Het onderzoek van..
Forum - 30 mei 2008
Het onderzoek van....
Rick Honings: 'Het literaire leven in Leiden 1760-1860 '
In de faculteit wordt veel onderzoek verricht. In de rubriek Het onderzoek van… vertelt telkens een promovendus of andere researcher over de grandeur en misère van het onderzoek doen.
Deze maand vijf vragen aan Rick Honings over zijn promotieonderzoek naar het literaire leven in Leiden in de achttiende en de negentiende eeuw.
Vertel iets over uzelf, hoe bent u tot dit onderzoekproject gekomen?
Toen ik in 2002 aan mijn studie Nederlands begon, had ik nooit kunnen denken dat ik ooit als promovendus aan diezelfde opleiding verbonden zou zijn. Ik wilde leraar worden, zo had ik me al jaren eerder voorgenomen. Door de inspirerende hoorcolleges van Peter van Zonneveld (mijn huidige co-promotor) raakte ik echter steeds meer geïnteresseerd in de negentiende-eeuwse letterkunde. Bij het zoeken naar een geschikt onderwerp voor mijn bachelorscriptie stuitte ik op een nog nauwelijks onderzocht manuscript van François HaverSchmidt, beter bekend als Piet Paaltjens. Dat heeft geresulteerd in een door mij verzorgde uitgave: Met de vrienden op reis in Zwitserland in 1881. Deze ‘ontdekking’, zoals het al gauw werd genoemd, wist zelfs de landelijke kranten en de radio te bereiken. Toen merkte ik eigenlijk voor het eerst dat het verleden echt spannend kan zijn, omdat er nog zoveel te ontdekken valt. Het is één groot tapijt, en als je aan één draadje gaat peuteren, komt er een heleboel los, en dat vind ik fascinerend. Door mijn masteronderzoek naar de relatie van Willem Bilderdijk met de stad Leiden, dat gekoppeld was aan een door mij samengestelde tentoonstelling in de universiteitsbibliotheek, viel het me op dat Leiden in de literatuurgeschiedenis een bijzondere plaats heeft ingenomen. Toch bestaat er tot op de dag van vandaag nog geen overkoepelende studie hierover. Inmiddels ben ik alweer een half jaar bezig om zo’n boek te schrijven.
Pierre Bourdieu
Waar gaat het onderzoeksplan over? Welke vraag staat centraal?
Mijn bedoeling is om een studie te schrijven over het literaire leven in Leiden, gezien over een hele eeuw. Leiden kende een rijk, veelzijdig en dynamisch letterkundig leven in de achttiende en negentiende eeuw. Vooral de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, die in 1766 werd opgericht, en tal van andere genootschappen en instituties drukten hun stempel op de literaire wereld. Om dit in kaart te brengen baseer ik me voor een belangrijk deel op de kunstsociologie van de Franse socioloog Pierre Bourdieu. Hij is de geestelijk vader van het begrip ‘literair veld’: de sociale ruimte waarin literatuur geschreven, geproduceerd, gelezen en besproken wordt, en waarin verschillende soorten instituties invloed – of in de terminologie van Bourdieu: macht – uitoefenen op het literaire leven. Deze theorie heeft hij onder meer uitgewerkt in zijn kloeke boek De regels van de kunst, oorspronkelijk verschenen in 1992. Bourdieu geeft in zijn boek een analyse van het literaire veld van Parijs in de negentiende eeuw. Voor mijn onderzoek beschouw ik de stad Leiden als een casus waarop de literaire veldtheorie kan worden toegepast. Leiden is in weinig opzichten vergelijkbaar met het door Bourdieu beschreven literaire veld van Parijs; er bestond bijvoorbeeld nog nauwelijks literatuuronderwijs en nog geen volwaardige kritiek. De periode 1760-1860 verdeel ik in vijf tijdvakken, waarbinnen steeds het literaire veld wordt geanalyseerd. Elk literair veld kent zijn eigen wetten en strategieën, die aan verandering onderhevig zijn, en die ik hoop te reconstrueren. Bovendien ga ik na welke sociale functie de literatuur in ieder tijdvak vervulde. Daartoe stel ik in ieder hoofdstuk telkens een of meerdere ‘grote gebeurtenissen’ centraal, zoals de patriottenstrijd, de inval van de Fransen, de buskruitramp, de discussie over de geest der eeuw en de romantiek en de Belgische opstand.
Buskruitramp
Wat zijn de boeiendste kanten van het project?
Aardig aan het soort onderzoek dat ik verricht is het feit dat ik nieuwe, verrassende dingen vind in de archieven. Mijn co-promotor vraagt me dan ook wekelijks: ‘Wat heb je nu weer gevonden?’ Natuurlijk is er al veel deelonderzoek verricht in de loop der tijd, maar het is spannend dat er nog iets te ontdekken valt in de archieven. In Leiden wordt een schat aan materiaal bewaard, zowel in de universiteitsbibliotheek als in het Regionaal Archief, waarvan ik gretig gebruik maak. Dat is misschien was Johan Huizinga bedoelde toen hij het begrip ‘historische sensatie’ introduceerde: het euforische gevoel van de onderzoeker die het contact met het verleden ervaart. Ik zit tegenwoordig regelmatig met rode oortjes te lezen in de ongelooflijke hoeveelheid pamfletten en andere geschriften die de patriottentijd heeft voortgebracht. De strijd tussen de patriotten en de prinsgezinden werd in alle hevigheid uitgevochten, zowel fysiek als op papier, ook in Leiden. Men schroomde niet om een tegenstander op literair verantwoorde wijze uit de weg te ruimen, door hem bijvoorbeeld van overspel of hoererij te beschuldigen. Johannes le Francq van Berkhey, een prominente Leidse dichter in deze tijd, duidde deze handelswijze aan als ‘moorden met de pen’. De tweede helft van de achttiende eeuw staat dan ook in schril contrast met de preutse Victoriaanse tijd die later zijn stempel zou drukken op de literaire cultuur. Het snuffelen in de archieven en proberen om literaire gebeurtenissen te reconstrueren is zonder twijfel het spannendste aspect van mijn onderzoek.
Johannes le Francq van Berkhey
Welk resultaat hoopt u te behalen?
Ik hoop te bereiken dat ik in mijn boek de ontwikkeling laat zien die het literaire veld van Leiden in honderd jaar tijd heeft doorgemaakt. Daarbij ga ik uit van een vogelperspectief: ik bekijk de gebeurtenissen van bovenaf, en probeer verklaringen te bedenken waarom schrijvers op een bepaalde manier handelden. Welke strategie koos Willem Bilderdijk aan het begin van zijn carrière? Welke plaats namen vrouwelijke auteurs in? En waarom werd iemand als Johannes le Francq van Berkhey uit het literaire wereldje verbannen? Ik ben ervan overtuigd dat deze aanpak tot nieuwe inzichten kan leiden. Tegelijkertijd wil ik proberen de dynamiek van het kleurrijke verleden te schilderen en de lezer te laten proeven van de rijke schakering aan pennenvruchten.
Hoe bevalt het aio-bestaan op deze faculteit?
Het werk als aio bevalt uitstekend. Veel mensen vragen me of het niet saai is om de hele dag in je eentje onderzoek te doen. Dat ervaar ik niet zo, hoewel het een groot verschil is met de drukte van het lerarenberoep (ik werkte vorig jaar op een middelbare school als docent Nederlands). Maar de begeleiding is goed geregeld, collega’s zijn aardig en betrokken en ik heb het gevoel dat ik echt op mijn plaats ben bij de opleiding!
(Rick) R.A.M. Honings, MA (Nederlandse Taal en Cultuur, Modern and Contemporary Studies), Het literaire leven in Leiden 1760-1860 (promotor: prof.dr. J.L. Goedegebuure).
-------------------------
Lees verder: Inhoudsopgave Forum 8e jaargang, nummer 3