Onderwijscolumn
Forum - 17 juli 2008
Wat is het geheim van goed onderwijs? Er werken veel goede en ervaren docenten op de faculteit. Jammer dat we vaak zo weinig tijd hebben om bij elkaar colleges te volgen. Maar er zijn ook andere manieren om elkaar te inspireren. Bijvoorbeeld door goede of bijzondere ervaringen uit te wisselen via een column in Forum. In de serie onderwijscolumns, dit keer: Larissa Anissimova. Winnaar van de onderwijsprijs in 2007, op verzoek van de redactie, een serie met onderwijscolumns.
Wie volgt?
Het talenpracticum als fitnessruimte
Door Larissa Anissimova
Als je toevallig verdwaalt in de lange gangen van het Lipsius en in de les Russisch terecht komt, ziet het er alles behalve wetenschappelijk uit. Er wordt gezongen, toneel gespeeld, gelachen en zelfs gesprongen en met armen en benen gezwaaid. Er wordt in ieder geval hard gewerkt en de studenten gaan weg met spierpijn… in hun mond. Het talenpracticum is voor ons de fitnessruimte voor de articulatieorganen.
Hoe doen wij dat en waarom? Ik ben een grote fan van Tony Buzan die adviseert van allebei je hersenshelften gebruik te maken. Niet origineel misschien maar in de praktijk gebeurt het veel te weinig. Bij traditionele leerprocessen wordt vooral een beroep gedaan op de linkerhersenhelft (logisch redeneren, woorden leren, informatie onthouden, analyseren). De capaciteiten van de rechterhemisfeer (ritme, verbeeldingskracht, kleuren, geuren, smaak, ruimtelijke waarneming) worden niet actief gebruikt.
In een groep zie je meteen hoe studenten onthouden. De meerderheid is visueel ingesteld. Ze kunnen pas iets zeggen, iets onthouden als de constructie op papier staat en grondig geanalyseerd is. Deze studenten zijn beter in grammatica, maar leren langzamer, ook de uitspraak kan een probleem zijn. Een kleinere groep is auditief, de fonetiek lukt meteen, zij kunnen hele constructies onthouden zelfs zonder te begrijpen hoe deze grammaticaal in elkaar zitten. Deze studenten maken meer grammaticale fouten dan de visueel ingestelde studenten.
Het belangrijkste uitgangspunt is dus onderkenning en erkenning van de verschillen tussen leerstijlen, tussen studenten. Dit sluit aan bij de welbekende inzichten van Maslov en Kolb over de verschillende stijlen en fasen van het leerproces.
Maslov zegt dat het leerproces vier stadia kent. In de eerste fase ben je op een bepaalde vaardigheid of kennisgebied onbewust-onbekwaam. Je weet niet dat je iets niet weet. De volgende stap is dat je je bewust bent van deze onbekwaamheid. Dan ga je aan de slag en door te oefenen en te studeren slaag je erin een Russische dialoog tot een goed einde te brengen: grammaticaal correct, juiste woordkeuze, adequaat in de situatie, enz. Je moet er alleen wel de hele tijd je hoofd bij houden. Je bent bewust-bekwaam geworden. Veel oefening en ervaring brengen je dan in het vierde stadium: je kan het en je hoeft er niet ‘bij na te denken’, een vloeiende taalbeheersing. Elk stadium kent zijn eigen psychologie.
Ook Kolb onderscheidt vier verschillende stappen die doorlopen moeten worden voor een goed resultaat. Studenten hebben vaak een voorkeur voor één van de stappen omdat deze goed aansluit bij de eigen begaafdheid en persoonlijkheid. Als docent zie je deze verschillende leerstijlen in de groep meteen. Er zijn ‘denkers’, mensen die eerst grammaticale en fonetische regels moeten leren voor zij iets durven zeggen. Ze hebben ook rust nodig. En er zijn mensen die meteen gaan experimenteren met de taal, ‘doeners’ die gedijen bij afwisseling en interactiviteit. Ze proberen te spreken zelfs zonder structuur en betekenis te begrijpen. Deze wegen zijn gelijkwaardig, zoals er ook plaats is voor de ‘dromer’, die verbeeldingskracht en fantasie benut en baat heeft bij visualisering, en voor de ‘beslisser’ die doelgericht oplossingen wil zoeken. Tussen het talenpracticum als fitnessruimte en het zelfstandig maken van huiswerk doorlopen studenten alle noodzakelijke stappen om te leren spreken.
Op gezag van Maslov, Kolb en Buzan springen wij dus lachend en zingend en toneelspelend in het talenpracticum rond. In eerste instantie benutten we in de les de eigen talenten van iedere student en daarna ontwikkelen we door middel van een serie oefeningen vooral het auditieve geheugen. Voor het verwerven van spreekvaardigheid is het verder heel belangrijk ook de motoriek te benutten: articuleren natuurlijk, maar ook schrijven of bewegen tegelijk met het spreken.
De visuele, auditieve of motorische instelling van studenten vraagt om daarop aansluitende opdrachten: cliché-lijsten maken, compressie-oefeningen, synoniem en antoniem vertalen, reconstructie-oefeningen, luisteren naar nieuwsuitzendingen, steekwoorden opschrijven, een mind map maken, navertellen, resumeren, schaduwen, rollenspellen doen, rijmpjes onthouden en zingen, etc.
Ook het kortetermijngeheugen wordt getraind voor een beter leerproces. Hoeveel woorden of uitdrukkingen kan je na één keer herhalen? 3-4-5? Wij beginnen inderdaad met deze aantallen en later kunnen de studenten 2-3 zinnen achter elkaar herhalen en ook onthouden en vertalen. Het doel is een betere absorbtie van informatie en het middel heet mnemotechnieken die een beroep doen op associatie en verbeeldingskracht. Concrete, zintuiglijke beelden vergeet je niet snel. Ook humor, overdrijving en kinestetische accentuering zorgen ervoor dat informatie gemakkelijker wordt onthouden.
Dat kan alleen in een goede werksfeer. Voor het vak spreekvaardigheid moeten studenten en docenten dus positieve energie meenemen, charisma zelfs. En je moet je voorbereiden. Het goede nieuws is dat ook de omzetting van informatie van kortetermijngeheugen naar langetermijngeheugen – lees: huiswerk – bevorderd wordt door een eenvoudig maar precies repetitieschema. Het geleerde moet herhaald worden – dat weten alle studenten uit alle eeuwen – maar de effectiviteit van deze inspanning wordt sterk vergroot door daarvoor een precies schema met precieze intervallen te volgen. Zonder motivatie en leergierigheid gaat dat niet: huiswerk moet gedaan worden, boeken moeten gelezen worden. Zodat het niet gaat zoals in een bekende Russische anekdote. Bij een toelatingsexamen voor de faculteit journalistiek vraagt de examinator:
- "Heeft u Tolstoy, Turgenev, Dostojevsky gelezen?"
- "Nee, maar u heeft me niet goed begrepen, ik wil geen lezer worden maar schrijver.
-------------------------
Lees meer: Inhoudsopgave Forum 8e jaargang, nummer 4