BoekMarc: Een afschuwelijke stank in Florence
Forum - 29 juni 2010
BoekMarc, column door Marc van Oostendorp
In de hogere kringen in Florence was het in het midden van de vijftiende eeuw “gebruikelijk om een jongeman onder de hoede van een grammaticus te stellen”, vertelt Gert Jan van der Sman in zijn Lorenzo & Giovanna. Schoonheid en noodlot in Florence. Florence was dus een gelukkige stad, waarin sociale status gekoppeld was aan geleerdheid en goede smaak. De kennis van vreemde talen stond daarbij centraal. Een edelman die geen woord buiten de deur sprak was geen echte edelman.
Lorenzo Tornabuoni (1468-1497) werd bijvoorbeeld geprezen om zijn kennis van het Grieks. Tijdens het drie dagen durende huwelijksfeest met Giovanna degli Albizzi (1468-1488) werd een gedicht voorgedragen waarin hoog van zijn taalgeleerdheid werd opgegeven: “Want hij cultiveert de uitzonderlijke kunsten van de goddelijke Pallas / en al wat de oudste geschriften in het Latijn onderwijzen. / Hij schept zelfs de wateren uit de Griekse bronnen / opdat hij de twee talen daardoor leert kennen.”
Lorenzo & Giovanna is een beschrijving van het huwelijk van Tornabuoni en Albizzi dat met zoveel pracht en praal omgeven werd dat het nog eeuwenlang tot de verbeelding zou spreken. De plechtigheid alleen al omvatte drie dagen, en zat boordevol diners, feestelijkheden, uitwisselingen van geschenken en wat er verder bij kwam kijken. De familie Tornabuoni had nauwe relaties met de familie De Medici en liet een van de fraaiste paleizen van de stad bouwen, terwijl Lorenzo en Giovanna introkken in een fraai buiten.
Onthoofd
De combinatie van geld en goede smaak was een zeldzaam gelukkige: volgens Van der Sman kunnen meer dan twintig kunstwerken van beroemde schilders als Botticelli en Ghirlandaio met het jonge paar in verband worden gebracht. Een detail van het fraaie portret van Giovanna door de laatste schilder siert bijvoorbeeld het omslag van Lorenzo & Giovanna; de andere schilderijen staan allemaal in kleur afgebeeld in Van der Smans boek. En dit alles terwijl het huwelijk slechts anderhalf jaar duurde: daarna overleed Giovanna, op negentienjarige leeftijd, in het kraambed. Haar man zou haar nog negen jaar overleven. Omdat hij zich geallieerd had met de gehate Piero de Medici, werd hij uiteindelijk echter onthoofd.
Van der Sman, die aan het Nederlands Interuniversitair Kunsthistorisch Instituut in Florence werkt en daarnaast bijzonder hoogleraar is in Leiden, heeft een meeslepend verslag geschreven van het wel en wee van enkele invloedrijke Florentijnse mecenassen en kunstliefhebbers. Hij putte onder andere uit het uitgebreide huishoudboek dat vader Albizzi bijhield en waarin hij ook verslag deed van de belangrijke gebeurtenissen in zijn leven. Die bron was nog nooit eerder onderzocht.
Goede smaak en talent
Niet lang na de dood van Lorenzo Tornabuoni kwam een leeftijdgenoot van Lorenzo en Giovanna in Florence tot een hoge positie: in 1498 werd Niccolò Machiavelli (1469-1527) benoemd tot secretaris van de kanselarij van de republiek. Of Niccolò en Lorenzo elkaar gekend hebben, is onduidelijk: Machiavelli werd pas belangrijk toen Tornabuoni’s rol al was uitgespeeld.
Het werk van Niccolò Machiavelli is de afgelopen jaren tot een specialiteit geworden van Paul van Heck, UHD Italiaanse Letterkunde in Leiden. Hij vertaalde eerst het omvangrijke Discorsi. Gedachten over staat en politiek en Il Principe, en maakte dit onlangs compleet met Toneel en verhalend proza. Mandragola, Clizia, Belfagor. Net als het boek van Van der Sman verscheen Van Hecks vertaling bij Primavera Pers in Leiden, een kleine uitgeverij met een mooi fonds met literaire vertalingen, boeken over geschiedenis en kunstgeschiedenis, en boeken over Leiden.
Toneel en verhalend proza valt misschien wel vooral goed te genieten voor wie eerder Lorenzo & Giovanni gelezen heeft. We leren Machiavelli nu eens niet kennen als een al dan niet serieuze politieke denker, maar vooral als een man van zijn tijd. Een schrijver die zijn goede smaak en talent etaleerde in enkele toneelstukken die losjes gebaseerd waren op de Romeinse komedieschrijvers Terentius en Plautus alsmede in talloze brieven aan vrienden. Als die brieven bewaard gebleven waren, hadden ze volgens Van Heck een monument van de Florentijnse renaissance kunnen zijn. Maar helaas ging Machiavelli nogal achteloos met zijn correspondentie om en hebben we nog slechts weinig over.
Walging
Uit Van Hecks instructieve commentaar blijkt dat Machiavelli een libertijns leven leidde, en affaires met mannen en met vrouwen had. Zijn hier vertaalde werk gaat alleen over de relaties tussen mannen en vrouwen, al wijst Van Heck in de komedie Mandragola een passage aan die je wel degelijk homoerotisch zou kunnen duiden. Heel vriendelijk over vrouwen gaat het er doorgaans niet aan toe. In de novelle Belfagor gaat een duivel naar de aarde om te onderzoeken of het waar is wat zoveel getrouwde mannen beweren: dat de hel te verkiezen is boven de huwelijkse staat. In de komedies Mandragola en Clizia zijn vrouwen poppen zonder veel eigen persoonlijkheid die vooral dienen om mee naar bed te gaan, en in een van de brieven wordt plastisch Machiavelli’s walging beschreven als hij ontdekt hoe lelijk en onwelriekend de hoer is met wie hij het net heeft gedaan.
Van Heck is veel geprezen om het prachtige Nederlands van zijn Machiavelli. Met dit boek bewijst hij alle registers van de grote Italiaanse schrijver in onze taal te kunnen omzetten: “Uit haar bovenlip staken hier en daar een paar lange stekels. Ze had een centenbak die schuin omhoog stak, en eronder hing een lap vel die reikte tot onderaan haar keel. (...) En toen ze haar mond opendeed, kwam er een afschuwelijke stank naar buiten.”
Bijna nog interessanter dan de tekst van Machiavelli zijn in het geval van dit verspreide werk misschien wel het begeleidende essay dat de vertaler schreef over de vroegmoderne Italiaanse toneeltraditie en de vele voetnoten. Soms gaat de notendrift een beetje ver, en wordt bijvoorbeeld de portee van een grap uitgelegd, maar over het algemeen zijn ze heel verhelderend. De moderne lezer heeft nu eenmaal niet dezelfde intellectuele bagage als zijn Florentijnse tegenhanger. Wie staat er nog onder de hoede van een grammaticus?
-
Gert Jan van der Sman, Lorenzo & Giovanna. Schoonheid en noodlot in Florence. Leiden: Primavera Pers.
-
Niccolò Machiavelli, Toneel en verhalend proza. Mandragola, Clizia, Belfagor. Vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Paul van Heck. Leiden: Primavera Pers.
-------------------------
Lees verder: Inhoudsopgave Forum 10e jaargang, nummer 4 (29 juni 2010)