Leiden Centre for the Study of University Collections and Museums
Informatie over 'Leiden Centre for the Study of University Collections and Museums'
- Intellectueel en Academisch Cultureel Erfgoed
- Werkgroep 'De materiële cultuur van wetenschap tot 1800'
- Book Sales Catalogues of the Dutch Republic, 1599-1800
- Carolus Clusius and sixteenth-century botany in the context of the new cultural history of science
- Scaliger Institute. A Centre of Research and Education for the Special Collections of Leiden University Library
Scientific Coordinator
Prof.dr. M.A. Meadow
Johan Huizinga Gebouw
Doelensteeg 16 (kamer 127),
2311 VL Leiden
+31 (0)71 527 26 92
m.meadow@hum.leidenuniv.nl
Associate Scientific Coordinator
Dr. M. Keblusek
Johan Huizinga Gebouw
Doelensteeg 16 (kamer 224)
2311 VL Leiden
+31 (0)71 527 23 60
m.keblusek@hum.leidenuniv.nl
Intellectueel en Academisch Cultureel Erfgoed
Pilot-project over onderzoek naar academische collecties
Vanaf 1 juni 2006 werd binnen het LUICD door dr. Huib Zuidervaart een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de opzet van een nieuw interfacultair onderzoek- en onderwijsprogramma over 'Intellectueel en Academisch Cultureel Erfgoed' (Intellectual and Academic Cultural Heritage).
Onder erfgoed wordt hier, in aansluiting bij de Engelse terminologie aangaande 'Cultural Heritage' verstaan: het geheel aan materiële (roerende en onroerende) objecten en immateriële symbolische praktijken, die afkomstig zijn uit of verwijzen naar het verleden, waarvan de presentatie en representatie in het heden dient om continuïteit te bewerkstelligen tussen verleden, heden en toekomst.
De studie van materieel en immaterieel erfgoed is de laatste jaren sterk in de belangstelling komen te staan, gevoed door het besef dat cultureel erfgoed bij uitstek maatschappelijke en sociale identiteiten weerspiegelt. Collecties, zoals die door universiteiten en aanverwante wetenschappelijke instellingen worden beheerd, zijn echter nog nauwelijks vanuit dat perspectief en op een interdisciplinaire wijze bestudeerd.
Vanaf het prille ontstaan van de Europese universiteiten speelden objecten een onmisbare rol in de constructie en overdracht van kennis. Daarmee behoorden collecties vanzelfsprekend tot het domein van deze instituties. Dergelijke verzamelingen en objecten vertegenwoordigen dus het materieel bewijs aangaande kennisformatie en transmissie. Ze laten zien hoe we te weten zijn gekomen wat we weten: over de natuur, het universum en over onszelf. Tekenend in dit verband is de uitspraak van de Italiaanse hoogleraar Pier Ugo Calzolari, rector van een van de oudste universiteiten - de Universiteit van Bologna - die stelt dat 'the heritage of universities is at the core of the European identity'.
Het intellectueel en academisch erfgoed vormt daarmee prachtig studiemateriaal voor de humaniora. Aan collecties vallen zaken af te lezen zoals de toenemende specialisatie van de wetenschap, hoe disciplines zijn ontstaan; hoe discussies zijn gevoerd; hoe kennis is gevisualiseerd. De academische 'special collections' in brede zin kunnen als focus worden genomen van een interdisciplinaire onderzoekslijn die beoogt te zoeken naar antwoorden op een spectrum aan maatschappelijk en wetenschappelijk relevante vragen. Daarbij moet gedacht worden, enerzijds aan vraagstukken aangaande identiteit, disciplinariteit en wetenschappelijke creativiteit en anderzijds aan kwesties met betrekking tot de 'economy of knowledge' bij de vorming en verspreiding van kennis en vaardigheden.
De Universiteit Leiden is bij uitstek goed gepositioneerd voor een wetenschappelijke bestudering van dit academische en intellectuele cultureel erfgoed, zoals dat zich in collectievorming door de eeuwen heeft gerepresenteerd en nog steeds manifesteert. De bijzonder rijke collecties die door hun verleden met deze universiteit zijn gerelateerd, kunnen daarbij als startpunt fungeren.
Bij dit alles wordt voor Leiden nadrukkelijk gedacht aan een benadering via twee sporen: enerzijds is er het cultuurhistorische perspectief waarbij de nadruk dient te liggen op de rol van het academische erfgoed als weerslag van door de eeuwen heen vergaarde kennis en identiteit, anderzijds is er het toekomstgerichte perspectief. Qua vraagstelling dient hier de nadruk te worden gelegd op het fluïde karakter van een verzameling. Deze is immers nooit af: ofwel objecten gaan wisselen van eigenaar en/of context, waarmee hun doel en betekenis verandert, ofwel objecten worden in interactie met hun omgeving gecreëerd en leiden daarmee tot nieuwe of verschuivende identiteiten. De voortgeschreden techniek biedt bovendien ook nieuwe mogelijkheden voor collectie-gerelateerd onderzoek buiten de humaniora, bijvoorbeeld betreffende biodiversiteit of het optreden van erfelijke ziekten.
Eindrapport 'Als omgeven door een krans van goeddeels rijke verzamelingen'. Perspectieven voor onderzoek en onderwijs op het terrein van intellectueel en academisch erfgoed aan de universiteit Leiden (Huid Zuidervaart, december 2006, in PDF)
Werkgroep 'De materiële cultuur van wetenschap tot 1800'
'De materiële cultuur van wetenschap'
De nationale werkgroep 'De materiële cultuur van wetenschap' opereert in een niche van de wetenschapsgeschiedenis en richt zich voornamelijk op de proliferatie van onderzoek naar de materiële aspecten van kennispraktijken. Afbeeldingen, instrumenten en verzamelingen bevinden zich tussen de tekst, de theorie en de praktijk. Deze materiële cultuur vestigt de aandacht op de productie, de presentatie en de transformatie van wetenschappelijke kennis, wat inzichtelijk maakt op welke wijze wetenschap afhankelijk is van externe representaties.
Deze werkgroep heeft voor ogen om een platform te zijn voor iedereen die zich bezighoudt met de materiële cultuur als onderdeel van de wetenschapsgeschiedenis, zowel uit museaal als academisch oogpunt, en zowel vanuit de geesteswetenschappen als de natuurwetenschappen. Leden kunnen kennismaken met de recente ontwikkelingen op het gebied van de wetenschapsgeschiedenis of er juist een eerste podium voor nieuwe ideeën vinden. De tijdspanne van de werkgroep is nadrukkelijk breed gehouden, van oudheid tot en met de moderne tijd, om verschuivingen, vernieuwingen en gebruik van de materiële cultuur in wetenschap een sterk historische component te geven.
Het platform krijgt gestalte door regelmatig bijeenkomsten te organiseren waarbij de leden de voortgang van hun onderzoek en hun inzichten kunnen uitwisselen. De lezingen worden gecombineerd met een bezoek aan een deelnemende bibliotheek, collectie of museum. De thema's voor deze studiemiddagen worden doorgaans door de leden zelf aangedragen en in overleg met hen uitgewerkt. Zoals bleek uit de goed bezochte studiemiddagen rondom wetenschappelijke illustraties (Leiden, 19 mei 2006) onderzoekscollecties (Amsterdam, 15 september 2006), instrumenten (Leiden, 19 januari 2007), esthetiek in wetenschappelijk beeldmateriaal (Amsterdam, 23 november 2007) en wetenschappelijke boeken (Leiden, 12 december 2008) kan een uitwisseling van gedachten door middel van een werkgroep een vruchtbare rol spelen. Klik hier voor een overzicht (pdf) van de eerder gegeven studiemiddagen.
Ten tweede wil deze werkgroep het onderzoek naar de materiële cultuur van wetenschap sterker profileren door eenmaal per drie jaar een symposium te organiseren rondom een aansprekend thema. Op 25 januari 2008 heeft de werkgroep in samenwerking met de KNHG (Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap) een eendaagse conferentie georganiseerd over het gebruik van instrumenten, illustraties en collecties in vroegmodern natuuronderzoek. Onderzoekers uit binnen- en buitenland presenteerden recent onderzoek tijdens deze dag in het Nationaal Archief in Den Haag. Een kort verslag van de conferentie verscheen in de nieuwsbrief van het KNHG (maart 2008). Klik hier voor het programma en de abstracts van de lezingen.
De werkgroep werkt graag samen met individuele onderzoekers. Wij helpen mee met het uitwerken van het thema, het zoeken van een passende locatie en de contacten met andere sprekers en musea. Ideeën voor themabijeenkomsten kunt u mailen naar materielecultuurvanwetenschap@gmail.com.
Indien u belangstelling heeft om een bijeenkomst bij te wonen of graag op de hoogte wilt blijven van onze activiteiten, kunt u contact opnemen met bovenstaand e-mailadres.
Esther van Gelder (UL) & Annemieke Verboon (UL)
Book Sales Catalogues of the Dutch Republic, 1599-1800
Website:http://bsc.idcpublishers.info/
Projectleiders: Dr. K.J.S. Bostoen, Prof. Dr. Marika Keblusek is sinds eind 2005 als adviseur bij het project betrokken.
Doelstelling van het project is het traceren, beschrijven en publiceren van essentiële bronnen voor het verwerven van inzicht in:
1. De aard en omvang van de Nederlandse boekproductie en boekhandel in de periode 1599-1800.
2. De wijze waarop in de Republiek en elders gepubliceerde boeken in binnen- en buitenland werden gedistribueerd.
3. De ontwikkeling van de inhoud en omvang van Nederlandse particuliere bibliotheken ten tijde van de Republiek.
Om dat onderzoek mogelijk te maken is het noodzakelijk om van alle vóór 1801 verschenen Nederlandse boekhandelscatalogi alle exemplaren te traceren en te registreren, en om van elke editie een exemplaar te laten verfilmen en op microfiche of via het internet te publiceren.
Tot nu toe zijn in de bibliografie/databank waarop het project is gefundeerd, van 4.567 catalogi een of meer exemplaren geregistreerd. Zo'n 3.400 daarvan zijn veilingcatalogi van privébibliotheken, anonieme collecties en veilingen van fonds- en/of magazijnvoorraden van uitgevers en boekverkopers. De bibliografie bevat verder zo'n 800 fonds- en magazijncatalogi van Nederlandse uitgevers en boekverkopers, en een aantal kleinere categorieën zoals catalogi van commerciële uitleenbibliotheken en satirische catalogi.
De bibliografie bevat catalogi uit 319 bibliotheken. De grootste collecties bevinden zich in Amsterdam (Bibliotheek van de Koninklijke Vereniging ter Bevordering van het Boekenvak, 961 catalogi), Parijs (Bibliothèque Nationale de France, 958 catalogi), Sint Petersburg (Nationale Bibliotheek van Rusland, 827 catalogi), en Wolfenbüttel (Herzog August Bibliothek, 810 catalogi). De collecties boekhandelscatalogi van deze en andere bibliotheken en archieven zijn verfilmd. Dankzij het project zijn er op dit moment 3.742 Nederlandse boekhandelscatalogi op microfiche in binnen- en buitenlandse bibliotheken raadpleegbaar. De tot nu verfilmde catalogi bevatten tussen de 7.100.000 en 8.500.000 titelopgaven van boeken.
Boekhandelscatalogi zijn niet alleen voor boekhistorici van belang. Ze bevatten relevante informatie voor velen die onderzoek doen op het gebied van de geschiedenis van de filosofie, theologie, taal- en letterkunde (waaronder de Oosterse Talen), muziek, medicijnen, economie, rechten, wis- en natuurkunde, natuurlijke historie, geografie, munt- en penningkunde, enz.
Boekhandelscatalogi bevatten niet alleen handschriften en gedrukte boeken, maar zo ongeveer alles wat men kan verzamelen. Schilderijen, tekeningen, prenten, beelden, alle soorten van wetenschappelijke instrumenten en muziekinstrumenten (vaak met de namen van de makers), Romeinse en Egyptische oudheden, wapens, klokken, sieraden, munten en penningen, skeletten, rijtuigen, 'levende' goudvissen. Letterlijk te veel om op te noemen; van de foetus van een olifant op sterk water tot een speelgoedleger, het is in de boekhandelscatalogi te vinden.
Carolus Clusius and sixteenth-century botany in the context of the new cultural history of science
Aanvragers en coördinatoren: Prof. dr. P.G. Hoftijzer en Prof. Dr. R.P.W. Visser
Uitvoerders: Dr. F. Egmond (postdoc), Drs. E. van Gelder (promovendus), Drs. S.M.W. van Zanen (promovendus)
De centrale persoon in dit door het Scaliger Instituut geëntameerde project is de belangrijkste botanicus van de zestiende eeuw, Carolus Clusius (1526-1609). Aan de hand van Clusius' publicaties, correspondentie en netwerk wordt onderzocht hoe de Europese botanie zich tussen 1550 en 1610 ontwikkelde tot een terrein van specialistische, wetenschappelijk kennis. Dat proces speelde zich zowel binnen als buiten de toenmalige universiteiten af, want de plantkunde bleef altijd sterk geworteld in praktijkkennis. Observatie, experiment, classificatie en een zakelijke benadering van het studieobject - alle kenmerken van een wetenschappelijk aanpak - kregen een steeds grotere betekenis. Deze ontwikkelingen vormden aanzetten tot de wetenschappelijke revolutie van de zeventiende eeuw.
Clusius speelde hierin een sleutelrol: als auteur van internationaal beroemde botanische publicaties, innovatief onderzoeker, adviseur van vorsten en aristocraten in verschillende Europese landen, hoogleraar en directeur van de hortus botanicus te Leiden, en bovenal als spil van een zeer omvangrijk correspondentienetwerk. Zo'n 300 correspondenten uit elf Europese landen wisselden in zes talen met Clusius informatie, kennis, planten en zaden uit. Ze kwamen uit bijna alle rangen en standen: belangrijk waren vooral deskundigen uit de medische hoek, vanouds vertrouwd met plantaardige medicijnen; andere geleerden; aristocratische mannelijke en vrouwelijke tuinbezitters en verzamelaars; en een wijde kring van handelaars, zeevaarders, drukkers-uitgevers, kunstenaars, etc. De Clusius-correspondentie, die grotendeels in Leiden wordt bewaard, vormt een van de belangrijkste bronnen voor dit project. Ze wordt momenteel gedigitaliseerd en op een werkwebsite ter beschikking gesteld aan alle projectleden en een interdisciplinair netwerk van experts uit tien Europese landen dat het project ondersteunt.
Het theoretisch kader van het project wordt gevormd door de new cultural history of science. Centraal uitgangspunt daarvan is de sociale constructie van kennis: de idee dat sociale omgeving en cultuur constitutieve elementen van ideeën? en kennisontwikkeling zijn. Kennis onwikkelt zich niet in elke omgeving op dezelfde manier, het begrip wetenschap zelf verandert van inhoud, en in de loop van de geschiedenis veranderen opvattingen over wat geldige en relevante kennis of wetenschap is. Uit dit perspectief komen de drie onderling nauw verbonden hoofdvragen van dit project voort: 1) hoe hof, aristocratische huishoudens, stad en universiteit fungeerden als kennisateliers en bijdroegen aan de ontwikkeling van stijlen en methoden van botanische kennisvorming en (zelf-)presentatie; 2) welke soorten uitwisseling vorm gaven aan de groeiende Europese gemeenschap van botanische experts; en 3) wat Clusius bijdroeg aan de innovatie van de botanische onderzoekspraktijk.
Het project omvat vier deelprojecten. Drie dissertaties spitsen de drie bovengenoemde vraagstellingen toe op respectievelijk kennisateliers, stijlen van uitwisseling, en innovatie:
1) Clusius en de botanie in de context van de Oostenrijkse hof en aristocratische cultuur (circa 1570-1590);
2) Uitwisseling en taalgebruik in Clusius' Europese netwerk: Frans en Latijn (circa 1560-1610);
3) Innovatie in de botanie: Clusius' botanische onderzoeksprogramma.
Het vierde deelproject (door de postdoc) zal resulteren in de synthetiserende monografie Natural history in the making. Carolus Clusius and the European community of naturalists. Thema en vraagstelling daarvan vallen samen met de overkoepelende vraagstelling van het project.
Scaliger Institute. A Centre of Research and Education for the Special Collections of Leiden University Library
Scaliger hoogleraar: Prof.dr. Harm Beukers
Wet. cöordinator: Kasper van Ommen MA
In 2000 ingesteld door de Universiteitsbibliotheek en de toemalige Faculteiten der Letteren, Godgeleerdheid en Wijsbegeerte (thans Faculteit der Geesteswetenschappen) ter gelegenheid van het 425-jarig bestaan van de Universiteit Leiden, beoogt het Scaliger Instituut het gebruik van de Bijzonder Collecties van de Universiteitsbibliotheek te stimuleren en te faciliteren, zowel voor onderzoek als onderwijs. Hiertoe biedt het instituut prettige werkomstandigheden en expertise, en worden symposia, masterclasses, cursussen en lezingen - waaronder de Scaliger Lezing - georganiseerd. Daarnaast biedt het instituut faciliteiten voor gastwetenschappers in het kader van het Fellowshipprogramme.Meer informatie