro-niveau van de onderliggende structuren van de ‘Harmonische Systemen’, die deel uitmaken van het Latijnse schrift, en het benoemen hiervan. Een gedetailleerde beschrijving van de ‘Harmonische Systemen’, de ‘Harmonische Modellen’ en hun relatie tot elkaar is een eerste vereiste voor de parameterisering en automatisering van letterontwerpprocessen. Ook is het van belang voor het meetbaar maken van zaken als leesbaarheid (leesbaarheid als som der onderliggende modellen) en het beschrijven en parameteriseren van het idioom van letterontwerpers. In het onderzoek worden parallellen met de muziek(theorie) getrokken, vanwege de naar mijn mening aanwezige overeenkomsten tussen de harmonieleer van de westerse muziek en die van het Latijnse schrift. Een richtlijn daarbij vormt Traité de l'harmonie van de 18de eeuwse barokcomponist en theoreticus Jean-Phillipe Rameau. Hierin geeft Rameau een uitvoerige en doorwrochte beschrijving van de harmonieleer van de westerse muziek. De vraag die bij het onderzoek centraal staat, is of het mogelijk is om een met Rameaus nog steeds actuele standaardwerk in detail en omvang vergelijkbare beschrijving voor het Latijnse schrift te komen."
Wat zijn de boeiendste kanten van het project?
"De ondersteuning door de Universiteit Leiden levert een fundering en een wetenschappelijk kader voor het concretiseren van mijn ideeën. Eind jaren tachtig liep ik al met het idee rond om de harmonieleer van het Latijnse schrift te beschrijven en begin jaren negentig gaf ik reeds lezingen over dit onderwerp. Zoals gezegd, loopt feitelijk het onderzoek al gedurende lange tijd, onder meer door de experimenten die ik mijn studenten laat uitvoeren. Door het promotie-onderzoek worden de ideeën nu verder uitgediept en komt het tot een gedetailleerde beschrijving. Ook zijn de eerste stappen in de richting van het automatiseren en parameteriseren van het letterontwerpproces gemaakt in samenwerking met mijn begeleider Dr. Juergen Willrodt. De eerste –primaire- versies van de ‘LetterModeller’ applicatie voor Mac OS en Windows zijn (kosteloos) te downloaden van www.fonttools.org.
De samenwerking met een internationaal gelauwerd letterontwerper, typograaf en publicist als Prof. dr.H.C. Unger is natuurlijk een buitengewoon voorrecht, evenals de gelegenheid om het promotie-onderzoek te mogen doen aan de vermaarde universiteit van mijn geboortestad. "
Welk resultaat hoopt u te behalen?
"Gezien het voornoemde spiegelen aan de Traité de l'harmonie van Rameau, ligt het voor de hand dat het promotie-onderzoek moet uitmonden in een boekwerk dat een gedegen beschrijving levert van de harmonieleer van het Latijnse schrift. Daarbij heb ik overigens niet de illusie dat het een alomvattend werk zal worden dat verdere uitdieping van het onderwerp overbodig maakt. Het zal naar verwachting meer een solide fundering gaan vormen voor verder onderzoek. In eerste instantie door mijzelf, maar hopelijk ook door (vele) anderen."
Hoe bevalt het onderzoekersbestaan naast de werkzaamheden op de KABK?
"In Den Haag geef ik voornamelijk les aan de eerstejaars studenten van de afdeling Grafisch Ontwerpen (de voormalige afdeling Grafische en Typografische vormgeving). Daarnaast geef ik (onder meer facultatief) les aan de tweede fase opleiding Type and Media. Al met al neemt het lesgeven aan de KABK gemiddeld niet veel meer dan een dag per week in beslag. Het doceren zie ik net zoveel als een middel om informatie over te brengen als een manier om zelf te leren. Het definiëren van systemen en modellen ter ondersteuning van mijn schrift-onderricht helpt ook mij verder. Bij het ouder worden, lijken de zekerheden over het vakgebied af te nemen en de hoeveelheid vragen alleen maar groter te worden. Het lesgeven dwingt mij samen met mijn praktijk om zaken duidelijker te beschrijven en om antwoorden te vinden op het toenemend aantal vragen. Het onderzoekersbestaan is dus niet zozeer iets naast mijn werkzaamheden aan de KABK, maar is eerder een extensie daarvan.
En dan zijn er ook nog de vragen van de eerstejaars studenten. Die zijn soms naïef en vaak basaal en juist dat laatste dwingt tot een goede definiëring van de meest elementaire zaken. Overigens bracht het feit dat er op het gebied van de harmonieleer van het Latijnse schrift nog nauwelijks onderzoek is gedaan, een eerstejaars student tot het maken van de kanttekening dat mijn promotie-onderzoek daardoor wel gemakkelijk was. Er was volgens hem tenslotte nauwelijks of geen vergelijking mogelijk. Ik repliceerde met de opmerking dat daarentegen het uitvinden van het wiel toch niet echt gezien kan worden als een al te gemakkelijke opgave."