Woordenwisseling met en voor Ariane van Santen
Forum - 15 september 2009
Op donderdag 3 september 2009 heeft Dr. Ariane van Santen afscheid genomen van de Universiteit Leiden. Dat gebeurde met het symposium Woorden Wisselen in het LAK-theater. Het programma vermeldde drie lezingen over morfologie, gevolgd door het afscheidscollege van Ariane van Santen zelf en een ‘verrassend drieluik’. En verrast was zij zeker!
door Ronny Boogaart
Voor het symposium, dat gepresenteerd werd door Marijke van der Wal, waren drie vakgenoten van Van Santen uitgenodigd om een verhaal te houden over een morfologisch onderwerp. Niet voor niks natuurlijk: de morfologie, de leer van de woordvorming, is een evident zwaartepunt in het onderzoek dat Van Santen ruim veertig jaar bij de Opleiding Nederlandse taal en cultuur uitvoerde. Haar proefschrift uit 1992 ging erover en samen met Geert Booij schreef ze het boek dat intussen, in de uitgebreide druk van 1998, de inleiding in de morfologie is geworden (Morfologie. De woordstructuur van het Nederlands).
Een van haar favoriete onderwerpen binnen de morfologie is de vorming en het gebruik van vrouwelijke functiebenamingen. Die belangstelling resulteerde in een samenwerking met Johan de Caluwe van de Universiteit Gent. Als eerste spreker op het symposium sprak hij over de ‘wondere wereld van de woordvorming’. De Caluwe presenteerde een complex netwerk van alle verschillende manieren waarop in het Nederlands persoonsnamen gevormd kunnen worden: van werkwoorden (zwoeger), bijvoeglijke naamwoorden (lelijkerd) en zelfstandige naamwoorden (tuinier).
De andere twee sprekers op het symposium waren in het verleden allebei student van Van Santen. Voor de tweede spreker, Folgert Karsdorp, was dat nog niet lang geleden: afgelopen zomer rondde hij met haar als begeleider zijn masterscriptie af. De lezing van Karsdorp ging over het verschil tussen zogenaamde synthetische en analytische superlatieven: zeggen we het intelligentst of het meest intelligent? Karsdorp betoogde op grond van een statistisch model dat taalgebruikers daarvoor waarschijnlijk geen abstracte regel gebruiken, maar zich bij de vorming van een superlatief van een woord kunnen baseren op een ander woord dat er het meest op lijkt (de zogenaamde ‘nearest neighbour’).
Matthias Hüning, de derde spreker, is tegenwoordig hoogleraar Nederlandse Taalkunde aan de Freie Universitaet in Berlijn, maar in 1999 promoveerde hij in Leiden met Ariane van Santen als co-promotor. In zijn lezing hield hij zich bezig met de vraag wat ‘produktiviteit’ precies is – een belangrijke notie in de taalkunde en zeker ook in het werk van Van Santen. Met name hield Hüning een pleidooi voor een diachrone benadering ervan, en dus ook voor meer onderzoek naar de geschiedenis van de morfologie.
Na de pauze liet Ariane van Santen in haar afscheidscollege, Waarom (afscheids)woordjes wél leuk zijn, zien waar haar kracht als docent ligt. Haar lezing was glashelder en sprankelend en geheel opgebouwd rondom concrete voorbeelden van nieuwgevormde woorden: van Powellpoint-presentatie tot iPod-duim en het gebruik van het woord vergrijzing om het ‘minder zwart’ worden van zwarte scholen aan te duiden. Onder het motto, van Gerard Reve, dat eigen werk een illusie is, bedankte Van Santen haar leermeesters C.F.P. Stutterheim, Bob Uhlenbeck, Henk Schultink, Teun Hoekstra en Jan de Vries.
Het verrassende drieluik na het afscheidscollege begon met een presentatie van oud-student en oud-collega Corrie de Haan. Als student had ook zij meegemaakt dat Ariane van Santen als huiswerk de opdracht gaf om interessante oude en nieuwe woorden te verzamelen. Ter gelegenheid van haar afscheid hadden nu precies 65 oud-studenten, collega’s en vrienden precies dat gedaan. Al deze oude en nieuwe woorden werden door Sylvia Zwaaneveldt van drukkerij-uitgeverij De Baaierd – die zelf ook nog bij Van Santen college liep – prachtig vormgegeven in het boekje Afscheidswoorden.
Vervolgens was er aandacht voor het onderzoek van Van Santen. Collega’s Marijke van der Wal, Josien Lalleman, Marijke Mooijaart en Ronny Boogaart lieten aan de hand van vier puzzelstukjes zien dat de veelzijdige onderzoeksinteresses van Van Santen in vier categorieën ingedeeld kunnen worden: vorm, betekenis, norm en lexicon. De vier puzzelstukjes vormden samen een portret van Van Santen. De vier categorieën bleken overeen te komen met vier secties in de wetenschappelijke bundel Woorden Wisselen, een uitgave van de Stichting Neerlandistiek Leiden, waarvan het eerste exemplaar ter plekke aan Ariane van Santen werd aangeboden (zie ook: In de Toonkast).
Het drieluik werd afgesloten door de loco-burgemeester van de stad Leiden , dr. Gerda van den Berg. Zij loofde, naast onderwijs en onderzoek, vooral ook de grote inzet van Van Santen op het organisatorisch vlak. De lofrede van de loco-burgemeester eindigde met de bekendmaking dat Ariane van Santen werd benoemd tot ridder in de orde van Oranje-Nassau.
De receptie na afloop van het symposium in het Arsenaal was zeer drukbezocht en feestelijk. Dat laatste kon ook omdat het afscheid van Ariane van Santen niet betekent dat we haar bij de Opleiding Nederlands en op de faculteit niet meer tegen zullen komen.
-------------------------
Lees meer: Inhoudsopgave Forum 9e jaargang, nummer 5