Protocollen afstudeerfase
In de protocollen afstudeerfase is voor elke opleiding de gang van zaken omtrent het afstuderen beschreven.
- Protocol afstudeerfase BA Wijsbegeerte
- Protocol afstudeerfase MA Wijsbegeerte
- Protocol afstudeerfase MA Wijsbegeerte van een bepaald wetenschapsgebied
Protocol afstudeerfase BA Wijsbegeerte
0. Doel van dit protocol
1. Het BA-afstudeerwerkstuk, eindtermen en beoordelingscriteria
2. De afstudeerfase
3. Afspraken afstudeerfase en begeleiding
4. Goedkeuring begeleider en tweede lezer
5. Vaststelling judicium
6. Aanvragen BA-diploma
7. Klachten
0. Doel van dit protocol
Met dit Protocol afstudeerfase wordt beoogd meer duidelijkheid te scheppen in wat er van wie verwacht wordt in de afstudeerfase van de bacheloropleiding Wijsbegeerte. Daarnaast mag verwacht worden dat een beter gestructureerde afstudeerfase zal leiden tot minder studievertraging.
1. Het BA-afstudeerwerkstuk, eindtermen en beoordelingscriteria
In het derde studiejaar van de BA-opleiding Wijsbegeerte schrijft de student een afstudeerwerkstuk (in de Onderwijs- en examenregeling van de opleiding wordt dit werkstuk aangeduid met 'afstudeerverslag'). Voor het schrijven van dit werkstuk zijn 10 EC beschikbaar. Uit het afstudeerwerkstuk moet blijken dat de student voldoet aan de eindtermen die voor deze opleiding zijn vastgesteld voor zowel kennis als vaardigheden. Meer concreet moet uit het werkstuk en uit de werkwijze die tot dat werkstuk heeft geleid blijken dat de student in staat is om:
- onder supervisie een werkplan te ontwikkelen, uit te voeren en te evalueren;
- vakwetenschappelijke literatuur te selecteren en te verzamelen;
- de in de opleiding verworven kennis en inzichten toe te passen bij het oplossen van problemen binnen het vakgebied;
- zelfstandig een eigen standpunt te bepalen in een actuele filosofische discussie;
- onderzoeksresultaten ordelijk, helder, toegankelijk en met argumenten omkleed in een schriftelijk verslag vast te leggen.
Werkplan
heeft de student er blijk van gegeven in staat te zijn om (onder supervisie van de begeleider) een adequaat werkplan t.b.v. het afstudeerwerkstuk op te stellen?
Inbedding
blijkt uit het afstudeerwerkstuk dat het uitgevoerde onderzoek op adequate wijze aansluit bij de actuele stand van zaken in het betreffende onderzoeksgebied?
Representatie
worden de opvattingen en standpunten van derden adequaat weergegeven?
Argumentatie
maakt het afstudeerwerkstuk in voldoende mate gebruik van expliciete argumentaties voor de daarin ingenomen standpunten? Zitten de deelargumentaties goed in elkaar, vertonen zij voldoende onderlinge samenhang, zijn zij relevant voor de probleem- of doelstelling en leveren zij voldoende steun aan de conclusie?
Filosofisch gehalte
heeft het afstudeerwerkstuk voldoende filosofisch gehalte?
Creativiteit
blijkt uit het afstudeerwerkstuk de potentie om een oorspronkelijke bijdrage aan het onderwerp te leveren qua probleemstelling, presentatie, benaderingswijze en/of behandandeling van het onderwerp?
Verzorging
maakt het afstudeerwerkstuk een verzorgde indruk?
Taalgebruik
is het taalgebruik helder, correct, verzorgd en begrijpelijk? Is het taalgebruik adequaat met betrekking tot het onderwerp? Wordt technische terminologie waar nodig voldoende duidelijk uitgelegd?
Opzet en indeling
is het afstudeerwerkstuk logisch opgezet en bevat het de nodige standaardonderdelen zoals inleiding en probleemstelling, hoofdstukindeling en conclusie?
Instrumentgebruik
maakt het afstudeerwerkstuk waar nuttig en/of nodig effectief gebruik van citaten, diagrammen, illustraties, noten, bibliografie e.d.?
2. De afstudeerfase
De afstudeerfase gaat in op het moment dat de student en de begeleider van het afstudeerwerkstuk in het formulier Afspraken BA-afstudeerwerkstuk Wijsbegeerte afspraken over planning en eventuele verdere vereisten m.b.t. het afstudeerwerkstuk schriftelijk hebben vastgelegd. Dit gebeurt uiterlijk op het moment dat de student 150 EC van het bachelorprogramma heeft afgerond en niet eerder dan het moment waarop de student 120 EC van het bachelorprogramma heeft afgerond en ten minste één cursus uit het gekozen studiepad succesvol heeft afgesloten. De tutor van de student ziet er op toe dat de afstudeerfase binnen deze grenzen start. De afstudeerfase eindigt met de vaststelling van het judicium voor het BA-afstudeerwerkstuk.
Een student die 150 EC van het bachelorprogramma heeft afgelegd en die geen onderwerp voor een werkstuk heeft weten te kiezen binnen drie weken te rekenen vanaf het moment waarop 150 EC zijn behaald, maakt een keuze uit het standaardaanbod voor afstudeerwerkstukken van het betreffende studiepad.
3. Afspraken afstudeerfase en begeleiding
De afspraken met betrekking tot de planning en begeleiding bij het schrijven van het afstudeerwerkstuk worden door de student en de begeleider schriftelijk vastgelegd in het formulier Afspraken afstudeerwerkstuk. De afspraken betreffen de keuze van het onderwerp van het werkstuk en de fasering van het onderzoek resulterend in het werkstuk. In de fasering zijn ten minste vier rapportage/feed back momenten opgenomen, en wel met betrekking tot:
1. de probleemstelling en voorlopige literatuurselectie;
2. de opzet van het onderzoek;
3. de pre-finale versie;
4. de eindversie.
Het afstudeerwerkstuk van de bacheloropleiding heeft een studielast van 10 EC en een omvang van maximaal 8.500 woorden inclusief noten, bibliografie en bijlagen. Het gekozen tijdpad moet realistisch zijn gegeven de tijd die voor het schrijven van het werkstuk beschikbaar is (280 uur) en de nog resterende onderwijsverplichtingen van de student. De student verschaft een kopie van het formulier aan zijn/haar tutor. De begeleider ziet er op toe dat de afgesproken termijnen waarbinnen de student dient te rapporteren, in acht worden genomen. Bij een overschrijding van een termijn die naar verwachting zal resulteren in een substantiële vertraging, wordt het tijdpad aangepast en wordt de tutor van de student door de student van deze aanpassing op de hoogte gesteld. De begeleider zelf reageert zo spoedig mogelijk op de rapportages van de student, maar in elk geval bij rapportages 1 en 2 binnen 5 werkdagen, en bij de rapportages 3 en 4 binnen 10 werkdagen na ontvangst van de rapportage.
4. Goedkeuring begeleider en tweede lezer
Zodra de begeleider het afstudeerwerkstuk heeft goedgekeurd, laat hij/zij dit aan de examencommissie weten, levert een kopie van het werkstuk in en doet een voorstel voor een tweede lezer uit de stafleden van het Instituut voor Wijsbegeerte voor het beoordelen van het verslag. Als er geen deskundige beschikbaar is binnen het instituut, wordt een deskundige van buiten het instituut voorgesteld als tweede lezer. Wanneer de examencommissie het voorstel overneemt, vraagt de commissie de betreffende persoon om als tweede lezer op te treden, en verschaft hem/haar bij inwilliging van het verzoek een kopie van het verslag.
De tweede lezer geeft een marginale beoordeling van het werkstuk aan de hand van de onder par.1 van dit protocol genoemde beoordelingscriteria en informeert de begeleider en de examencommissie binnen 10 werkdagen schriftelijk over zijn/haar bevindingen. In gevallen waarin de begeleider zich niet kan vinden in de mening van de tweede lezer en een daarop volgend overleg tussen beiden niet tot overeenstemming heeft geleid, beslist de examencommissie.
5. Vaststelling judicium
Vaststelling van het judicium voor het BA-afstudeerwerkstuk vindt plaats nadat de tweede lezer het afstudeerwerkstuk heeft goedgekeurd. De begeleider van het afstudeerwerkstuk doet een voorstel voor het judicium dat gemotiveerd wordt aan de hand van ten minste de onder 1 genoemde beoordelingscriteria en betrekt daarin mede de bevindingen van de tweede lezer. De begeleider stelt de examencommissie schriftelijk op de hoogte van de motivering van het judicium aan de hand van de beoordelingscriteria.
6. Aanvragen BA-diploma
De onderwijsadministratie mag het BA-diploma pas aanvragen als aan alle onderwijsverplichtingen is voldaan en nadat de examencommissie heeft laten weten dat het afstudeerwerkstuk aanvaardbaar wordt geacht en het judicium is vastgesteld. Om te kunnen afstuderen dient men tevens aan zijn inschrijvingsverplichtingen te hebben voldaan. Men dient het volgende in te leveren bij de onderwijsadministratie, mw. Y.M.M. van Eijk, het volgende in te leveren (het is van belang dat men hiervoor tijdig een afspraak maakt):
- bewijzen van tentamens behaald aan instellingen voor WO anders dan de Universiteit Leiden;
- goedkeuring van het bachelorprogramma door de examencommissie, (waaronder een bewijs van toestemming voor de afgelegde keuzevakken);
- een bewijs van inschrijving (collegekaart);
- twee exemplaren van het BA-afstudeerwerkstuk.
7. Klachten
Met eventuele klachten over de begeleiding in de afstudeerfase kan een student zich wenden tot zijn/haar tutor. Met klachten over de beoordeling van het werkstuk kan een student zich wenden tot de examencommissie. Mocht deze niet tot een bevredigende oplossing kunnen komen, dan kan de student zich wenden tot het College van Beroep voor de examens.
Let op
Studenten die nog afstuderen volgens de 'oude regeling' - d.w.z. met een
BA-afstudeerwerkstuk van 14 EC en een voorbereidende literatuurstudie van 6 EC - leggen een afsluitend examen af en dienen hun afstudeerwerkstuk te verdedigen ten overstaan van een afstudeercommissie. Voor deze studenten bestaat een op enkele punten afwijkend protocol. Dit protocol is op te vragen bij de onderwijscoördinator, drs. C.M. de Greef
Protocol afstudeerfase MA Wijsbegeerte
0. Doel van dit protocol
1. De MA thesis, eindtermen en beoordelingscriteria
2. De afstudeerfase
3. Afspraken afstudeerfase en begeleiding
4. Goedkeuring begeleider en tweede lezer
5. De afstudeercommissie en het MA-examen
6. Inschrijving voor het examen
7. Het MA-examen
8. Klachten
0. Doel van dit protocol
Met dit Protocol afstudeerfase wordt beoogd meer duidelijkheid te scheppen in wat er van wie verwacht wordt in de afstudeerfase van de MA-opleiding Wijsbegeerte (MA in Philosophy). Daarnaast mag verwacht worden dat een beter gestructureerde afstudeerfase zal leiden tot minder studievertraging.
1. De MA thesis, eindtermen en beoordelingscriteria
In het tweede semester van de MA-opleiding Wijsbegeerte schrijft de student een MA thesis. Voor het schrijven van de MA thesis zijn 20 EC beschikbaar. Uit de MA thesis moet blijken dat de student wat betreft kennis en vaardigheden voldoet aan de eindtermen die voor deze opleiding zijn vastgesteld. Meer concreet moet uit de MA thesis en uit de werkwijze die tot deze thesis heeft geleid blijken dat de student:
- has acquired knowledge of systematic philosophy and its history, and of recent developments in contemporary philosophy, that is founded upon and extends that associated with the bachelor’s level, and that provides a basis for originality in developing and applying original ideas and analyses;
- knows the discussions in the forefront of their field, and is able to take part in them;
- is able to contribute to current discussions in philosophy and in new and complex contexts related to philosophy;
- is able to handle philosophical complexity and to formulate judgments based on information from diverse sources, even if this information is limited or incomplete;
- has a realistic view of the tenability and reliability of his/her own conclusions;
- is able to integrate or confront different approaches to philosophical questions;
- in short, is able to write philosophical papers of a quality which equals that of articles in refereed journals in the field.
Om te beoordelen of de eindtermen zijn gerealiseerd, wordt de MA thesis beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
Werkplan
heeft de student er blijk van gegeven in staat te zijn om (onder supervisie van de begeleider) een adequaat werkplan t.b.v. de MA thesis op te stellen?
Inbedding
blijkt uit de MA thesis dat het uitgevoerde onderzoek op adequate wijze aansluit bij de actuele stand van zaken in het betreffende onderzoeksgebied?
Representatie
worden de opvattingen en standpunten van derden adequaat weergegeven?
Argumentatie
maakt de MA thesis in voldoende mate gebruik van expliciete argumentaties voor de daarin ingenomen standpunten? Zitten de deelargumentaties goed in elkaar, vertonen zij voldoende onderlinge samenhang, zijn zij relevant voor de probleem- of doelstelling en leveren zij voldoende steun aan de conclusie?
Filosofisch gehalte
heeft de MA thesis voldoende filosofisch gehalte?
Creativiteit
blijkt uit de MA thesis de potentie om een oorspronkelijke bijdrage aan het onderwerp te leveren qua probleemstelling, presentatie, benaderingswijze en/of behandandeling van het onderwerp?
Verzorging
maakt de MA thesis een verzorgde indruk?
Taalgebruik
is het taalgebruik helder, correct, verzorgd en begrijpelijk? Is het taalgebruik adequaat met betrekking tot het onderwerp? Wordt technische terminologie waar nodig voldoende duidelijk uitgelegd?
Opzet en indeling
is de MA thesis logisch opgezet en bevat het de nodige standaardonderdelen zoals inleiding en probleemstelling, hoofdstukindeling en conclusie?
Instrumentgebruik
maakt de MA thesis waar nuttig en/of nodig effectief gebruik van citaten, diagrammen, illustraties, noten, bibliografie e.d.?
2. De afstudeerfase
De afstudeerfase gaat in op het moment dat de student en de begeleider van de MA thesis in het formulier Afspraken MA-thesis MA Philosophy afspraken over planning en eventuele verdere vereisten m.b.t. de thesis schriftelijk hebben vastgelegd. Dit gebeurt uiterlijk op het moment dat de student de helft van het MA-programma heeft afgerond. De tutor van de student ziet er op toe dat de afstudeerfase tijdig start. De afstudeerfase eindigt met het afleggen van het MA-examen.
3. Afspraken afstudeerfase en begeleiding
De afspraken met betrekking tot de planning en begeleiding bij het schrijven van de MA thesis worden door de student en de begeleider schriftelijk vastgelegd in het formulier Afspraken MA thesis. De afspraken betreffen de keuze van het onderwerp van de thesis en de fasering van het onderzoek resulterend in de thesis. In de fasering zijn ten minste vier rapportage/feed back momenten opgenomen, en wel met betrekking tot:
1. de probleemstelling en voorlopige literatuurselectie;
2. de opzet van het onderzoek;
3. de pre-finale versie;
4. de eindversie.
Het eindwerkstuk van de bacheloropleiding WBW heeft een studielast van 10 EC en een omvang van maximaal 8.500 woorden inclusief noten, bibliografie en bijlagen. Het gekozen tijdpad moet realistisch zijn gegeven de tijd die voor het schrijven van de thesis beschikbaar is (560 uur) en de nog resterende onderwijsverplichtingen van de student. De student verschaft een kopie van het formulier aan zijn/haar tutor.
De begeleider ziet er op toe dat de afgesproken termijnen waarbinnen de student dient te rapporteren, in acht worden genomen. Bij een overschrijding van een termijn die naar verwachting zal resulteren in een substantiële vertraging, wordt het tijdpad aangepast en wordt de tutor van de student door de student van deze aanpassing op de hoogte gesteld. De begeleider zelf reageert zo spoedig mogelijk op de rapportages van de student, maar in elk geval bij rapportages 1 en 2 binnen 5 werkdagen, bij rapportage 3 binnen 15 werkdagen en bij rapportage 4 binnen 10 werkdagen na ontvangst van de rapportage.
4. Goedkeuring begeleider en tweede lezer
Zodra de begeleider de MA thesis heeft goedgekeurd, laat hij/zij dit aan de examencommissie weten, levert een kopie van de scriptie in en doet een voorstel voor een tweede lezer uit de stafleden van het Instituut voor Wijsbegeerte voor het beoordelen van de thesis. Als er geen deskundige beschikbaar is binnen het instituut, wordt een deskundige van buiten het instituut voorgesteld als tweede lezer. Wanneer de examencommissie het voorstel overneemt, vraagt de commissie de betreffende persoon om als tweede lezer op te treden, en verschaft hem/haar bij inwilliging van het verzoek een kopie van de MA thesis.
De tweede lezer geeft een marginale beoordeling van de thesis aan de hand van de onder par.1 van dit protocol genoemde beoordelingscriteria en laat zijn/haar bevindingen binnen 10 werkdagen weten aan de de examencommissie en de scriptiebegeleider. In gevallen waarin de begeleider zich niet kan vinden in de mening van de tweede lezer en een daarop volgend overleg tussen beiden niet tot overeenstemming heeft geleid, beslist de examencommissie. De tweede lezer informeert tot slot de examencommissie zo spoedig mogelijk schriftelijk over zijn/haar bevindingen (hiervoor is een formulier beschikbaar).
5. De afstudeercommissie en het MA-examen
Tegelijk met een voorstel voor een tweede lezer doet de begeleider een voorstel aan de examencommissie voor de samenstelling van de afstudeercommissie. De afstudeercommissie bestaat in de regel uit drie examinatoren. Ten minste twee examinatoren moeten verbonden zijn aan het Instituut voor Wijsbegeerte. De scriptiebegeleider van de kandidaat is in ieder geval lid van de afstudeercommissie. Meestal zal ook de tweede lezer deel uit maken van de afstudeercommissie. De samenstelling van de afstudeercommissie moet zodanig zijn dat het niveau en de integriteit van het MA-examen worden gegarandeerd.
Zodra de tweede lezer de examencommissie heeft laten weten dat de thesis aan de vereisten voldoet, benoemt de examencommissie de leden van de afstudeercommissie. De begeleider van de scriptie kan niet de voorzitter van de afstudeercommissie zijn, behalve in noodgevallen. De student stelt de examencommissie in het bezit van het benodigde aantal exemplaren van de thesis voor de leden van de afstudeercommissie.
6. Inschrijving voor het examen
De student mag zijn MA-examen (het afstuderen) pas aanvragen als aan alle onderwijsverplichtingen is voldaan en nadat de examencommissie heeft laten weten dat de thesis aanvaardbaar wordt geacht. Om te kunnen afstuderen dient men tevens aan zijn inschrijvingsverplichtingen te hebben voldaan. Men dient ten minste drie weken voor de beoogde examendatum bij de onderwijsadministratie, mw. Y.M.M. van Eijk, het volgende in te leveren (het is van belang dat men hiervoor tijdig een afspraak maakt):
- bewijzen van tentamens behaald aan instellingen voor WO anders dan de Universiteit Leiden;
- goedkeuring van het masterprogramma door de examencommissie
- een bewijs van inschrijving (collegekaart);
- twee exemplaren van de MA thesis.
7. Het MA-examen
Het MA-examen bestaat uit een ondervraging van de kandidaat door een afstudeercommissie. De ondervraging betreft in de regel het onderwerp van de MA thesis en eventueel een selectie van andere onderwerpen.
Vaststelling van het judicium voor de MA thesis vindt plaats tijdens de beraadslaging van de afstudeercommissie na afloop van de ondervraging bij het MA-examen. De scriptiebegeleider doet een voorstel voor het judicium dat gemotiveerd wordt aan de hand van ten minste de onder 1 genoemde beoordelingscriteria en betrekt daarin mede de bevindingen van de tweede lezer en de antwoorden van de kandidaat tijdens de ondervraging. De afstudeercommissie stelt de examencommissie schriftelijk op de hoogte van de motivering van het judicium aan de hand van de beoordelingscriteria (hiervoor is een formulier beschikbaar).
8. Klachten
Met eventuele klachten over de begeleiding in de afstudeerfase kan een student zich wenden tot zijn/haar tutor.
Met klachten over de beoordeling van de MA thesis kan een student zich wenden tot de Examencommissie. Mocht deze niet tot een bevredigende oplossing kunnen komen, dan kan de student zich wenden tot het College van Beroep voor de Examens.
Protocol afstudeerfase MA Wijsbegeerte van een bepaald wetenschapsgebied
0. Doel van dit protocol
1. De MA thesis, eindtermen en beoordelingscriteria
2. De afstudeerfase
3. Afspraken afstudeerfase en begeleiding
4. Goedkeuring begeleider en tweede lezer
5. De afstudeercommissie en het MA-examen
6. Inschrijving voor het examen
7. Het MA-examen
8. Klachten
0. Doel van dit protocol
Met dit Protocol afstudeerfase wordt beoogd meer duidelijkheid te scheppen in wat er van wie verwacht wordt in de afstudeerfase van de MA-opleiding Wijsbegeerte van een bepaald wetenschapsgebied MA in Philosophy of a Specific Discipline). Daarnaast mag verwacht worden dat een beter gestructureerde afstudeerfase zal leiden tot minder studievertraging.
1. De MA thesis, eindtermen en beoordelingscriteria
In het tweede semester van de MA-opleiding Wijsbegeerte van een bepaald wetenschapsgebied schrijft de student een MA thesis. Voor het schrijven van de MA thesis zijn 30 EC beschikbaar. Uit de MA thesis moet blijken dat de student wat betreft kennis en vaardigheden voldoet aan de eindtermen die voor deze opleiding zijn vastgesteld. Meer concreet moet uit de MA thesis en uit de werkwijze die tot deze thesis heeft geleid blijken dat de student:
- has acquired knowledge of systematic philosophy and its history, and of recent developments in contemporary philosophy, that is founded upon and extends that associated with the bachelor’s level, and that provides a basis for originality in developing and applying original ideas and analyses;
- knows the discussions in the forefront of their field, and is able to take part in them;
- is able to contribute to current discussions in philosophy and in new and complex contexts related to philosophy;
- is able to handle philosophical complexity and to formulate judgments based on information from diverse sources, even if this information is limited or incomplete;
- has a realistic view of the tenability and reliability of his/her own conclusions;
- is able to integrate or confront different approaches to philosophical questions;
- in short, is able to write philosophical papers of a quality which equals that of articles in refereed journals in the field.
Om te beoordelen of de eindtermen zijn gerealiseerd, wordt de MA thesis beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
Werkplan
heeft de student er blijk van gegeven in staat te zijn om (onder supervisie van de begeleider) een adequaat werkplan t.b.v. de MA thesis op te stellen?
Inbedding
blijkt uit de MA thesis dat het uitgevoerde onderzoek op adequate wijze aansluit bij de actuele stand van zaken in het betreffende onderzoeksgebied?
Representatie
worden de opvattingen en standpunten van derden adequaat weergegeven?
Argumentatie
maakt de MA thesis in voldoende mate gebruik van expliciete argumentaties voor de daarin ingenomen standpunten? Zitten de deelargumentaties goed in elkaar, vertonen zij voldoende onderlinge samenhang, zijn zij relevant voor de probleem- of doelstelling en leveren zij voldoende steun aan de conclusie?
Filosofisch gehalte
heeft de MA thesis voldoende filosofisch gehalte?
Creativiteit
blijkt uit de MA thesis de potentie om een oorspronkelijke bijdrage aan het onderwerp te leveren qua probleemstelling, presentatie, benaderingswijze en/of behandandeling van het onderwerp?
Verzorging
maakt de MA thesis een verzorgde indruk?
Taalgebruik
is het taalgebruik helder, correct, verzorgd en begrijpelijk? Is het taalgebruik adequaat met betrekking tot het onderwerp? Wordt technische terminologie waar nodig voldoende duidelijk uitgelegd?
Opzet en indeling
is de MA thesis logisch opgezet en bevat het de nodige standaardonderdelen zoals inleiding en probleemstelling, hoofdstukindeling en conclusie?
Instrumentgebruik
maakt de MA thesis waar nuttig en/of nodig effectief gebruik van citaten, diagrammen, illustraties, noten, bibliografie e.d.?
2. De afstudeerfase
De afstudeerfase gaat in op het moment dat de student en de begeleider van de MA thesis in het formulier Afspraken MA thesis MA Philosophy of a Specific Discipline afspraken over planning en eventuele verdere vereisten m.b.t. de thesis schriftelijk hebben vastgelegd. Dit gebeurt uiterlijk op het moment dat de student 80 EC van het masterprogramma heeft afgerond en niet eerder dan het moment waarop de student ten minste één van de specialisatiecursussen uit de gekozen afstudeerrichting succesvol heeft afgesloten.
De tutor van de student ziet er op toe dat de afstudeerfase binnen deze grenzen start. De afstudeerfase eindigt met het afleggen van het MA-examen.
3. Afspraken afstudeerfase en begeleiding
De afspraken met betrekking tot de planning en begeleiding bij het schrijven van de MA thesis worden door de student en de begeleider schriftelijk vastgelegd in het formulier Afspraken MA thesis. De afspraken betreffen de keuze van het onderwerp van de thesis en de fasering van het onderzoek resulterend in de thesis. In de fasering zijn ten minste vier rapportage/feed back momenten opgenomen, en wel met betrekking tot:
1. de probleemstelling en voorlopige literatuurselectie;
2. de opzet van het onderzoek;
3. de pre-finale versie;
4. de eindversie.
Daarnaast wordt er, zodra de probleemstelling bekend is, een indicatie vastgelegd van de omvang van de MA thesis.
Het gekozen tijdpad moet realistisch zijn gegeven de tijd die voor het schrijven van de thesis beschikbaar is (840 uur) en de nog resterende onderwijsverplichtingen van de student. De student verschaft een kopie van het formulier aan zijn/haar tutor
De begeleider ziet er op toe dat de afgesproken termijnen waarbinnen de student dient te rapporteren, in acht worden genomen. Bij een overschrijding van een termijn die naar verwachting zal resulteren in een substantiële vertraging, wordt het tijdpad aangepast en wordt de tutor van de student door de student van deze aanpassing op de hoogte gesteld. De begeleider zelf reageert zo spoedig mogelijk op de rapportages van de student, maar in elk geval bij rapportages 1 en 2 binnen 5 werkdagen, bij rapportage 3 binnen 15 werkdagen en bij rapportage 4 binnen 10 werkdagen na ontvangst van de rapportage.
4. Goedkeuring begeleider en tweede lezer
Zodra de begeleider de MA thesis heeft goedgekeurd, laat hij/zij dit aan de examencommissie weten, levert een kopie van de scriptie in en doet een voorstel voor een tweede lezer uit de stafleden van het Instituut voor Wijsbegeerte voor het beoordelen van de thesis. Als er geen deskundige beschikbaar is binnen het instituut, wordt een deskundige van buiten het instituut voorgesteld als tweede lezer. Wanneer de examencommissie het voorstel overneemt, vraagt de commissie de betreffende persoon om als tweede lezer op te treden, en verschaft hem/haar bij inwilliging van het verzoek een kopie van de MA thesis.
De tweede lezer geeft een marginale beoordeling van de thesis aan de hand van de onder par.1 van dit protocol genoemde beoordelingscriteria en laat zijn/haar bevindingen binnen 10 werkdagen weten aan de examencommissie en de scriptiebegeleider. In gevallen waarin de begeleider zich niet kan vinden in de mening van de tweede lezer en een daarop volgend overleg tussen beiden niet tot overeenstemming heeft geleid, beslist de examencommissie. De tweede lezer informeert tot slot de examencommissie zo spoedig mogelijk schriftelijk over zijn/haar bevindingen (hiervoor is een formulier beschikbaar).
5. De afstudeercommissie en het MA-examen
Tegelijk met een voorstel voor een tweede lezer doet de begeleider een voorstel aan de examencommissie voor de samenstelling van de afstudeercommissie. De afstudeercommissie bestaat in de regel uit drie examinatoren. Ten minste twee examinatoren moeten verbonden zijn aan het Instituut voor Wijsbegeerte. De scriptiebegeleider van de kandidaat is in ieder geval lid van de afstudeercommissie. Meestal zal ook de tweede lezer deel uit maken van de afstudeercommissie. De samenstelling van de afstudeercommissie moet zodanig zijn dat het niveau en de integriteit van het MA-examen worden gegarandeerd.
Zodra de tweede lezer de examencommissie heeft laten weten dat de thesis aan de vereisten voldoet, benoemt de examencommissie de leden van de afstudeercommissie. De begeleider van de scriptie kan niet de voorzitter van de afstudeercommissie zijn, behalve in noodgevallen. De student stelt de examencommissie in het bezit van het benodigde aantal exemplaren van de thesis voor de leden van de afstudeercommissie.
6. Inschrijving voor het examen
De student mag zijn MA-examen (het afstuderen) pas aanvragen als aan alle onderwijsverplichtingen is voldaan en nadat de examencommissie heeft laten weten dat de thesis aanvaardbaar wordt geacht. Om te kunnen afstuderen dient men tevens aan zijn inschrijvingsverplichtingen te hebben voldaan. Men dient ten minste drie weken voor de beoogde examendatum bij de onderwijsadministratie, mw. Y.M.M. van Eijk, het volgende in te leveren (het is van belang dat men hiervoor tijdig een afspraak maakt):
- bewijzen van tentamens behaald aan instellingen voor WO anders dan de Universiteit Leiden;
- goedkeuring van het masterprogramma door de examencommissie
- een bewijs van inschrijving (collegekaart);
- twee exemplaren van de MA thesis.
7. Het MA-examen
Het MA-examen bestaat uit een ondervraging van de kandidaat door een afstudeercommissie. De ondervraging betreft in de regel het onderwerp van de MA thesis en eventueel een selectie van andere onderwerpen.
Vaststelling van het judicium voor de MA thesis vindt plaats tijdens de beraadslaging van de afstudeercommissie na afloop van de ondervraging bij het MA-examen. De scriptiebegeleider doet een voorstel voor het judicium dat gemotiveerd wordt aan de hand van ten minste de onder 1 genoemde beoordelingscriteria en betrekt daarin mede de bevindingen van de tweede lezer en de antwoorden van de kandidaat tijdens de ondervraging. De afstudeercommissie stelt de examencommissie schriftelijk op de hoogte van de motivering van het judicium aan de hand van de beoordelingscriteria (hiervoor is een formulier beschikbaar).
8. Klachten
Met eventuele klachten over de begeleiding in de afstudeerfase kan een student zich wenden tot zijn/haar tutor.
Met klachten over de beoordeling van de MA thesis kan een student zich wenden tot de Examencommissie. Mocht deze niet tot een bevredigende oplossing kunnen komen, dan kan de student zich wenden tot het College van Beroep voor de Examens.