Dr. Th.C.W. (Wouter) Oudemans

Functie:
  • Universitair hoofddocent


Telefoon: +31 (0)71 527 2002
E-Mail: t.c.w.oudemans@hum.leidenuniv.nl
Faculteit / Onderdeel: Faculteit der Geesteswetenschappen, Instituut voor Wijsbegeerte
Werkadres: Witte Singel-complex
Witte Singel 25/M. de Vrieshof 4
2311 BZ Leiden
Kamernummer 1.01b


Theodorus Christiaan Wouter Oudemans (Amsterdam, 30 oktober 1951) is een Nederlands filosoof. Hij was van 1991 tot 2006 buitengewoon hoogleraar Wijsbegeerte (en sindsdien UHD) aan de Universiteit Leiden. De Groene Amsterdammer noemde hem in 1997 ‘de buikspreker van Heidegger’ in Nederland. Buiten Heidegger houdt Oudemans zich bezig met filosofen als Plato, Aristoteles, Descartes en Nietzsche. In zijn beschouwing van deze filosofen staat de methode van het filosofische denken centraal.

Echte filosofie
Oudemans maakt onderscheid tussen ‘filosofologie’ en ‘echte filosofie’. ‘Filosofologie’ is volgens hem het op een geschiedwetenschappelijke wijze vergelijken van filosofen waarbij de persoon die denkt dat hij filosofie bedrijft veronderstelt dat hij als middelpunt van een panopticum in staat is verschillende filosofen naast elkaar te leggen en te onderwerpen aan zijn maatstaven. In zijn beschouwing van de filosofische traditie wijst Oudemans er voortdurend op dat grote filosofen in hun denken geregeerd worden door woorden die sterker zijn dan zij zelf en die in hun teksten sporen hebben nagelaten – terwijl het nog altijd dezelfde woorden zijn die ons denken bewegen. Denkers als Plato en Descartes worden daarom door hem niet geïnterpreteerd als mensen met bepaalde opinies, maar gezien als concentratiepunten van betekenissen die niet van de mens afhankelijk zijn en voor het menselijk denken onverschillig.

Echte filosofie is volgens Oudemans ‘empirisch zijn’. ‘Empirisch zijn’ is ervaren hoe het is, niet in dienst van enige praktijk. Het is niet als een wetenschap geplaatst tegenover de horizon die het insluit, maar binnen deze horizon verblijvend en deze toch niet uit het oog verliezend. Wanneer je bent inbegrepen in datgene wat je te zeggen hebt, en daarin ook zelf bent inbegrepen, dan wordt je spreken anders. Echte filosofie is een wijze van spreken die niet spreekt over iets, maar die spreekt van iets. Er wordt een kwartslag gemaakt van het uiten van proposities naar een spreken waarin de onbeschikbaarheid, onmenselijkheid en ondenkbaarheid van de woorden die onze epoche tekenen, kunnen blijken.

De vraag naar de methode van het filosofisch denken in de tijd van techniek en informatisering staat centraal in alle werken van Oudemans. Hij vraagt: Is het in de door techniek of replicatie getekende wereld mogelijk om na te denken over de plaats van de mens in die wereld? Is ieder nadenken onderdeel van een mechanische replicatie die uit is op overleving, of is er een mogelijkheid terzijde te gaan en stil te staan bij die replicatie zelf – zonder daar buiten te treden? Oudemans’ denken begint met de ervaring van een reductie, die niet zonder meer een vernietiging of verlies is, maar veeleer een afscheid waarin iets duidelijk kan worden omtrent onszelf.

De grote reductie
Sinds de Nieuwe Tijd zijn mathematisering en mechanisering overheersend geworden. Oudemans spreekt van een eerste en een tweede mechanische revolutie.

De eerste mechanische revolutie wordt gemarkeerd door de namen Galilei en Descartes. De natuur en de mens verschijnen beiden als machinerie. In hun verschijningswijze zijn de wereld en de mensen die haar bewonen eenvormig. Deze eenvormigheid is niet het gevolg van een ontdekking van Galilei maar is een tekening: de eenvormigheid tekent de wijze waarop subject en object zich tot elkaar verhouden, de manier waarop de natuur voor het ego cogito toegankelijk is, en gekend kan worden.

In de tweede mechanische revolutie wordt met de opkomst van het Darwinisme ook het leven opgenomen in de mechanica. In de eerste mechanische revolutie bleef het menselijk denken een niet-mechanische, geestelijke instantie in een onduidelijke verhouding tot de mechanische natuur. Maar de tweede mathematisch-mechanische revolutie omvat de levende natuur én het menselijk en niet menselijk leven én het denken.

De grote reductie lijkt zoiets te zijn als de verwetenschappelijking van de wereld, de mechanisering van het wereldbeeld, de heerschappij van de replicatie en de economie, maar: zij is allereerst de omwending van de manier waarop de dingen en degenen die ze behandelen elkaar tegemoet treden. Oudemans’ bespreking van de grote reductie is geen situatiebeschrijving, historische analyse of cultuurkritiek. De reductie is geen verlies van iets, geen afscheid van een ding of persoon maar een omslag van een betekenishorizon en van de woorden die haar uitmaken. Over welke woorden gaat het? Bijvoorbeeld om voormalige filosofische en historische woorden: techne, fundament, grond, ratio, logos, idea maar ook: staat, offer, wereld, God. Het wegvallen van de betekeniswereld van de metafysica laat zien dat woorden geen instrumenten zijn in mensenhanden. Of woorden spreken of niet daar gaan mensen niet over. Dat je binnen je universele eenvormigheid omgeven bent door een taal die jouw bezit niet is, is volgens Oudemans de aanwijzing naar ‘echte’ filosofie.

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Oudemans
 

Laatst Gewijzigd: 31-01-2013