Van de decaan
De graduate school en de landelijke onderzoekscholen

Forum - 29 juni 2010

door Wim van den Doel

In Leiden zijn op dit moment vier landelijke onderzoekscholen op het terrein van de Geesteswetenschappen gevestigd: ARCHON voor de archeologie, ISIS voor de islamstudies, OIKOS voor de classici en het Posthumusinstituut voor de economisch en sociaal-historici. Het penvoerderschap van OIKOS zal in 2011 worden overgenomen door de Radboud Universiteit, terwijl Leidse promovendi ook gebruik maken van landelijke onderzoekscholen die elders zijn gevestigd. Wat is nu de toekomst van deze landelijke onderzoekscholen nu overal in Nederland lokale graduate schools worden ingericht?

Kritische massa en kritische expertise

Deze vraag is de afgelopen maanden onderwerp geweest van een belangrijke discussie die heeft plaatsgevonden tussen enerzijds de decanen van de geesteswetenschappelijke faculteiten in het land en de leiding van de verschillende onderzoekscholen. De aanleiding van deze discussie was het ontstaan van lokale graduate schools en de bedreiging die dit volgens sommigen betekende voor de landelijke onderzoekscholen. Dit was overigens niet iets wat zich alleen in het domein van de geesteswetenschappen afspeelde, ook in andere wetenschapsgebieden speelde deze kwestie. Vandaar dat KNAW, NWO en de VSNU een tripartite werkgroep instelden om over de toekomst van de landelijke onderzoekscholen een advies op te stellen. Deze werkgroep, waarin ook onze rector-magnificus Paul van der Heijden zitting had, concludeerde onder meer dat interuniversitaire samenwerking van belang was voor “het onderzoek in het algemeen en tevens voor de opleiding van promovendi”. Daarin speelden volgens de werkgroep vanuit het perspectief van de promovendus twee begrippen een belangrijke rol: kritische massa en kritische expertise. De werkgroep achtte interuniversitaire samenwerking vooral essentieel daar waar kritische massa of kritische expertise niet bereikt kunnen worden op lokaal niveau. Dit gold “met name voor relatief kleine onderzoeksgroepen per instelling in vooral de geesteswetenschappen” (zie: 'rapport samen slimmer').

Matrix

Het rapport van de tripartite werkgroep is voor de decanen van de geesteswetenschappelijke faculteiten in Nederland aanleiding geweest een eigen standpunt in te nemen over de verhouding tussen de lokale graduate schools en de landelijke onderzoekscholen. Hierbij hebben zij allereerst erkend dat deze onderzoekscholen de afgelopen jaren hebben laten zien een belangrijke rol te spelen bij het opleiden van promovendi, en dat ze daarbij als dwarsverbanden een duidelijke taak en verantwoordelijkheid kennen. Het is in ieders belang deze meerwaarde van de Onderzoekscholen te  onderkennen en maatregelen te nemen dat ze gehandhaafd kan blijven. Faculteiten - en dus ook de Graduate Schools - hebben er immers alleen maar baat bij als de bij hun ondergebrachte vakgebieden op het terrein van onderzoek en onderwijs de hoogst mogelijke prestaties leveren. De specifieke verantwoordelijkheid van de Onderzoekscholen geldt in het bijzonder de landelijk aangeboden delen van de onderzoekersopleiding. Graduate schools en Onderzoekscholen kunnen en moeten gezamenlijk een matrix vormen. Complementair aan opleidingsprogramma’s binnen de Graduate Schools zullen er immers landelijke programma’s nodig zijn.

Taken landelijke onderzoekscholen

Naast de bovenbeschreven taken op het gebied van de Promotieopleiding, zijn de landelijke onderzoekscholen in het kader van het proces van Duurzame Geesteswetenschappen ook uitgenodigd onderwijs te organiseren ten behoeve van de ResearchMA-opleidingen, waarbij met name te denken valt aan winter- en/of summerschools, masterclasses e.d..

Aan de landelijke Onderzoekscholen kunnen op deze manier een aantal taken worden toegekend, die al of niet in samenwerking met de Graduate School wordt uitgevoerd, zoals:

  • het aanbieden van cursussen ten behoeve van de ResearchMA- en de Promotieopleidingen;

  • de afstemming van lokaal en landelijk aanbod binnen de promotieopleidingen;

  • het faciliteren en bevorderen van de mobiliteit van promovendi binnen de samenwerkende promotieopleidingen;

  • de verzorging van een interuniversitaire onderwijscatalogus;

  • het bieden van een interuniversitair platform voor discussie en samenwerking op het betreffende vakgebied.


Penvoerdersgelden en schoolgeldbijdragen: financiering

Het goed functioneren van de Onderzoekscholen is in belangrijke mate afhankelijk geweest van de zogenaamde ‘Penvoerdersgelden’ (in de meeste gevallen beschikbaar gesteld door het College van Bestuur van de instelling die als Penvoerder optraden). De geesteswetenschappelijke faculteiten hebben in dit kader afgesproken dat er een landelijk contributiesysteem komt dat zal zorgen voor een landelijk fonds om deze “penvoerdersgelden”  te financieren. Hieruit zullen het directeurschap en de secretariële ondersteuning gefinancierd worden.

Naast de “penvoerdersgelden” zullen de Onderzoekscholen die bij de Commissie Regieorgaan Geesteswetenschappen een plan hebben ingediend om te zorgen voor aanbod voor ResMA-studenten 10.000 of 15.000 euro (afhankelijk van hun grootte) voor  de organisatie van dit research master onderwijs ontvangen, uiteraard op voorwaarde dat dit geld inderdaad door de Commissie Regieorgaan Geesteswetenschappen (en het ministerie van OC&W)  ter beschikking wordt gesteld.

Verder zal de huidige praktijk van de schoolgeldbijdragen worden gehandhaafd. Promovendi die bij een graduate school zijn aangesteld zullen voor de duur van hun aanstelling een “rugzak” van €2.000 ontvangen en research master studenten een rugzak van €500. Zij kunnen die aanwenden voor ondermeer de opleidingsactiviteiten (Summerschools, Winterschools, Masterclasses, etc.) van de Onderzoekscholen. De helft van dit geld zal indien studenten en aio’s zich bij een Onderzoekschool aanmelden, direct naar de desbetreffende Onderzoekschool worden overgemaakt, met de andere helft kan de student vrij kiezen, bijvoorbeeld ten behoeve van opleidingselementen bij een andere onderzoekschool dan wel ten behoeve van activiteiten in het buitenland. Alle promovendi en research masterstudenten van geesteswetenschappelijke faculteiten kunnen aan alle door deze faculteiten ondersteunde Onderzoekscholen cursussen volgen, ook als het gaat om een cursus van een onderzoekschool waaraan zij niet verbonden zijn.

Het goede nieuws is dat de faculteiten op het terrein van de geesteswetenschappen en de landelijke onderzoekscholen inmiddels overeenstemming hebben bereikt over deze vorm van financiering en ook over de onderlinge taken en verantwoordelijkheden. Dat is goed voor onze graduate school en goed voor de landelijke onderzoekscholen.

Netwerk Graduate Schools en onderzoekscholen

Samenvattend worden hieronder de verantwoordelijkheden van de Graduate Schools en de Onderzoekscholen als netwerk nog eens op een rijtje gezet.

Graduate School:

  • beslist over aanstelling promovendi, duur promotietraject en honorering;

  • legt opleidings- en begeleidingsplan vast en bewaakt dit;

  • legt eindtermen van de promotieopleiding vast en bewaakt deze;

  • biedt cursussen aan ten behoeve van de promotieopleiding en stelt hiervoor formatie ter beschikking;

  • houdt onderzoekscholen op de hoogte van de lokaal lopende en voorgenomen promotieprojecten en aanstellingen op de betreffende wetenschapsterreinen;

  • is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de promotieopleiding;

  • is verantwoordelijk voor de begeleiding van de promovendi;

  • is verantwoordelijk voor het rendement van de promotieopleiding;

  • vaardigt senior-onderzoekers die betrokken zijn bij de coördinatie van lokale opleidingsprogramma’s (als mandatarissen van de directeuren van de deelnemende graduate school) af naar besturen van landelijke onderzoekscholen;

  • zorgt voor kwaliteitsbewaking van de Onderzoekscholen via de gebruikelijke wegen (met behulp van het SEP, of in het verlengde van het traject van de onderzoekmasters);

  • heeft m.m. dezelfde en/of vergelijkbare taken en verantwoordelijkheden voor de ResearchMA-opleidingen.


Onderzoekschool
:

  • is een interuniversitair netwerk voor onderzoek en onderzoeksgerelateerd onderwijs binnen een academisch domein;

  • op voordracht van de deelnemende Graduate Schools worden de onderzoekscholen door de gemeenschappelijke Faculteiten zoals vertegenwoordigd in het DLG (Disciplineoverlegorgaan Letteren en Geschiedenis) erkend;

  • biedt een platform voor afstemming van lokaal en landelijk aanbod van de Graduate Schools;

  • faciliteert en bevordert de mobiliteit van promovendi binnen de samenwerkende Graduate Schools, mede door het verzorgen van een interuniversitaire onderwijscatalogus;

  • biedt cursussen aan ten behoeve van de promotieopleidingen en ResearchMA-programma’s; deze cursussen worden verzorgd door stafleden uit de verschillende Graduate Schools;

  • neemt initiatieven die de deelname van buitenlandse promovendi aan de deelnemende promotieopleidingen bevorderen;

  • toetsing van de meerwaarde van de onderzoekscholen heeft periodiek plaats door de gemeenschappelijke Faculteiten zoals vertegenwoordigd in het DLG.


-------------------------

Lees verder: Inhoudsopgave Forum 10e jaargang, nummer 4 (29 juni 2010)

Laatst Gewijzigd: 02-09-2011