Forum Antiquum 3 december: ‘Dionysius en Vergilius: Griekse retorica en Latijnse poëzie onder Augustus’

Op donderdag 3 december zal dr. Casper de Jonge een lezing houden over de Griekse retoricus Dionysius van Halicarnassus en de Romeinse dichter Vergilius, in het kader van zijn VIDI-project ‘Greek Criticism and Latin Literature’.

Over de spreker

Casper de Jonge is docent Grieks aan de universiteit Leiden. Hij promoveerde in 2006 op de Griekse auteur Dionysius van Halicarnassus (Between Grammar and Rhetoric: Dionysius of Halicarnassus on Language, Linguistics and Literature), verkreeg in 2010 een VENI-project over Longinus’ Over het Sublieme (“The Sublime in Context”) en is vanaf 2014 bezig met zijn VIDI over de intellectuele cultuur ten tijde van Augustus. Als hij niet druk is met zijn onderzoek of met het verzorgen van colleges is hij op reis om aan buitenlandse universiteiten lezingen te geven over retorica, antieke taaltheorie en ‘Sublieme Sappho’. Zijn meest recente wapenfeit is een succesvolle KNIR-cursus in november, over “Greece in Rome: Classicism and Cultural Interaction”. In deze lezing zal hij nader toelichten wat zijn huidige onderzoeksproject inhoudt en een concreet voorbeeld geven van de interactie tussen Griekse en Romeinse auteurs. De voertaal is Nederlands.


Tijd en plaats

De lezing begint om 16:00 klokke en vindt plaats in de Vossius-zaal in de Universiteitsbibliotheek (Zuidhal, tweede verdieping). Aanmelding vooraf is niet nodig; alle geïnteresseerden zijn welkom!

Casper de Jonge over zijn eigen lezing (abstract)

Wat heeft de Homerische varkenshoeder Eumaeus met keizer Augustus te maken? Het antwoord op die vraag verneem je in een presentatie van het VIDI-onderzoeksproject ‘Greek Criticism and Latin Literature’. Drie Leidse onderzoekers houden zich binnen dat project bezig met de interactie tussen Griekse geleerden en de auteurs van Latijnse teksten in Rome (1e eeuw v. en n. Chr.). Steven Ooms en Marianne Schippers schrijven een proefschrift over de verbanden tussen Griekse en Latijnse retorische teksten (Cicero, Dionysius, Quintilianus). Casper de Jonge richt zich in zijn onderzoek op de relatie tussen de Griekse literatuurkritiek en de Latijnse poëzie van de Augusteïsche periode. In de hier te presenteren case study staat de receptie van Homerus’ Odyssee centraal.

De Griekse retor Dionysius van Halicarnassus citeert graag Homerische voorbeelden in zijn traktaat Over compositie. Een bijzondere belangstelling heeft hij voor de varkenshoeder Eumaeus, die Odysseus gastvrij ontvangt in zijn eenvoudige onderkomen (Odyssee 14-16). Vergilius laat zich in Aeneis boek 8 door dezelfde Eumaeus inspireren wanneer hij de legendarische koning Evander portretteert. Zoals Eumaeus Odysseus in zijn hut op Ithaca ontvangt, zo verwelkomt Evander Aeneas in zijn sobere huis op de Palatijn. Dezelfde Evander speelt trouwens ook een belangrijke rol in Dionysius’ Griekse geschiedenis van het vroege Rome (Antiquitates Romanae).

Dionysius en Vergilius waren tijdgenoten; kunnen we hun belangstelling voor de Eumaeus-figuur verklaren vanuit het politiek-ideologische klimaat in Rome? De eigentijdse lezers hebben mogelijk een verband gezien tussen Evanders hut op de Palatijn en het huis van Augustus op dezelfde plaats; de princeps wilde graag bekend staan om zijn sobere en eenvoudige, maar tegelijkertijd genereuze levensstijl. In deze lezing onderzoeken we de spannende verbanden tussen Eumaeus, Evander en Augustus.


Laatst Gewijzigd: 23-11-2015