Internationaliseringssubsidie voor Petra Sijpesteijn
Forum - 15 september 2009
Twee onderzoeken binnen het LIAS, het Leiden University Institute for Area Studies, kregen onlangs een driejarige internationale netwerksubsidie toegekend door NWO, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Een daarvan was voor hoogleraar Arabisch Petra Sijpesteijn en haar project Late Antiquity and early Islam: continuity and change in the Mediterranean. Ze legt uit wat deze subsidie voor haar onderzoek betekent.
door Deru Schelhaas
Wat is de achtergrond van deze subsidie?
"De subsidie is toegekend door NWO. Internationalisering is een van hun speerpunten.Het uitgangspunt is dat Nederlandse wetenschappers kunnen profiteren van de expertise van hun buitenlandse collega’s en vice versa. Ook het uitbreiden van het netwerk en verder uitwisselen van informatie tussen faculteiten Geesteswetenschappen staat hoog in het vaandel. Op die manier zouden Europese universiteiten uiteindelijk gezamenlijk grotere onderzoeksaanvragen kunnen doen bij internationale instellingen.
Deze subsidie maakt voor ons een samenwerking van drie jaar mogelijk met Princeton, Oxford en CNRS/Sorbonne. Toen ik de andere universiteiten benaderde, wilden ze onmiddellijk meedoen, en zelf leveren ze ook een financiële bijdrage. Het bewijst dat Leiden als studiecentrum van de vroege islam serieus wordt genomen. Ik durf best te zeggen dat Leiden op het gebied van onderzoek naar Arabische papyri wereldwijd een zeer belangrijke plek inneemt."
Waarom is een internationale aanpak in uw onderzoeksgebied zo van belang?
"In de Leidse bijdrage staan - mede dankzij het ERC-onderzoeksproject The formation of Islam dat vorig jaar gestart is - het bestuderen en interpreteren van teksten op papyri centraal. De onderzoeksgroepen van de overige participerende universiteiten hebben elk hun eigen, sterke onderzoeksprogramma’s. Door deze expertises in een goed georganiseerd netwerk samen te brengen, hebben we meer mogelijkheden om de onderwerpen die we bestuderen vanuit meerdere disciplines te benaderen. Archeologie, taalkunde, studie van de traditieliteratuur en onderzoek naar papyri; alle benaderingen dragen bij aan de kennis over de vroege islam. Het is een onderzoeksgebied dat op steeds meer interesse mag rekenen."
Waar wordt de subsidie voor gebruikt?
"Het maakt ruimte om drie congressen te organiseren, die gericht zijn op de overgang van de klassieke periode naar de vroege Arabische samenlevingen. In elk congres komt een ander deelonderwerp aan de orde, waarvan experts van de verschillende deelnemende onderzoeksgroepen in overleg hebben besloten dat er meer aandacht aan mag worden besteed. Die thema’s zijn in de literatuur zijdelings of fragmentarisch aan bod gekomen, en nu is het moment om ze gezamenlijk verder uit te diepen. Het organiseren van een congres is daartoe een mooie aanzet, en daarna zullen we nog enkele publicaties uitbrengen. Een vraag die bijvoorbeeld centraal zal staan is hoe het proces van arabisering van de taal er precies uit zag. Voor de vestiging van de islam waren in het Midden-Oosten Syrisch, Koptisch en Grieks de gangbare talen. Door de ontwikkeling van het Arabisch in kaart te brengen, kunnen we veel te weten komen over de samenlevingen. Verdwenen de andere talen bijvoorbeeld helemaal? Of niet? Het is bij uitstek zo’n complexe vraag die alleen vanuit verschillende disciplines te benaderen is.
Bovendien krijgen docenten, Phd-studenten en Postdocs dankzij de intensieve samenwerking en de versterking van het netwerk tussen de vier universiteiten de mogelijkheid om via een bezoekersbeurs een tijdje op een andere plek aan hun onderzoek te werken. Die uitwisselingen vind ik een belangrijk onderdeel. Het werkt heel vruchtbaar voor goed onderzoek als je een tijdje kunt meedraaien en meekijken op een andere plek en kunt profiteren van specialistische kennis elders."
-------------------------
Lees verder: Forum 9e jaargang, nummer 5