De Arabische invloed op de Berbertalen
- In de rubriek Het onderzoek van… vertelt Maarten Kossmann, postdoc binnen het project “De Arabische invloed op de Berbertalen” over zijn onderzoek. Zelf zal hij een overzicht maken van de verschillende invloeden. “We vragen ons af of vergelijkbaar taalcontact ook tot gelijke invloed heeft geleid.”
- Waar gaat het onderzoek over? Welke vraag staat centraal?
In het grote gebied tussen de Atlantische Oceaan in het westen en het uiterste westen van Egypte in het oosten worden zowel Berbertalen als Arabisch gesproken. Sinds de islamitische verovering van Noord-Afrika twaalf eeuwen geleden, hebben sprekers van Berbertalen en sprekers van het Arabisch natuurlijk veel met elkaar te maken gehad. In de loop van de tijd zijn veel Berbertaligen op het Arabisch overgegaan, met alle consequenties vandien voor de ontwikkeling van het dialectale Arabisch van de regio. Maar ook de mensen die Berber bleven spreken hebben veel elementen van het Arabisch overgenomen in hun taal. Om een voorbeeld te geven: in het Rifijns Berber – de moedertaal van de meeste Marokkanen in Nederland – zijn alle telwoorden van twee en hoger uit het Arabisch overgenomen. In dit project proberen we duidelijk te krijgen op welke manieren zich deze Arabische invloed doet gelden. Vind je Arabische invloed op alle punten van grammatica en woordenschat, of is hij beperkt tot bepaalde domeinen? Kunnen we deze invloed (gedeeltelijk) verklaren uit de sociale setting van het taalcontact? Is de invloed in heel Noord-Afrika van hetzelfde type, of is hij juist per gebied anders?
Wat zijn de boeiendste kanten van het project?
Het project is om verschillende redenen erg boeiend. In de eerste plaats bestaat er in de studie van taalcontact in het algemeen veel belangstelling voor de invloed van sociale omstandigheden op de taalkundige effecten. In dit project willen we kijken naar een heel aantal talen, die, naar we mogen aannemen, een vergelijkbare contactgeschiedenis hebben. Leidt dit ook tot gelijksoortige invloed? Bovendien is het Berber bijzonder interessant, omdat het er naar uitziet dat er nooit op grote schaal Arabischtaligen op Berber zijn overgegaan – terwijl dat andersom juist wel het geval is. Als je dus bepaalde contact-verschijnselen in het Berber vindt, kun je aannemen dat die zijn ingevoerd door sprekers die het Berber als eerste taal gebruiken, en dus niet, om het ruw uit te drukken, door een Arabisch accent zijn veroorzaakt. Dat zou een heel ander proces zijn geweest. Het project zal hopelijk ook inzicht bieden in de geschiedenis van het contact tussen Berbertaligen en sprekers van het Arabisch. Zo zie je dat de meest basale concepten van de Islam (vasten, de dagelijkse gebeden en dergelijke) in de meeste Berbertalen hetzelfde zijn - ofwel nieuw gevormde, ofwel zeer sterk aan het Berber aangepaste Arabische woorden. Je krijgt de indruk dat het om een vroege terminologie gaat, die bij de eerste bekeringsactiviteiten in Noord-Afrika werd gebruikt. En blijkbaar gebruikten de missionarissen dus Berber bij hun prediking, want anders hadden ze geen Berbertermen hoeven te verzinnen. Tegenwoordig vindt er in Marokko en Algerije een revival van het Berber plaats. Daarbij wordt onder andere een kunstmatige Standaard-Berbertaal uitgedragen, die als voornaamste kenmerk de zuivering van de taal van Arabische elementen heeft. Op het moment vind je binnen Berberse intellectuele kringen hier ook al een tegenbeweging, die de taal zoals hij is goed genoeg vindt en meer probeert aan te sluiten op de werkelijkheid van de sprekers. Misschien dat dit project eraan kan bijdragen aan te tonen hoe aan de ene kant de Berbertalige gemeenschappen altijd hun eigen taal en taalstructuren hebben weten te koesteren, maar hoe zij aan de andere kant altijd bijzonder open hebben gestaan voor hun anderstalige buren.
Het project bestaat uit verschillende onderdelen. Stanly Oomen zal een proefschrift schrijven, waarin de betekenis- en zinsstructuren van Berber en dialectaal Arabisch uit het uiterste oosten van Marokko met elkaar worden vergeleken. Khalid Mourigh gaat promotieonderzoek doen naar een bijna onbekende Berbertaal in het noordwesten van Marokko, het Ghomara. Maarten Kossmann maakt als postdoc een overzicht van verschillende contact-invloeden in de Berbertalen van Noord-Afrika. Het geheel staat onder leiding van Prof. dr H.J. Stroomer en is een gezamenlijk project van LUCL en LIAS.
-------------------------
Lees meer: Inhoudsopgave Forum 9e jaargang, nummer 5



