Over onderwijs
Forum - 15 september 2009
door Willem B. Drees
Vice-decaan en portefeuillehouder onderwijs
Opleidingen in een wereld van instituten
Onze faculteit bestaat uit heel veel opleidingen. Ik heb nog niet zelf geteld maar hoorde spreken van ongeveer zeventig opleidingen, op bachelor- of masterniveau, en zo’n vijfendertig opleidingsvoorzitters. Wij als wetenschappelijk personeel zijn bijna allemaal docent in een of meer van die opleidingen. Dat is de wereld van het onderwijs, van onze studenten. En voor vrijwel iedere academicus, en ook voor studiecoördinatoren en medewerkers op de secretariaten zijn de opleidingen een belangrijk aspect van de academische en professionele identiteit, waarvoor we ons met hart en ziel inzetten.
Vroeger waren bij de Faculteit der Letteren opleidingen eigen winkeltjes, met eigen geld en eigen personeel. Dat is niet meer zo. Onze faculteit is ingedeeld in zeven instituten. Ieder lid van het wetenschappelijk personeel hoort bij een instituut. Instituten zijn de primaire organisatie voor onderzoek, voor geld, en voor aanstellingen. De vorming van instituten stimuleert ook voor het onderwijs samenwerking en slimmer gebruik van onze middelen.
Al zijn de instituten belangrijk, we moeten de opleidingen niet uit het oog verliezen. Opleidingen zijn de belangrijke omgeving van alle studenten, en vaak ook voor de staf. Ik zal als portefeuillehouder onderwijs met opleidingen contact hebben en houden, over het onderwijs en over het samenspel van opleidingen en instituten, voor het welvaren van onze faculteit als verband van studenten en docenten die bezig zijn met academisch onderwijs.
In het vervolg van dit bericht wil ik drie onderwerpen aansnijden die dit jaar aan de orde zijn: het grote verschil tussen het eerste jaar en de latere jaren in de bachelor, het honoursprogramma, en de ontwikkeling van nieuwe opleidingen.
Ideaal en werkelijkheid van de bacheloropleidingen
In een andere Nederlandse universiteit wordt de bachelor van een opleiding afgesloten met een bachelorwerkstuk dat in een stevig begeleid traject wordt geschreven. Veel aanwijzingen over methoden en technieken, over het formuleren van onderzoeksvragen en het gebruik van literatuur. Prachtig.
Heel veel studenten, de helft van de groep, haken af of zakken voor deze cursus, en moeten het een jaar later overdoen. Dramatisch voor studenten die dachten bijna klaar te zijn, die plannen hadden gemaakt voor een masteropleiding, voor werk, of voor verhuizen. Idioot van de opleiding. Hadden ze dan nog zoveel kneuzen over, na minstens tweeëneenhalf jaar onderwijs? Zoveel studenten die het niet aan zouden kunnen? De helft vlak voor de eindstreep nog eens laten struikelen – een menselijk drama en een onderwijskundige nachtmerrie.
Gelukkig komt dit bij ons niet voor, hoop ik. Bij ons ontdekken studenten al in de loop van het eerste jaar of ze op het goede spoor zitten, of ze de gekozen studie kunnen en willen. Zelfselectie, en voor degenen die ten onrechte hun conclusies niet trekken, een duwtje door ons – het bindend studieadvies. Diegenen die doorgaan, zijn zo gemotiveerd dat het daarna op rolletjes gaat. Het ideaal is dat in het eerste jaar selectie optreedt, doordat de vakken een serieus beeld geven van de opleiding. De studenten die we over hebben na het eerste jaar, moeten allemaal vlot de eindstreep kunnen halen.
Docenten lijken soms bang dat ze te makkelijk of moeilijk toetsen. Daarom passen ze de toets of de norm aan zodat een kwart een onvoldoende heeft, de helft tussen de 6 en de 7, en een kwart 7 of hoger – de “Wet van Posthumus”, alsof het een natuurwet zou zijn. Wanneer er geen onvoldoendes vallen, dan was de toets te makkelijk. Voor het eerste jaar is zo’n verdeling misschien terecht. Toetsen moeten de student duidelijkheid geven wat er geëist wordt, en wie die eisen nu niet aan kan of nog geen goede studietechniek ontwikkeld heeft, moet dat ook ervaren. Maar na het eerste jaar hebben we afscheid genomen van zwakke en ongemotiveerde broeders en zusters. Dan hoeven docenten nooit meer onvoldoendes te geven. Nu ja, bij hoge uitzondering misschien wel wanneer iemand een keer niet heeft geleerd vanwege liefdesverdriet of een andere ernstige ziekte.
Kortom, het ideaal is een eerste jaar waarin door zelfselectie en selectie er duidelijkheid gegeven wordt. Wie het eerste jaar gehaald heeft, liefst met zestig studiepunten, en doorgaat met de studie, heeft bewezen deze studie te kunnen en te willen. En wij hebben dan op ons genomen die student verder te brengen naar het bachelordiploma. Vanaf het tweede jaar is elke onvoldoende en elke ernstige vertraging vanwege motivatie of capaciteiten, niet alleen het probleem van de student maar ook ons probleem – want dan hebben wij in het eerste jaar geen goed beeld gegeven van de opleiding.
Een vergelijking die misschien cru is: het levenseind. Helaas is het vaak een langzaam aftakelen. Dat mensen steeds ouder worden, betekent dan vooral dat ze langzamer dood gaan. Ideaal van goede medische zorg is wat mij betreft niet dat de maximale leeftijd opschuift, maar dat het patroon verandert – lang in gezondheid actief zijn, en dan een korte aftakeling. Wat het onderwijs betreft is het ook zoiets in omgekeerde zin: een korte periode van zelfselectie en selectie, maar met degenen die er dan zijn een voortvarend vervolg van de studie, serieus maar zonder struikelvakken. Dat is wat mij betreft de centrale boodschap van facultaire en universitaire stukken over rendementen en het fraaie woord “studiesucces”: we hoeven niet het niveau te verlagen, maar we moeten het eventuele lijden niet onnodig rekken. Bij een volgende gelegenheid kom ik hierop terug in verband met nieuwe beleidslijnen over toetsbeleid, waar alle opleidingen vanaf het volgend studiejaar mee te maken krijgen als ze nu al niet er mee aan de slag zijn gegaan.
Het Honours College
Tijdens het eerste jaar zijn er ook studenten die lekker bezig zijn, die gemotiveerd zijn om met hun studie verder gaan én nog wat verder om zich heen te kijken. Al jaren zijn er ‘honours classes’. Voor degenen die nu eerstejaars zijn, komt er het Honours College. Gemotiveerde studenten die hun eerste jaar compleet gaan halen, kunnen de jaren daarna een extra programma doen, wat verder kijken. De studie moet goed gaan, zodat de student wat extra aankan, maar interesse is nog belangrijker. Over dit Honours College en ervaringen met een dergelijk programma bij Geschiedenis elders in deze editie van Forum meer informatie.
Oud en nieuw
Tijdens de verbouwing gaat de verkoop door. En verbouwingen lijken er altijd te zijn; we leven niet in een makkelijke tijd. Voor nu een kort overzicht van bacheloropleidingen die gaan veranderen. Soms is dat al zeker; soms wordt nog gewerkt aan uitwerking van de voorstellen of moet een goedkeuringsprocedure worden doorlopen. Een voorlopig overzicht over de nieuwe merken in voorbereiding voor september 2010.
Opleidingen worden samengevoegd met soms nieuwe mogelijkheden. Zo is er vanaf volgend jaar een opleiding “Oude culturen van de mediterrane wereld”, waarin studenten kennis maken met de diversiteit, in ruimte en tijd, van Mesopotamië en Egypte, het oude Israel, en de Griekse en Romeinse wereld, waarna ze zich verder kunnen specialiseren. Daarnaast komt er “Hebreeuwse en Joodse studies”, vanuit Hebreeuws en Godsdienstwetenschappen. En Midden-Oostenstudies, waarin naast Arabisch, Perzisch en Turks ook de mogelijkheid zal zijn om het moderne Midden-Oosten in vergelijkend perspectief te bestuderen, met minder nadruk op taalstudie. Opleidingen betreffende Zuid en Zuid-Oost Azië, India en Indonesië, worden ook samengevoegd in een nieuwe opleiding.
Voor Oost-Azië wordt gewerkt aan een nieuwe opleiding waarin de cultuur centraal staat, naast de talige opleidingen Chinees, Japans, en Koreaans. Misschien ook een optie voor studenten van die opleidingen die tijdens het eerste jaar ontdekken dat ze wel geïnteresseerd zijn in Azië, maar dat de focus op taalverwerving niet ‘hun ding’ is; zelfselectie in het eerste jaar hoeft niet te betekenen dat studenten Leiden verlaten, maar dat ze ontdekken waar ze beter op hun plaats zijn. Ook nieuw is de in voorbereiding zijnde opleiding Cultuurwetenschappen, waarin mensen onder meer uit Area Studies, Cultural Disciplines, en Religious Studies zullen gaan samenwerken. Misschien later dit jaar uitgebreider voor te stellen. En een vernieuwde opleiding die voortkomt uit Taalwetenschap en Vergelijkende Indo-Europese Taalwetenschap, met inzet van de kennis die we verder hebben over het gebruik van taal in allerlei vormen van communicatie, met als werknaam “Taal- en Communicatiewetenschappen”.
Tenslotte is ook te noemen dat de Universiteit Leiden in Den Haag in september 2010 een University College begint, een driejarige “liberal arts and sciences” opleiding, met nadruk op de grote problemen van deze wereld, de internationale instellingen zoals die onder meer in Den Haag te vinden zijn. Niet exclusief van onze faculteit, maar zeker iets waar we ook bij betrokken kunnen en willen zijn, want internationale problemen hebben een belangrijke culturele dimensie, of we nu spreken van een “clash of civilizations”, of van mondialisering en willen werken aan intercultureel begrip, terwijl talenkennis in internationale instellingen of diplomatieke dienst ook zeer waardevol is.
Nogmaals, niet alles is al zeker maar het hier genoemde palet is in voorbereiding als vernieuwing van Leidse bacheloropleidingen per september 2010. Ook aan masteropleidingen en nieuwe bacheloropleidingen per 2011 wordt gewerkt; dat een volgende keer.
Overigens is er geen nieuwe opleiding nodig om goed werk te doen; dat gebeurt ook in de bestaande opleidingen, waar we met elkaar hard werken om goed werk te leveren, voor ons vak en voor onze studenten. Dank voor ieders inzet in ons onderwijs.
-------------------------
Lees verder: Forum 9e jaargang, nummer 5